Daar waar Nederland op z’n smalst is en de meest westelijke punt van Duitsland in ons land prikt, aan de rand van het Zuid-Limburgse Susteren, stroomt de Roode Beek. Of, zoals het stroompje in Duitsland genoemd wordt: der Rodebach. Deze beek is niet alleen grensoverschrijdend: het is over een afstand van pakweg tien kilometer ook een grensvormende beek. Aan de oostoever ligt Duitsland, aan de westoever Nederland, in het midden loopt de grens. En ondanks de Europese eenheidsgedachte gelden aan de Nederlandse kant van de grens andere regels voor waterkwaliteit dan aan de Duitse kant.
Hetzelfde water, andere normen: Nederland en Duitsland
Duitsland en Nederland hanteren andere normen voor de Kaderrichtlijn Water. Hoe lost Waterschap Limburg dit op?
Joint Fact Finding
Volgens bestuurder Arnold Jansen illustreert dit voorbeeld waarom ‘zijn’ Waterschap Limburg middels het zogenoemde Joint Fact Finding samenwerkt met de Duitse waterautoriteiten. Met als doel: het verbeteren van de kwaliteit van het water dat de grens over stroomt.
Jansen: ‘Als je bij de grens gaat meten en je constateert dat daar de waterkwaliteit net voldoet aan de Nederlandse norm, dan mag er onderweg naar de Maas (de beken monden allemaal uit in de Maas, red.) dus niks meer gebeuren; er mag geen enkele bijdrage zijn van landbouw, rioolwaterzuiveringen of stedelijk afvalwater. Anders voldoet de waterkwaliteit niet meer aan onze normen. Dat is een reden om met het buitenland samen te kijken: hoe kunnen we gaan samenwerken en hoe kunnen we een betere waterkwaliteit voor elkaar krijgen?’
De bui
Waterschap Limburg ziet anders de bui al hangen. Op 22 december 2027 verloopt de deadline voor de Kaderrichtlijn Water (KRW). Als oppervlaktewateren van waterschappen dan niet voldoet aan de normen die voortvloeien uit de KRW, moeten ze daarover verantwoording afleggen aan de Europese Commissie. Omdat van de 42 KRW-wateren die Limburg doorkruisen er zeven uit België komen en veertien uit Duitsland, is het Waterschap voor de kwaliteit afhankelijk van wat onze buurlanden doen tegen de verontreiniging van deze wateren.
Deze natuurlijke achtergrondwaarde voldoet aan de Duitse norm, maar niet aan de Nederlandse
Wat onze buren doen om de waterkwaliteit te verbeteren, hangt op de eerste plaats af van de vraag hoe ze die waterkwaliteit beoordelen. Jansen komt in dat verband met een ander voorbeeld: ‘Het water uit de Roer begint in de bergachtig Hoge Venen in België, stroomt dan Duitsland in en komt dan bij ons binnen.’ In dat water zit van nature zink. Deze natuurlijke achtergrondwaarde voldoet aan de Duitse norm, maar niet aan de Nederlandse. ‘En daar gaat het ook nooit voldoen’, weet Jansen, ‘omdat dat water uit de bergen stoffen meeneemt uit gesteenten waar het overheen stroomt. Daar kunnen wij in Nederland niks aan veranderen.’
De zinknorm
‘Hun hele methodiek is anders’, zo verklaart Freek Althuizen het verschil in normstelling. Hij gaat bij Waterschap Limburg over chemische waterkwaliteit, monitoring en interpretatie van de meetdata. De Nederlandse zinknorm heeft volgens Althuizen als uitgangspunt dat heel Nederland door de mens verontreinigd is. Nederland kent namelijk geen natuurlijke bronnen die een hoge zinkwaarde in oppervlaktewater veroorzaken. Duitsland heeft daarentegen meetpunten aangewezen waar hoge zinkwaarden als volledig natuurlijk worden gezien. Zoals het water van de Roer dat uit de Ardennen via Duitsland naar Nederland stroomt en natuurlijk zink met zich meevoert.
Het gevolg is dat als over anderhalf jaar de KRW-deadline afloopt, in Duitsland de zinknorm voor de Roer niet wordt overschreden, terwijl datzelfde water in Nederland niet voldoet aan de zinknorm.
Wasserbehörde
Met Joint Fact Finding wil het Waterschap inzicht krijgen in dit soort verschillen. En hoewel het naast elkaar leggen van Nederlandse en Duitse zinknormen niet ingewikkeld lijkt, is het structureel inzichtelijk maken van alle verschillen andere koek. ‘Het waterbeheerssysteem werkt in Noordrijn-Westfalen anders dan in Nederland’, zegt adviseur buitenland en projectleider Sophie Verstraelen.
‘In Noordrijn-Westfalen heb je de Oberste Wasserbehörde – zeg maar: het ministerie van milieu –, vijf Obere Wasserbehörde en ook nog Untere Wasserbehörde. Wij bij Waterschap Limburg hebben veel zelf in huis. In Duitsland is het meer versnipperd en is het ook per gebied en per waterloop weer anders.’
Voorzichtig en diplomatiek
Al die verschillende Duitse waterpartijen kijken door hun eigen bril naar hun taken voor de waterkwaliteit in hun gebied. Daarbij vragen ze zich niet in eerste instantie af wat hun Nederlandse tegenhangers nog moeten doen aan de waterkwaliteit. Het risico dat de Duitsers zouden vrezen dat het Nederlandse verzoek om Joint Fact Finding hun extra werk in de schoenen zouden schuiven, was niet denkbeeldig, beaamt Verstraelen.
Omdat de KRW een richtlijn is, kan ieder land het anders interpreteren en toepassen
Sophie Verstraelen
‘We hebben het dan ook voorzichtig en diplomatiek opgepakt. Ik heb eerst relaties opgebouwd’, zegt de adviseur buitenland, die vloeiend Duits spreekt. Daarna hebben ze – ‘zonder met vingers naar elkaar te wijzen’ – samen in een achtergronddocument alle verschillen in de KRW-aanpak benoemd. Verstraelen: ‘Omdat de KRW een richtlijn is, kan ieder land het anders interpreteren en toepassen. Dat hebben we in kaart kunnen brengen door workshops en samenwerkingen. Dat is heel waardevol gebleken. Je moet natuurlijk wel win-winsituaties creëren.’
Wederzijds belang
Want de Duitsers hebben ook baat bij informatie over de Nederlandse waterkwaliteit. Zo ontspringen de Anselderbeek en de Worm in Duitsland, stromen vervolgens door Nederland om dan weer terug te keren naar Duitsland. ‘Maar ook als er een vismigratieknelpunt is’, vult Althuizen aan. ‘Vissen migreren naar bovenstroomse gedeeltes. Dan heb je een wederzijds belang om af te stemmen.’
Niet alleen de Nederlandse normen verschillen op een aantal punten van de Duitse normen: ook de parameters (dat wat gemeten wordt om te bepalen of een norm wordt gehaald) zijn soms verschillend. Zo wordt in Nederland de totaalconcentratie aan stikstof gemeten, terwijl Duitsland dat opsplitst in drie componenten: ammonium, nitraat en nitriet. Verder is de indeling van oppervlaktewateren anders. ‘Dezelfde beek aan de Duitse kant kan een andere typering hebben dan bij ons’, licht Jansen toe.
Lees de rest van het artikel in BB#11, op papier of online.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.