Een nieuw jaar start met goede wensen. En met voornemens om van alles anders te doen. Bij het Weense Nieuwjaarsconcert was er al wat veranderd. Er werden muziekstukken van vrouwen gespeeld. De dirigent droeg een apart kostuum. Zijn man speelde een partij mee. De nieuwjaarswens was ook opmerkelijk: de dirigent riep op tot vriendelijkheid. Want daar komt vrede van. En vrede brengt vriendelijkheid.
Het gebruikersperspectief van de Omgevingswet
Later die week kwam een projectontwikkelaar bij mij op kantoor praten over de ‘ingewikkeldheid van de Omgevingswet’.
Later die week kwam een projectontwikkelaar bij mij op kantoor praten over de ‘ingewikkeldheid van de Omgevingswet’, waar hij tegenaan was gelopen. Een initiatiefnemer heeft wat te kiezen: eerst moet duidelijk zijn om welke ‘activiteiten’ het gaat. Dan of dit tegelijk, apart of in clusters wordt aangevraagd. Het ging over slopen en nieuwbouw. Ingelogd bij ‘regels op de kaart’ werd de ingewikkeldheid zichtbaar. Er stonden na het omgevingsplan nog vijf bestemmingsplannen genoteerd.
‘Wat geldt er nu?’
‘Nou, alles. Juist vanwege die ingewikkeldheid verplicht de Omgevingswet tot het vaststellen van één digitaal omgevingsplan. Maar dat duurt nog even: tot 2032. Tot dan geldt gewoon alles wat eerst ook gold. En dat noemen ze het ‘tijdelijk omgevingsplan’.’ De bruidsschat heb ik later benoemd.
Ter plekke gold ‘hoge archeologische verwachtingswaarde’. Het gebouw had de kwalificatie ‘karakteristiek’.
‘Allemaal complicaties’, zei hij.
‘Of omgevingskwaliteiten en locatiekenmerken,’ reageerde ik. ‘Het is maar hoe je het ziet. Dat is het anders denken: niet meteen in functies schieten, maar eerst kwaliteiten in kaart brengen en waarderen. Dat zou niet nieuw moeten zijn, maar is het vaak wel.’
Rendabel herontwikkelen binnen de regels vond hij geen optie, dus spraken we verder over de buitenplanse omgevingsplanactiviteit. En over evenwichtig toedelen van functies aan locaties. Wat is dat anders dan goede ruimtelijke ordening? Je kunt er een boek over schijven. Dat heb ik ook gedaan.
‘Met ETFAL is de ene open norm vervangen door de andere. Dat is bewust en met een bedoeling gebeurd. Die moet je wel weten. Voor ETFAL is beleid relevant. En dat is pas echt ingewikkeld. Gemeenten hebben soms wel, soms nog niet een omgevingsvisie. Daarnaast geldt overal sectoraal beleid uit het verleden. Omdat de omgevingsvisie vaak te weinig sturend is voor locatieontwikkeling, is dat beleid relevant.’
Ik vertelde dat er gemeenten zijn, die na een inventarisatie van hun beleid zelf schrokken. Ze bleken 180, 278, 360 of zelfs nog meer beleidsdocumenten te hebben vastgesteld. Onwerkbaar dus. Gemeenten die zo’n inventarisatie niet hebben gedaan, weten vaak niet wat er aan beleid geldt.
‘Eigenlijk moet jij daaruit kunnen halen waar het heen moet met ETFAL voor jouw BOPA-aanvraag. Dat moest voorheen ook als je een ruimtelijke onderbouwing aanleverde. Daarin is nog niks veranderd.’
Dan komt het te praten over onderzoeken. Uitgangspunt is dat onderzoeken nodig moeten zijn en afgestemd op de impact van een initiatief. Gelden er beleidsregels, dan hoeft er waarschijnlijk minder onderzocht te worden. Op grond van art. 16.5 Ow mogen in ieder geval rapporten van twee jaar oud gebruikt worden als onderbouwing. Oudere rapporten kunnen gebruikt worden als ze aantoonbaar nog actueel zijn. Bij ‘hoge archeologische waarden’ kan er best een oud rapport liggen dat nog actueel is. Bijvoorbeeld omdat nooit meer in de grond is geroerd. Zou bekend zijn welke onderzoeken er liggen voor de locatie?
Wij concludeerden dat regels en beleid nog hetzelfde zijn en dus net zo onoverzichtelijk en omvangrijk als voor 2024. Er wordt wel hard aan vernieuwing gewerkt, maar het is er nog niet. Nieuw is wel dat bij ETFAL moet worden afgewogen hoe een initiatief bijdraagt aan de bescherming van de gezondheid. Ook geldt een specifieke zorgplicht voor alle levende dier- en plantensoorten. Ontwikkelen moet dus met oog voor de mens en voor de natuurlijke omgeving.
‘Maar moest dat eigenlijk ook niet bij ‘goede ruimtelijke ordening? En is dat misschien wat veel naar de achtergrond gegaan?’
Einstein zei het al: ‘Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg.’ Pas als de overheid anders gaat werken, volgt vernieuwing en vereenvoudiging. Sanering van beleid en regels is nodig. Een omslag van sectoraal naar gebiedsgericht is nodig. Niet meteen in functies en activiteiten denken, maar eerst kwaliteiten bepalen en waarderen is ook nodig. Verder moeten de processen bij initiatieven anders: met participatie en dat alles op maat afhankelijk van de impact van het initiatief. En dan zijn gebiedsgerichte beleidsregels en maatregelen in een programma voor iedereen handig.
De beleidscyclus en het instrument (vrijwillig) programma worden inmiddels langzamerhand omarmd. Dat vereist wel vriendelijkheid van iedereen. Want voorlopig is het niet eenvoudig. En of de belangenafwegingen in ons drukke land ooit eenvoudig zullen kunnen worden? Daarom wens ook ik iedereen voor het komende jaar veel vriendelijkheid toe.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.