De bouw van kleinschalige woonzorglocaties voor ouderen houdt geen gelijke tred met de snel stijgende vraag. Dat blijkt uit een analyse van ABN AMRO. Hoewel het aantal locaties de afgelopen vijftien jaar sterk toenam, is de groei de laatste jaren stevig afgevlakt.
Bouw zorgwoningen blijft achter bij vraag
De bouw van het aantal woonzorglocaties is in 15 jaar verdrievoudigd, maar blijft onvoldoende om de toekomstige zorgvraag op te vangen.
Verdrievoudigd
Inmiddels telt Nederland 715 kleinschalige woonzorglocaties, goed voor ruim 16.000 appartementen. Dat aantal is in vijftien jaar verdrievoudigd, maar blijft volgens onderzoekers onvoldoende om de toekomstige zorgvraag op te vangen. De stagnatie komt op een moment dat de behoefte aan dit type woonzorg juist snel toeneemt. Het aantal ouderen met een langdurige zorgvraag stijgt volgens prognoses van circa 172.000 in 2026 naar ongeveer 270.000 in 2040. Vooral de groep met een middelzware zorgvraag groeit sterk.
Zorg en ondersteuning
Juist deze groep, vaak ouderen met beginnende dementie of chronische aandoeningen, is aangewezen op kleinschalige woonzorg. Zij kunnen niet meer volledig zelfstandig wonen, maar hebben nog geen intensieve verpleeghuiszorg nodig. Kleinschalige woonzorglocaties spelen in op die behoefte. Bewoners wonen er in een huiselijke omgeving, met gemiddeld twintig tot dertig appartementen rond een gezamenlijke leefruimte. Zorg en ondersteuning zijn 24 uur per dag beschikbaar, met nadruk op persoonlijke aandacht en regie over het eigen leven.
De groei van het aantal locaties vlakt echter af door een combinatie van factoren. Zo is er een tekort aan geschikte bouwlocaties. Nieuwbouw wordt bemoeilijkt door schaarste aan grond, netcongestie en personeelstekorten. Daarnaast is er onzekerheid over toekomstige bekostiging. Het huidige systeem van extramurale zorgpakketten verandert vanaf 2028, waarbij het Volledig Pakket Thuis (VPT) plaatsmaakt voor een nieuwe leveringsvorm. Zorgaanbieders vrezen dat deze minder ruim wordt vergoed, wat investeringen risicovoller maakt.
Ook het contracteren van zorg verloopt niet overal soepel. Sommige zorgkantoren zijn terughoudend met nieuwe kleinschalige initiatieven, mede door leegstand in verpleeghuizen. Daardoor ontstaat een rem op uitbreiding, terwijl de vraag juist groeit.
Grote partijen
De sector is bovendien geconcentreerder geworden. De vijf grootste aanbieders bezitten inmiddels bijna de helft van de markt. Tegelijk blijft er een divers aanbod bestaan, variërend van kleinschalige zelfstandige aanbieders tot grotere organisaties met honderden appartementen. Die variatie sluit aan bij uiteenlopende woonwensen van ouderen. Van betaalbare studio’s tot luxere zorgvilla’s: kleinschalige woonzorg biedt meer keuzevrijheid dan traditionele verpleeghuiszorg.
De opkomst van deze woonvorm hangt samen met overheidsbeleid dat inzet op langer zelfstandig wonen. Verpleeghuiszorg wordt steeds meer voorbehouden aan mensen met de zwaarste zorgvraag. Kleinschalige woonzorg vormt daarmee een tussenvorm tussen thuis wonen en intramurale zorg. Tegelijkertijd legt het beleid meer verantwoordelijkheid bij ouderen zelf, die de woonlasten dragen. De zorg wordt vergoed, maar wonen en zorg zijn financieel gescheiden.
Regionale verschillen
De beschikbaarheid van kleinschalige woonzorg verschilt per regio. Provincies met veel ouderen, zoals Gelderland, Noord-Brabant en Zuid-Holland, kennen ook relatief veel locaties. Toch is het aanbod niet overal in overeenstemming met de vraag. Volgens de onderzoekers is betere afstemming tussen gemeenten, zorgkantoren en aanbieders noodzakelijk om nieuwe locaties van de grond te krijgen. Zonder die samenwerking dreigt het tekort verder op te lopen.
Het vorige kabinet stelde als doel om tot 2030 in totaal 290.000 ouderenwoningen te realiseren, waarvan 80.000 geclusterde woonzorgwoningen. De huidige stagnatie zet die ambitie onder druk.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.