Monitoring doorbreekt de papieren werkelijkheid van het woonbeleid
Op papier halen gemeenten hun woningbouwdoelen, in harde plannen niet.
Uit recent onderzoek klinkt een alarmerende conclusie: de woningbouwplannen van zes op de tien Nederlandse gemeenten zijn nog mijlenver verwijderd van de eisen uit de nieuwe Wet versterking regie volkshuisvesting.
De wet dicteert weliswaar dat tweederde van de nieuwbouw betaalbaar moet zijn, maar in de praktijk leunen gemeenten sterk op 'zachte plannen'. Zodra we enkel naar harde, vastgestelde projecten kijken, keldert het aandeel betaalbare woningen drastisch. Zonder scherp en doorlopend zicht op de voortgang – van zachte intentie tot harde steen – blijven onze woningbouwplannen steken in goede voornemens. Inzicht door strakke monitoring en proactieve bijsturing is de énige manier om daadwerkelijk grip te krijgen op deze monsteropgave.
De urgentie is hoog. Er is geen tijd te verliezen, want in de huidige crisis telt elke woning. Toch blijft de uitvoering vaak achter bij de papieren ambitie. Het volkshuisvestingsprogramma – een dynamisch, uitvoeringsgericht instrument – is bedoeld als dé essentiële schakel tussen beleidsvisie en daadwerkelijke uitvoering. Jarenlang ontbrak deze gerichte schakel, met als gevolg dat er niet voldoende woningen zijn gerealiseerd, of dat simpelweg niet de juiste woningen op de juiste plek zijn beland.
De nieuwe Wet versterking regie volkshuisvesting maakt het opstellen van dit programma een krachtig wapen voor gemeenten. En niet zonder reden: het vraagt lokale overheden bovendien om periodiek te rapporteren over de behaalde resultaten en effecten. Structurele monitoring is daarmee onmisbaar geworden. En dit gaat breder dan alleen monitoren van woningbouwplannen. Het volkshuisvestingsprogramma gaat ook in op thema’s als de bestaande voorraad, de zorg- en ondersteuningsbehoefte en leefbaarheid. Hoe krijg je ook op deze doelen grip door middel van monitoring?
Van 'gedoe' naar grip op de realisatie
Toch klinkt op de ambtelijke werkvloer vaak een zucht als het woord 'monitoring' valt. Voor veel beleidsadviseurs voelt het nu als ingewikkeld gedoe en eindeloze afstemming. In de praktijk blijkt er nog veel onbekendheid over hoe je dit goed inricht.
Bij de totstandkoming van een volkshuisvestingsprogramma wordt monitoring vaak slechts mondjesmaat meegenomen. Veel gemeenten beschikken weliswaar over een planlijst met projecten, maar de focus is vaak smal: enkel het totale aantal woningen telt, zonder scherp oog voor de specifieke (zorg- en ondersteunings)behoeftes van doelgroepen, leefbaarheid of de effectiviteit van gemeentelijke maatregelen. Verschillende partijen hanteren bovendien uiteenlopende datasystemen, wat het invullen van de huidige (regionale) monitoren tot een worsteling maakt.
Maar wat als we monitoring niet langer zien als een administratieve last, maar als de ultieme versneller? Directe beschikbaarheid van actuele data maakt het dagelijks werk van ambtenaren namelijk aanzienlijk eenvoudiger, bijvoorbeeld ook bij het adequaat beantwoorden van urgente vragen vanuit de gemeenteraad of de pers.
De 4 onmisbare functies van monitoring
Monitoring is het systematisch en doorlopend verzamelen en analyseren van informatie over de realisatie van voldoende (en het juiste type) woningen.
Het biedt vier cruciale stuurinstrumenten:
1. Signaleren
Ontwikkelingen en knelpunten worden vroegtijdig zichtbaar. Hierdoor kan direct worden bijgestuurd, bijvoorbeeld door bij netcongestie direct voorrang te verlenen aan zelfvoorzienende woningbouwprojecten.
2. Leren
Het maakt inzichtelijk welke inspanningen effectief zijn. Zo leer je bijvoorbeeld over de conversieratio van 'zachte' naar 'harde' plannen, waardoor je als gemeente gericht kunt gaan sturen op een vereist basispercentage zachte plannen.
