Reduceren, uniformeren en standaardiseren van bouwregels. Dat is het uitdrukkelijke streven in het hoofdstuk ‘Bouwen en Wonen’ in het nieuwe coalitieakkoord, om zo het tempo van de woningbouw op te krikken. ‘Gemeenten stellen een zo duidelijk mogelijk ruimtelijk kwaliteitskader vast met gestandaardiseerde regels, waarmee het werk van welstandscommissies overbodig wordt’, valt in het akkoord te lezen. Het zijn woorden die tot gefronste wenkbrauwen leiden bij de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit (FRK), de vakvereniging voor kwaliteitsadviseurs in de bouw.
‘Commissies ruimtelijke kwaliteit zijn keihard nodig’
Het coalitieakkoord wil af van lokaal afwijkende nieuwbouweisen. Onterecht, vindt de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit.
Echte vertragers
Ja, de federatie streeft net als de formerende partijen naar ‘professionalisering van het kwaliteitsadvies voor de leefomgeving’. Dat moet ‘vroegtijdig’ zijn, ‘democratisch verankerd’ en ‘gericht op de uitvoering en het gebruik’, schrijft de FRK in een reactie op het coalitieakkoord. Maar tegelijk wil ze ook duidelijk stellen dat ‘de huidige stagnatie in de woningbouw’ niet zozeer te wijten is aan bovenwettelijke lokale en regionale regels, maar dat de ‘echte vertragers’ de ‘torenhoge grondkosten’ zijn en de kosten van de aanleg van infra en OV. En daar biedt het coalitieakkoord nauwelijks tot geen antwoord op. Een gesprek met FRK-directeur Mariëlle Hoefsloot.
Voelde het coalitieakkoord voor de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit als een koude douche?
Mariëlle Hoefsloot: ‘Het is jammer dat alle vooroordelen over welstand weer voorbij komen. De welstand bestaat niet meer sinds 1 januari 2024; het zijn nu allemaal adviescommissies ruimtelijke kwaliteit. En alle kwaliteitsadviseurs, ook de supervisoren en bouwmeesters, zijn zich sindsdien aan het richten op het anders werken onder de Omgevingswet. Het is jammer dat er dan toch weer oude vooroordelen doorheen sijpelen en dat de focus ligt op het terugdringen van regels zonder dat in de juiste context te plaatsen.’
Hoe bedoelt u dat precies?
‘Kijk, er moet iets gebeuren met de veelheid aan regels en daar zijn we als federatie ook keihard mee aan de slag. Het is fijn dat het rijk daar, zoals uit het coalitieakkoord blijkt, mee wil helpen. Maar het stuk heet ‘Aan de slag’ en onze reactie daarop hebben we niet voor niks ‘Samen aan de slag’ genoemd. Want hoe krijgen we dit voor elkaar samen met al die regio’s en gemeenten die elk hun eigen identiteit hebben. Hun eigen ambities, ook. Die willen voor hun inwoners voor nu en voor later goede leefomgevingen creëren. En dat is belangrijk. Want als je, zoals deze coalitie, wilt bezuinigen op de zorg, dan moet je er ook voor zorgen dat in de preventie, in onze leefomgeving, stappen worden gemaakt.’
En dat kan beter met beleid op lokaal niveau dan met landelijke regelgeving?
‘Ik denk dat dat elkaar niet hoeft te bijten. Nationale ambities kunnen heel goed lokaal of regionaal worden ingevuld. Maar weerhoud gemeenten er nou niet van om ambitieuzer te zijn dan wat het rijk op nationaal niveau wil. Op de ene locatie kún je ook ambitieuzer zijn dan op de andere. Als je nationale regels gaat vaststellen, dan maak je regels die door de zwakste broeder gehaald moeten kunnen worden, als een soort bottom line. Maar zeker voor rijkere gemeenten is het heel simpel om lokaal méér te doen aan verduurzaming, ook vanuit de lokale democratisch gelegitimeerde ambities. Dus, ja, ik geloof in rijksbrede regels als bottom line. Maar laat ook onderzoeken of je kunt werken met hogere ambities, zonder daarbij de voortgang in het bouwproces te vertragen. Die opgave moeten rijk en gemeenten samen vormgeven.’
Ik denk dat je de commissies ruimtelijke kwaliteit daarbij keihard nodig hebt
In het coalitieakkoord staat: ‘Gemeenten stellen een zo duidelijk mogelijk ruimtelijk kwaliteitskader vast met gestandaardiseerde regels, waarmee het werk van welstandscommissies overbodig wordt.’ Hoe leest u die zin?
‘Daar hebben we afgelopen weekend intern veel over gehad. Kijk, in een utopie hoeft een gemeente bij de vergunning niet meer te controleren of de ingediende plannen wel goed zijn. Want dan voelt iedereen zich verantwoordelijk voor een goede omgevingskwaliteit en voor aandacht voor de generaties na ons. Dan worden er alleen nog maar goede plannen aangeleverd en hoef je dus ook het gesprek niet meer te voeren of het wel past binnen de democratisch gelegitimeerde ambities. Maar dat is, en blijft, een utopie. Je kunt over omgevingskwaliteit met initiatiefnemers en ontwikkelaars de beste afspraken maken, maar daarna wordt er gerekend en getekend en moeten er economische afwegingen worden gemaakt. Dat proces zul je moeten monitoren en bij wijzigingen wil je het gesprek kunnen voeren. Past het nog wel binnen de afspraken die zijn gemaakt? Ik denk dat je de commissies ruimtelijke kwaliteit daarbij keihard nodig hebt. De capaciteitsproblemen zijn bij sommige gemeenten op dit moment ook zo groot dat de adviescommissies vaak de enige echte professionals zijn die met een initiatiefnemer over plannen in discussie gaan.’
Wat gaat u doen om het tij te keren?
‘We blijven dit geluid afgeven en laten zien dat kwaliteitsadviseurs waardevol werk doen, dat bijdraagt aan een goede volkshuisvesting. En met ons alle gemeenten en adviescommissies die er net zo over denken. We zullen samen blijven zoeken naar de beste manier om Nederland zo goed mogelijk klaar te maken voor de toekomst. En laten we daar kwaliteitsadviseurs bij inzetten op een manier die werkt.’
‘Welstand vertraagt niet’
‘Welstand wordt vaak weggezet als vertragend. In de praktijk is het omgekeerde waar. Goede kwaliteitsadvisering voorkomt slechte plannen, herstelrondes, bezwaarprocedures en rechtszaken’, schrijft Wouter van Riet Paap, lid van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van Lelystad op de website van de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit. ‘Welstand vertraagt niet, slechte plannen doen dat wel. Welstand is geen smaakpolitie of nostalgisch ritueel. Het is het moment waarop iemand namens de samenleving de vraag stelt of een gebouw hier klopt, of het voldoet aan wat we als maatschappij verwachten en wat de gevolgen zijn voor de omgeving. Dat gesprek vervangen door gestandaardiseerde regels is geen modernisering, maar het ontwijken van inhoudelijke verantwoordelijkheid.’

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.