Steeds vaker lopen conflicten over omgevingsvergunningen uit op een dubbele juridische procedure, bij tegelijkertijd de bestuursrechter als de burgerlijk rechter. Gemeenten zitten in de procedures tussen twee vuren.
Dubbel procederen tegen omgevingsvergunning is 'juridische powerplay'
Steeds vaker lopen conflicten over omgevingsvergunningen uit op een juridische procedure bij de bestuursrechter én de burgerlijk rechter.
‘Een soort powerplay door projectontwikkelaars’, zegt universitair docent bestuursrecht Rens Koenraad van Tilburg University. Projectontwikkelaars stappen vaker naar de burgerlijk rechter om via die weg een zaak bij de bestuursrechter van tafel te krijgen. Dat kan leiden tot een chilling effect, waarbij omwonenden zich wel twee keer bedenken voordat ze in bezwaar gaan tegen bouwplannen.
Wat is er aan de hand? Omwonenden die het niet eens zijn met een door de gemeente verleende omgevingsvergunning voor bijvoorbeeld een woningbouwproject, stappen naar de bestuursrechter om die vergunning van tafel te krijgen. Het gebeurt tegenwoordig echter ‘met enige regelmaat’, zegt Koenraad, dat de projectontwikkelaar vervolgens de klagende omwonende voor de civiele rechter sleept, om te vorderen dat die zijn proces tegen de gemeente intrekt.
Geen partij
Formeel is er sprake van een conflict tussen de omwonende en de gemeente; de projectontwikkelaar is hierin geen partij. Maar omdat juridische procedures over omgevingsvergunningen lang kunnen duren, zeker als er geprocedeerd wordt tot aan de Raad van State, voelen projectontwikkelaars zich benadeeld. Door lange procedures kan een ontwikkelaar klem komen te zitten, ziet Koenraad: de kosten lopen op, subsidieregelingen verstrijken en deadlines over bijvoorbeeld het opleveren van woningen komen in het geding. Koenraad: ‘Als er dan ook nog een bezwaarprocedure wordt opgestart, hebben ze een dilemma: toch alvast beginnen, of wachten tot de procedures zijn afgerond.’
In mei nog deed de civiele rechter uitspraak in een zaak over een gepland appartementencomplex in Woensdrecht. Omwonenden dienden een bezwaar in tegen de door de gemeente verleende vergunning. De ontwikkelaar stapte daarop naar de civiele rechter, met het verzoek om vanwege een spoedeisend belang de zaak bij de bestuursrechter van tafel te krijgen, onder last van een dwangsom. Door de zaak over de vergunning zou de oplevering van de appartementen vertraging oplopen, de ontwikkelaar geld mislopen en de rentelasten oplopen. Ook zou de ontwikkelaar vanwege de latere betalingen geen eigen middelen meer kunnen inzetten voor andere projecten, maar daar geld voor moeten lenen.
De rechter gaf de ontwikkelaar in deze zaak geen gelijk. In de uitspraak stelde de civiele rechter dat het bedrijf deze situatie ‘zelf gecreëerd’ had, en dat daarom geen sprake is van een spoedeisend belang.
Hoge Raad
Maar dat de civiele rechter überhaupt uitspraak doet in dergelijke zaken, is een relatief nieuw fenomeen. Het is in opkomst sinds de Hoge Raad vorig jaar oordeelde dat dit soort juridische constructies legitiem zijn en dat de burgerlijk rechter zich er ook over mag uitspreken. Een burgerlijk rechter mag weliswaar inhoudelijk niet oordelen over een verleende omgevingsvergunning – dat als conflict tussen inwoner en gemeente een zaak voor de bestuursrechter – maar mag volgens de hoogste burgerlijk rechter wél een inhoudelijk oordeel vellen over de vordering om een beroep tegen een omgevingsvergunning in te trekken. Dat is immers een zaak tussen twee civiele partijen, legt Koenraad uit: de projectontwikkelaar en de omwonende.
Schadeclaims
Een gang naar de civiele rechter is vele malen duurder dan een proces bij de bestuursrechter. De toegang tot de bestuursrechter is laagdrempelig. Zo is er geen advocaat nodig. Bij de burgerlijke rechter is een advocaat wel verplicht, als de vordering hoger is dan 25.000 euro. Bij grote woningbouwprojecten is dat bedrag al snel in beeld. Maar een advocaat is niet goedkoop, zegt Koenraad: je zit inclusief btw zo aan 300 euro per uur. ‘Dan betaal je zo 6.000 euro voor een procedure. Heel veel huishoudens hebben dat geld niet en trekken daarom hun bezwaar in. Vanuit het idee van de rechtsbescherming is dat een slechte zaak. En dan dreigen er vaak ook nog schadeclaims.’
Is dit misbruik van het recht? Projectontwikkelaars hebben immers vaak diepe zakken. ‘Soms is het inderdaad pure intimidatie’, zegt Koenraad. ‘Dat risico is wel serieus.’ Maar, vervolgt hij: net als andere burgers mogen zij ook gewoon naar de rechter stappen. En omdat de drempels bij de bestuursrechter zo laag zijn, zitten er ook beroepszaken bij die ‘kant noch wal’ raken. Als dat het geval is, volstaat het argument bij de civiele rechter dat juist omwonenden misbruik maken van het bestuursprocesrecht, stelt Koenraad. ‘Vaak gaan dit soort zaken om uit de hand gelopen burenruzies die over de rug van gemeenten worden uitgevochten. Het zijn gejuridiseerde conflicten.’
Mediation
Koenraad ziet een rol voor gemeenten weggelegd om dit soort zaken te voorkomen. Mediation kan helpen om bezwaren weg te nemen zonder dat de toch al overbelaste rechter zich over een zaak moet buigen. Veel bezwaren tegen omgevingsvergunningen gaan over ‘heel huiselijke dingen’, zegt hij. Denk aan verkeersdrukte, uitzicht, privacy zonlicht. Met goed overleg zou er al een snel een oplossing voor in zicht komen. ‘Je moet niet alles per se als juridisch strijdmodel zien. Dat is een gemiste kans.’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.