'In de clinch' is een rubriek waarin jurist/columnist Michel Knapen actuele zaken in het ambtenarenrecht belicht.
Gemeente Barendrecht kreeg deksel op de neus
Het bestemmingsplan dat Albrandswaard had vastgesteld, zinde buurgemeente Barendrecht niet. Die stapte naar de Raad van State.
Het bestemmingsplan dat de gemeente Albrandswaard had vastgesteld, zinde buurgemeente Barendrecht niet. Die stapte naar de Raad van State. Waarom kreeg zij de deksel op haar neus?
Gedoe in de polder, deze keer ten zuiden van Rotterdam. Bij de ontwikkeling van de Tweede Maasvlakte werd vastgelegd dat de leefbaarheid van de regio moet worden verbeterd. In het Bestuursakkoord over de uitvoering hiervan is afgesproken dat de provincie Zuid-Holland 750 ha natuur- en recreatiegebied realiseert. Dit zou ook moeten plaatsvinden in de gemeente Albrandswaard. Plannen voor hoogwaardige akkernatuur – die hand in hand gaat met recreatie en landbouw en die past bij het cultuurhistorisch polderlandschap – zijn neergelegd in het ‘Streefbeeld’ en in het bestemmingsplan.
Buurgemeente Barendrecht heeft grote moeite met het plandeel met horecabestemming voor de locatie Graaf van Portland. Dit ligt in het oosten van het plangebied, tegen de Barendrechtse Koedoodhaven. Komt er horeca op de Graaf van Portland, dan wordt horeca in de Koedoodhaven overbodig, vindt Barendrecht. Ook vindt deze gemeente dat in het plan van de buren onvoldoende parkeerplaatsen zijn opgenomen. Barendrecht hoopt dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de gemeentelijke burenruzie kan beslechten.
Al snel in de procedure laat Barendrecht weten: we hadden niet namens de gemeente als rechtspersoon beroep moeten instellen, maar namens het college van burgemeester en wethouders als bestuursorgaan. Maar nu de gemeente dit verzoek na de beroepstermijn indient, is zij daarmee te laat. Het blijft de gemeente die appelleert. Die verzet zich tegen de aspecten verkeer, parkeren, de vraag of er behoefte is aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling op de locatie Graaf van Portland en of een horecagelegenheid daar in overeenstemming is met het Streefbeeld.
Barendrecht heeft geen eigen grond binnen het plangebied
Volgens Albrandswaard is dit beroep niet-ontvankelijk, omdat de gemeente Barendrecht geen belanghebbende zou zijn. Alleen een belanghebbende kan in beroep. In de Algemene wet bestuursrecht staat wie belanghebbende is: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
In de Wet ruimtelijke ordening is een goede ruimtelijke ordening als belang aan de gemeenteraad toevertrouwd, maar het is ook een belang van het college van burgemeester en wethouders. Maar het beroep is ingesteld namens de gemeente Barendrecht en niet namens de raad of het college van Barendrecht. De raad of het college zouden dus belanghebbende kunnen zijn want die gaat immers over de ruimtelijke ordening. Maar die heeft geen beroep ingesteld. De vraag is dan: heeft de gemeente Barendrecht als rechtspersoon ook een rechtstreeks belang bij het bestreden besluit? Om die vraag te beantwoorden moet worden gekeken of de gemeente rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het bestemmingsplan van de buren toestaat. De gemeente Barendrecht moet dan worden getroffen in eeneigen, persoonlijk, objectief bepaalbaar enactueel belang.
De Afdeling constateert dat de gemeente Barendrecht geen eigen grond heeft binnen het plangebied of eigen grond met een recreatieve bestemming rondom de Koedoodhaven. En als er al een horecavoorziening komt op de Graaf van Portland, dan wil dat niet zeggen dat Barendrecht ook niet zelf een horecavoorziening in haar gemeente kan realiseren. Verder is ook niet gebleken dat er vermogensrechtelijke belangen van de gemeente Barendrecht zijn betrokken bij het plan waardoor een eigen belang van de gemeente rechtstreeks door het bestreden besluit wordt geraakt. De gemeente Barendrecht is in deze procedure geen belanghebbende en daarom is haar beroep niet-ontvankelijk.
ECLI:NL:RVS:2026:2564
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.