3. Sturen
De monitor biedt bestuurders, beleidsmakers en externe partners de noodzakelijke, actuele brandstof om keuzes te maken, prioriteiten te stellen en het goede gesprek aan te gaan over wat er concreet nodig is om enerzijds sneller te bouwen en anderzijds oog te hebben voor leefbaarheid en de integrale ruimtelijke opgaven.
4. Verantwoorden
Het maakt objectief inzichtelijk in hoeverre doelen en afspraken daadwerkelijk zijn gerealiseerd, waardoor verantwoording richting alle stakeholders helder en transparant wordt.
Het totstandkomingsproces als kans
Het opstellen van het (verplichte) volkshuisvestingsprogramma is dé uitgelezen kans om de monitoring direct vanaf de start goed in te richten. Niet als een administratief doel op zich, maar vanuit de keiharde overtuiging dat het helpt om grip te krijgen op de realisatie.
Door monitoring vanaf dag één parallel op te zetten – al is het in het begin slechts een basisopzet – borg je direct de effectiviteit van het programma. Je voorkomt hiermee dat jouw volkshuisvestelijke ambitie slechts een papieren werkelijkheid blijft. Bovendien maakt het, door resultaten direct inzichtelijk te maken, het werk simpelweg veel bevredigender.
In 6 stappen naar een vliegende start
Hoe pak je dit effectief aan? Deze zes stappen vormen de blauwdruk:
- Bepaal het eindbeeld
Bespreek bij de start van het proces direct de huidige manier van monitoren en inventariseer welke databronnen al beschikbaar zijn bij andere organisaties. - Haal buiten naar binnen
Voer het gesprek met een brede groep stakeholders, zoals woningcorporaties, projectontwikkelaars en particuliere initiatiefnemers. Inventariseer over welke informatie zij al beschikken en hoe zij de gezamenlijke verantwoording voor zich zien. - Toets de informatiebehoefte
Inventariseer scherp bij het college en de gemeenteraad welke stuurinformatie zij exact nodig hebben om hun kaderstellende en controlerende rol adequaat te kunnen vervullen. - Koppel doelen aan indicatoren
Werk de doelen in het woonprogramma zodanig uit dat direct duidelijk wordt welke specifieke acties hieraan gekoppeld zijn, en welke meetbare indicatoren hierbij horen. - Stel het monitoringskader vast
Leg in een helder plan vast hóe de voortgang gemeten wordt, wélke specifieke data wordt gebruikt en welke afspraken nodig zijn om het structureel bij te houden. - Beleg het eigenaarschap
Ga daadwerkelijk aan de slag met de inrichting en maak glasheldere (werk)afspraken over wie de eigenaar is van de data en de opvolging.
Eigenaarschap: Wie is de beheerder van de data?
Waar beleg je de verantwoordelijkheid voor een succesvolle woonmonitor? Het bijhouden van de monitor is idealiter een gezamenlijke opgave vanuit verschillende afdelingen en partners. Tegelijkertijd is het, zeker in de opbouwfase van een monitor, belangrijk dat er één eigenaar wordt aangewezen die de lijntjes bewaakt.
Hoewel de huidige monitoring inzicht biedt in projecten, adviseren wij om dit eigenaarschap van de monitor in eerste instantie primair te beleggen bij de afdeling Wonen (beleid), en niet per definitie bij projectontwikkeling. Beleidsadviseurs Wonen hebben het totaaloverzicht op al de volkshuisvestelijke doelen, de prestatieafspraken én de connectie met andere beleidsvelden zoals zorg.
Bouwen aan een thuis
Waar we het uiteindelijk allemaal voor doen? Voor die woningzoekende die dringend op zoek is naar een plek om een leven op te bouwen. Om te weten of ons ambtelijk en bestuurlijk handelen daadwerkelijk die gewenste impact heeft, is een scherpe monitor simpelweg onmisbaar. Het maakt de vertaalslag van beleid naar stenen, en maakt ons werk als regisseur van de ruimte uiteindelijk veel eenvoudiger én effectiever.
Meer weten?
Neem gerust contact met ons op. Kijk op onze site of bel: 033 - 496 52 00.
Maatschappelijke weerbaarheid
Bekijk hier onze video van 3 acties voor uw gemeente op maatschappelijke weerbaarheid.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van o.a. relevante ontwikkelingen en praktijkcases binnen het publieke domein. Meld je nu aan.
Maatschappelijke weerbaarheid
Bekijk hier onze video van 3 acties voor uw gemeente op maatschappelijke weerbaarheid.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.