Polderen. De kunst van het samenwerken tussen groeperingen met verschillende belangen, met respect voor elkaars verschillende rollen en verantwoordelijkheden. Ooit ontstaan in de middeleeuwen om de neuzen dezelfde kant op te krijgen bij het bouwen van dijken en het droog houden van land, maar in de jaren ’80 en ’90 gehanteerd als sociaaleconomisch overlegmodel.
We gaan weer polderen!
Het lijkt welhaast een echo uit het verleden. Maar in het vrijdag gepresenteerde regeerakkoord is de term opeens weer aanwezig: polderen.
Als het ergens aan heeft ontbroken in de laatste paar kabinetten, is dat het wel. Vooral onder het rampzalige kabinet-Schoof kwamen alles en iedereen tegenover elkaar te staan. Landbouworganisaties tegenover natuurclubs, woningcorporaties tegenover de overheid, de rijksoverheid tegenover de decentrale overheden, burgers tegenover de lokale politiek, burgers tegenover elkaar.
Sinds de presentatie van het nieuwe regeerakkoord lijkt er enigszins een klein zuchtje van verlichting door het land te gaan. We gaan weer samenwerken. Aan de slag met de belangrijke uitdagingen waar het land voor staat. Het minderheidskabinet zal op ieder dossier samenwerking moeten zoeken met oppositiepartijen in de Tweede Kamer en met de Eerste Kamer. Belangenbehartigers van boeren en van het klimaat zullen elkaar moeten vinden om uit de stikstofcrisis te komen. Woningcorporaties met overheden en de verschillende overheidslagen met elkaar. Kortom: polderen, polderen, polderen.
Zorg, sociale zekerheid en oudedagsvoorzieningen zijn het kind van de rekening
De vraag is wel hoe lang het zuchtje van verlichting standhoudt. Want het regeerakkoord laat zien dat het vooral gaat om polderen over rechts. Er zijn tientallen miljarden nodig voor Defensie, Oekraïne, woningbouw en het stikstoffonds. En miljarden om bezuinigingen van het vorige kabinet terug te draaien, zoals op onderwijs en klimaatbeleid. Noodzakelijke bestedingen. Maar dat geld moet wel ergens vandaan komen. En waar dat precies vandaan moet komen, maakt het regeerakkoord meer dan duidelijk. De verzorgingsstaat moet er nog een stukje verder aan geloven. Zorg, sociale zekerheid en oudedagsvoorzieningen zijn het kind van de rekening. Verhoging van de eigen bijdrage, efficiencykortingen op zorgvoorzieningen, snellere verhoging van de AOW-leeftijd, halvering van de WW-duur.
Bedrijfsleven, grote vermogens en de hypotheekrenteaftrek, ze blijven onaangetast. De bezuinigingen op delen van de verzorgingsstaat worden in het regeerakkoord verpakt in termen als activerend beleid, buurtondersteuning en mantelzorg, inzet van preventie en het bevorderen van zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid. Maar die termen kunnen niet verhullen dat het gewoon om keiharde bezuinigingen gaat, die met name mensen in een kwetsbare positie zullen treffen. De vakbonden scherpen dan ook de messen en noemen de bezuinigingen op de sociale zekerheid onacceptabel.
We gaan weer polderen. Maar polderen houdt wel in dat de neuzen dezelfde kant op moeten komen te staan. Vooralsnog lijkt die kant zich sterk aan de rechterzijde van het politieke spectrum te bevinden.
Eric de Kluis

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.