Rijk en medeoverheden slagen er onvoldoende in om het juiste gesprek over balans op bestaande taken te voeren. Het duurt vaak te lang om inzicht te krijgen in de omvang en oorzaken van de disbalans, die zich op een taak manifesteren. Dit leidt tot frustratie aan beide zijden.
Verkenning moet overzicht medebewindstaken opleveren
Hoewel het kabinet eerder schreef geen overzicht te geven van medebewindstaken, moet een verkenning wel inzicht en een overzicht opleveren.
Betere informatiepositie
Dit erkent het kabinet, bij monde van minister van BZK Pieter Heerma, in antwoord op vragen uit de Eerste Kamer. Het demissionaire kabinet besloot in januari in reactie op twee adviezen van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) geen overzicht van medebewindstaken te verstrekken, tot onbegrip van de ROB. Wel kondigde het een verkenning aan ‘om te bezien hoe vormen van financiële en niet-financiële monitoring kunnen bijdragen om het gesprek over disbalans op bestaande medebewindstaken te verbeteren’. Die verkenning is inmiddels van start gegaan, schrijft Heerma. Hierin worden verschillende varianten uitgewerkt die ‘als doel hebben het inzicht in en overzicht van medebewindstaken te verkrijgen, versterken en borgen’. Hiermee zou de informatiepositie en -voorziening van zowel kabinet en parlement als van gemeenten en provincies moeten verbeteren.
Aanbevelingen zijn vertrekpunt
In de verkenning is aandacht voor de balans tussen ‘enerzijds de wens en urgentie om te komen tot een gezamenlijke feitenbasis en inzicht en anderzijds fundamentele uitgangspunten binnen het huidige stelsel, de gedecentraliseerde eenheidsstaat, zoals de eigen beleidsruimte en verantwoordelijkheid die medeoverheden daarin hebben alsook de beperking van de administratieve lasten voor medeoverheden’. Heerma ziet hiervoor niet alleen de aanbevelingen van de ROB als vertrekpunt, maar ook de daarop gebaseerde kabinetsreactie en het wettelijk kader van de Gemeente- en provinciewet en de Financiële verhoudingswet.
Concreet voorstel in zomer
De verkenning moet volgens de minister leiden tot een concreet voorstel waar de Eerste Kamer in de zomer van 2026 over wordt geïnformeerd. Het voorstel maakt onderdeel uit van een brede inzet van het kabinet en medeoverheden om te komen tot een goede samenwerking de komende jaren, vervolgt hij. ‘Het kabinet werkt hiertoe aan het opstellen van een Samenwerkingsagenda.’ De bouwstenen en adviezen uit het rapport ‘Samen bouwen aan resultaten’ van de Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen zal bij de vormgeving daarvan worden betrokken, zoals in het overhedenoverleg van 13 april jl. afgesproken.
Het risico bestaat dat de behoefte aan meer sturingsinformatie leidt tot meer centrale sturing en minder beleidsruimte. Dat vindt het kabinet ongewenst
Pieter Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)
Praktische bezwaren
Verderop in zijn brief van 27 kantjes geeft Heerma een toelichting op de keuze van het kabinet om het ROB-advies niet over te nemen. Hij wijst erop dat de ROB in de ogen van het kabinet een ‘cruciaal vraagstuk in de financiële verhoudingen’ aansnijdt, maar dat er ‘praktische bezwaren’ zijn voor het opstellen van een overzicht van medebewindstaken, de ambities hierin van het rijk en de kosten. Ook kan het op gespannen voet komen te staan met uitgangspunten in de verhouding tussen het rijk en gemeenten en provincies. De wens tot gedetailleerde sturing vanuit het rijk en uitvoering van de controlerende taak door het parlement zorgt ook voor een toenemende behoefte aan bestuurlijke en financiële sturingsinformatie vanuit het parlement en het kabinet. ‘Hoewel deze behoefte verklaarbaar is, bestaat het risico dat dit tot meer centrale sturing leidt en minder (ervaren) beleidsruimte. Dat vindt het kabinet ongewenst.’
Dynamiek over taken en bedragen
Eerste Kamerleden willen graag een toelichting op de mening van het kabinet dat meer inzicht in de gemeentefinanciën noodzakelijkerwijs samengaat met gedetailleerde sturing, terwijl de ROB dit verband in zijn advies niet legt. Volgens Heerma heeft het kabinet niet willen stellen dat meer informatie noodzakelijkerwijs samengaat met gedetailleerde sturing. ‘Maar wijst wel op de dynamiek die tussen een minister en de Kamers kan ontstaan, wanneer een nadrukkelijkere koppeling wordt gelegd tussen bepaalde medebewindstaken en beschikbaar gestelde bedragen.’
Grote hoeveelheden Kamervragen
De behoefte aan informatie zou kunnen leiden tot ‘grote hoeveelheden Kamervragen’ over ‘in feite gemeentelijke aangelegenheden’. Aangenomen moties die vragen om meer sturing zou de beleidsvrijheid van gemeenten kunnen inperken. Aangezien Heerma die vrijheid moet bevorderen, neemt hij deze dynamiek mee in zijn afwegingen. Heerma erkent dat het onvoldoende lukt en het vaak te lang duurt om inzicht te krijgen in de omvang en oorzaken van de disbalans in een medebewindstaak. ‘Dit leidt tot frustratie aan beide zijden.’ Er kunnen volgens hem wel situaties zijn, waarin er behoefte is aan een gedetailleerder inzicht in kosten en benodigde middelen. ‘Zo kan het gesprek over toereikendheid en voortgang op gezamenlijke opgaven beter worden gevoerd.’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.