De drinkwatersector moet naar eigen zeggen in 2030 ruim 100 miljoen m3 drinkwater per jaar meer produceren om tegen die tijd aan de behoefte van huishoudens en bedrijven te kunnen voldoen. In 2025 is daar bijna 19 miljoen m3 van bereikt, maar dat betrof laaghangend fruit, zeggen ze bij drinkwaterkoepel Vewin. Het is ‘nog helemaal niet zeker’ dat de gewenste drinkwaterproductie in 2030 bereikt wordt, staat waarschuwend in de nieuwe Drinkwateragenda van de koepel die de tien Nederlandse drinkwaterbedrijven vertegenwoordigt.
Drinkwater: ‘helemaal niet zeker’ dat doel van 2030 wordt bereikt
Drinkwaterkoepel Vewin somt uitdagingen op in Drinkwateragenda.
Uit een monitor die in juni naar buiten kwam, was al de vertraging gebleken van 13 van de 38 projecten die de drinkwaterbedrijven voor 2030 moeten opleveren. De drinkwaterbedrijven lopen vaak tegen de moeilijkheid aan dat ze beschermde natuur moeten ontzien. PWN zit in het Noord-Hollandse Andijk met de verbetering van een bestaande voorzuivering die mogelijk effect heeft op stikstofgevoelige natuur in Friesland. Dunea wil meer winnen in het duingebied Berkheide, maar worstelt met complexe vergunningverlening. Evides kan op de Brabantse Wal tussen Zeeland en Noord-Brabant niet de al vergunde hoeveelheid drinkwaterproductie volledig benutten, omdat een ecohydrologische studie niet duidelijk heeft kunnen maken wat de natuureffecten zijn. Ook was het Waternet niet gelukt om een nieuwe locatie te vinden voor drinkwaterwinning in het Gooi.
Voorrang
Om snelheid te kunnen maken, wil Vewin dat drinkwaterwinning voldoende voorrang krijgt en dat het rijk helpt de vergunningverlening te versnellen. Dit is allereerst een formele kwestie. In het nieuwe Deltaprogramma, waarvan net de herijking is geweest, moet in de ogen van de koepel goed verankerd worden. Hetzelfde geldt voor het Nationaal Water Programma (NWP) voor de periode 2028 tot 2033, waaraan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat nu werkt. Vewin zou willen dat het rijk zijn ‘systeemverantwoordelijkheid’ daarin vastlegt.
De Nederlandse staat kreeg in 2024 door de Europese Commissie een inbreukprocedure opgelegd, tegen de achtergrond van de Brusselse Kaderrichtlijn Water. De reden was dat in Nederland de vergunningen voor ontrekkingen van water of het lozen op water niet vaak genoeg worden herzien. In Nederland worden die voor onbepaalde tijd verleend. Vewin stemt graag in met deze Europese kritiek, maar is bang er nu zelf last van te krijgen. Als de Omgevingswet wordt aangepast, dan ziet Vewin graag dat dit niet verder gaat ‘dan Europese regelgeving vraagt’, en dat er geen maximumtermijnen worden verbonden aan de onttrekkingsvergunningen van drinkwaterbedrijven.
Natuurherstelverordening
Ook de Europese Natuurherstelverordening kan moeilijkheden geven, omdat deze nog meer beschermende regels stelt dan al gelden voor de Natura 2000-gebieden. Dit kan de al lastige vergunningverlening bemoeilijken. ‘Herstelverplichtingen en een verslechteringsverbod voor alle habitats kunnen leiden tot (verdere) knelpunten rond vergunningverlening, uitvoering van projecten en beheertaken, of beperkingen op grondwateronttrekkingen’, schrijft de drinkwaterkoepel.
Daarnaast vreest Vewin de aanpassingen door de Europese Commissie van de Richtlijn Industriële Emissies, evenals van de Kaderrichtlijn Water om de Europese mijnbouw te stimuleren. Beide veranderingen wil Brussel doorvoeren om het Europese concurrentievermogen te verbeteren. De drinkwaterkoepel vraagt de Nederlandse rijksoverheid in de Mijnbouwwet te verankeren dat nieuwe mijnbouwactiviteiten geen risico mogen vormen voor grondwaterbronnen voor drinkwaterproductie. ‘Mijnbouwactiviteiten, zoals aardwarmte, zoutwinning, opslag van bijvoorbeeld waterstof en boringen, kunnen risico’s opleveren voor grondwaterkwaliteit.’
Doorboren
De energietransitie kan dwars zitten, bijvoorbeeld als het gaat om het ontwikkelen van geothermie. In Den Haag wordt op dit punt gewerkt aan het Nationaal Programma Bodem, Ondergrond en Grondwater (BOG), dat de concurrentiestrijd om ruimte in de ondergrond moet ordenen. Vewin wil niet dat waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, boringvrije zones en Aanvullende Strategische Voorraden (ASV’s) doorboord worden. Ook schuin boren onder grondwaterreserves zou spaarzaam moeten gebeuren.
Bovendien zou de juridische positie van bestaande drinkwaterleidingen nadrukkelijk beschermd moeten worden in gemeentelijke omgevingsplannen. Tevens pleit Vewin voor afstandsnormen tussen leidingen voor drinkwater en voor warmte- en stroomnetten, ‘omdat de Drinkwaterwet een maximale temperatuurgrens van 25 graden Celsius stelt om gezondheidsrisico’s, zoals legionella, te voorkomen’.
Geld
Verder heeft Vewin financiële klachten, bijvoorbeeld over het feit dat op mineraalwater sinds 2024 geen verbruiksbelasting meer geheven wordt, terwijl er wel belastingdruk blijft op leidingwater. Ook klaagt de koepel over de huidige wettelijke begrenzing op het afsluiten van leningen door drinkwaterbedrijven. Die beperking is niet houdbaar als het rijk wil dat de sector flink investeert. ‘Deze regels houden op dit moment onvoldoende rekening met de sterk gestegen investeringsbehoefte en de steeds strengere eisen van banken’, schrijft Vewin.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.