Door tijdelijke vangnetten verliep de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 minder problematisch dan voorzien. Maar veel profijt levert de wet gemeenten ook nog niet op. Wat moet daarvoor gebeuren? Binnenlands Bestuur bespreekt de grootste knelpunten met experts en ervaringsdeskundigen. In deel 1: de cultuuromslag
‘Gemeenten moeten durven loslaten’
Met de Omgevingswet moeten gemeenten nog veel beter te leren sturen op kwaliteiten, vindt Trees van der Schoot.
Groot risico
In 1988 studeerde Trees van der Schoot bestuursrechtelijk af op artikel 19 van de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening. Titel van haar scriptie: Tussen flexibiliteit en rechtszekerheid. ‘Als ik er een digitale versie van zou hebben, had ik nu kunnen knippen en plakken: artikel 19 eruit, de huidige bopa-omgevingsvergunning erin’, zegt de gemeentelijk adviseur en columnist van Binnenlands Bestuur. ‘Hier ligt voor mij een groot risico voor het falen van de Omgevingswet: dezelfde praktijk van toen moet je echt niet willen, vanwege de nadelen van dien.’
Andere benadering
Om dat te ondervangen, is een andere benadering nodig: werken met doelen en omgevingswaarden. Gemeenten leggen dan in het beleid en het omgevingsplan vast aan welke kwaliteiten zij vasthouden bij eventuele veranderingen. Bij het toedelen van functies aan locaties staan die kwaliteiten dan centraal; functies en activiteiten zijn daaraan volgend. Alle betrokkenen weten dan vooraf waar veranderingen aan moeten voldoen.
Integraal
‘Dat is een grote cultuuromslag’, ziet Van der Schoot. ‘Dat komt niet zozeer door de juridische regeling, maar doordat organisaties sectoraal zijn georganiseerd. Met bijvoorbeeld een afdeling milieu, een afdeling bodem, een afdeling grondzaken. Terwijl onder de Omgevingswet niet sectoraal, maar juist integraal gebiedsgericht met het oog op doelen en kwaliteiten moet worden gewerkt.’
Dat is een andere aanpak dan we gewend zijn
Gewend
Gemeenten zijn gewend precies te bepalen hoe hoog, breed, waar precies en met welke functie activiteiten mogelijk zijn. ‘Terwijl we toe moeten’, zegt Van der Schoot, ‘naar behouden of verbeteren van kwaliteiten. Dan heb je het over natuurwaarden overeind houden, ontmoetingsplekken creëren, vergroenen en hemelwater anders afvoeren, ongeacht de functie. Dat is een andere aanpak dan we gewend zijn.’
Andersom
Als in de omgevingsplannen die nu in gemeentehuizen worden ontwikkeld die nieuwe mogelijkheden niet worden benut, blijft die cultuuromslag uit volgens Van der Schoot. ‘Verder is de instrumentele benadering van de beleidscyclus anders. Dat vraag om eerst de inhoud te bedenken en dan het instrumentarium erbij te zoeken. Dat deden we altijd andersom.’
Einstein
De praktijk van nu bij veel gemeenten laat zien dat men het liefst veilig en zo ‘beleidsneutraal’ mogelijk over wil naar het nieuwe omgevingsplan. ‘Dan blijven afwijkingen nodig. Stuur je daarbij niet op kwaliteiten, dan verandert er niet veel. Want, om met Einstein te spreken: als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg.’
Dit is het eerste deel van een serie. Lees het verhaal met alle knelpunten deze week in BB02 (inlog).

Reacties: 1
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Als alleen ingezet wordt op de implementatie van de Ow verandert er niets. Het moet gepaard gaan met een organisatie-ontwikkeltraject zoals bijvoorbeeld de gemeente Moerdijk met als titel 'Zo werkt Moerdijk: samen!' Zo niet dan blijft de Ow hangen in juridische discussies over hoe bijvoorbeeld de regels geformuleerd moeten worden en of het nu activiteiten of functies zijn enz.