Het invoeren van een planbatenheffing kan Nederlandse gemeenten jaarlijks zo’n 200 miljoen euro opleveren. Dat heeft het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) berekend. Het EIB noemt de opbrengst ‘beperkt’ en wijst op de haken en ogen van de invoering van zo’n taks.
EIB: planbatentaks levert miljoenen op, maar komt met haken en ogen
EIB noemt de opbrengsten van de planbatenheffing ‘beperkt’ en wijst erop dat de invoering ‘aanzienlijke complicaties’ met zich meebrengt
Het invoeren van een planbatenheffing is een van methodes die genoemd worden om gemeentelijke tekorten bij grondexploitatie op te vangen. Gemeenten kunnen met zo’n taks de waardestijging van de grond belasten die ontstaat als het bestemmingsplan wijzigt, bijvoorbeeld van relatief goedkope landbouwgrond naar grond voor woningbouw.
Beperkt
EIB noemt de opbrengsten van de planbatenheffing ‘beperkt’ en wijst erop dat de invoering ‘aanzienlijke praktische complicaties’ met zich meebrengt.
Zo zijn er niet veel mogelijkheden om grondwaardestijgingen af te romen. De grootste winsten voor grondeigenaren doen zich voor bij het omzetten van landbouwgrond naar woningbouw. Maar dat gebeurt weinig, omdat gemeenten veel vaker kiezen voor binnenstedelijke ontwikkeling. De grondprijzen zijn daar al hoog, maar stijgen bij herontwikkelingsplannen ‘niet of nauwelijks’, ziet het EIB. In slechts in 20 procent van de woningbouwplannen zou een dergelijke heffing effect kunnen hebben, becijferde het EIB.
Daarnaast kan de invoering van een te hoge planbatenheffing ertoe leiden dat grondeigenaren afzien van de verkoop van hun grond. Met name boeren zouden stevig belast kunnen worden als ze hun landbouwakkers verkopen aan een projectontwikkelaar.
Eigendomsverhoudingen
Ook kan een heffing niet meteen worden ingevoerd, omdat dat haaks staat op de bestaande eigendomsverhoudingen. ‘Ontwikkelaars en andere grondeigenaren hebben hun posities immers verworven onder andere financiële en beleidsmatige condities, die hun handelen hebben bepaald.’
Vlaanderen is één van de weinige gebieden in Europa waar ook een planbatenheffing is ingevoerd. Dat gebeurde in 2009. In de praktijk blijkt dat er nogal wat haken en ogen zitten aan de taks. Zo is het moeilijk de opbrengsten te koppelen aan een specifiek woningbouwproject, zijn de opbrengsten onzeker en komen ze onregelmatig binnen. De onderzoekers noemen het een ‘teken aan de wand’ dat ook in het buitenland weinig gebruikt wordt gemaakt van de belasting.
Kostenverhaal
Het kabinet koos onlangs voor een andere koers. In een uitgebreide grondbrief stelt minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Wonen voor om de grond anders te taxeren. Daardoor ontstaat er voor gemeenten meer ruimte om kosten voor publieke voorzieningen zoals riolering te verhalen op projectontwikkelaars. Daarnaast wil het kabinet de mogelijkheden uitbreiden om dergelijke kosten te verhalen.
Ook EIB ziet meer mogelijkheden in het kostenverhaal. Dat is ‘praktischer dan een planbatenheffing’, omdat het gaat om een uitbreiding van de bestaande praktijk.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.