Enkele inwoners van Papendrecht vinden dat de verkoop van een stuk gemeentegrond aan een overbuurman riekt naar favoritisme. Kreeg hij een voorkeursbehandeling toen hij dat perceel wilde kopen voor woningbouw?
Gemeente mocht grond verkopen aan ambtenaar
'In de clinch' is een rubriek waarin jurist/columnist Michel Knapen actuele zaken in het ambtenarenrecht belicht.
Een man woont naast een stukje gemeentegrond. Een deel daarvan verhuurt de gemeente aan een paardenhouder (dit is nu een paardenbak), het andere deel bestaat uit gras en enkele bomen. De man wil dit stukje groen kopen om er twee woningen op te bouwen. Omwonenden krijgen een brief over de mogelijke verkoop. Ze worden erop gewezen dat de gemeente potentiële kandidaten moet laten meedingen in een openbare selectieprocedure, behalve als er slechts één serieuze kandidaat is.
De kavel zelf is te smal voor woningbouw maar dat kan wel als het een geheel wordt met de naburige grond van de man. Daarom is hij de enige serieuze kandidaat. Bezwaar tegen de voorgenomen verkoop is niet mogelijk omdat het een privaatrechtelijke rechtshandeling betreft.
Twee overburen laten weten ook interesse te hebben maar de gemeente houdt vast aan de man als enige gegadigde. Vervolgens dagvaarden zij de gemeente, en met succes. De voorzieningenrechter verbiedt de gemeente het perceel zonder mededinging aan de man te verkopen, zelfs nu deze de enige serieuze gegadigde is. Volgens de overburen en ook de rechter bestaat de indruk dat de gemeente in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft gehandeld, wat onrechtmatig is. Mogelijk is ‘favoritisme’ in het spel, vindt de rechter. Reden: de man is gemeenteambtenaar. Tegen die uitspraak gaat de gemeente in hoger beroep.
Er is voldaan aan de criteria van het Didam-arrest
Deze kwestie verwijst naar de zogenoemde Didam-rechtspraak. Daarin oordeelde de Hoge Raad als volgt. Uit het gelijkheidsbeginsel vloeit voort dat een overheidslichaam dat van plan is een onroerende zaak te verkopen, (potentiële) gegadigden de kans moet bieden om mee te dingen. Het overheidslichaam moet objectieve, toetsbare en redelijke criteria opstellen aan de hand waarvan de koper wordt geselecteerd. Het overheidslichaam mag overgaan tot onderhandse verkoop zonder mededinging, indien bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt.
In de gemeentelijke criteria stond dat de koper op de kavel enkele woningen zal realiseren en die woningen moeten vanaf dat perceel toegang hebben tot de openbare weg. ‘Onredelijke’ criteria, zeggen de overburen. Zij hadden dit perceel willen aankopen om een vrij uitzicht te behouden op de bomen aan de overkant van de straat. Het Haagse hof oordeelt in hoger beroep dat woningbouw een redelijk criterium is.
De gemeente stimuleert burgerinitiatieven om woningen te bouwen. De overburen lieten niet zien dat zij dit ook zouden willen, wat ook problematisch zou zijn vanwege de beperkte afmetingen van het groenperceel. Het wordt groot genoeg als het wordt samengevoegd met de grond van de ambtenaar. Alleen via zijn huidige grond kan het groenperceel worden ontsloten naar de openbare weg.
Dat de gemeente de paardenbak ook maar moest verkopen aan de overburen, zodat het perceel groot genoeg zou zijn voor woningbouw, gaat de gemeente te ver. Daarmee was de ambtenaar de enige serieuze gegadigde. Er is voldaan aan de Didam-criteria, die de bedoeling hebben (de schijn van) favoritisme te voorkomen. Dat is hier dan ook niet aan de orde, aldus het hof. De gemeenteambtenaar had op de besluitvorming van de gemeente tot gronduitgifte niet meer invloed dan andere inwoners. Hij kan gaan bouwen.
ECLI:NL:GHDHA:2026:349
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.