Ondanks de groeiende investeringen in natuurbeheer gaat de biodiversiteit nog steeds achteruit. Hoe komt dat? Naast concrete milieuproblemen, zoals stikstof en verdroging, kampen we ook met een wezenlijk mentaal obstakel: nostalgie! We streven in veel natuurgebieden het landschap na van de paar eeuwen vóór 1950, voor de ruilverkavelingen, het kunstmest en het prikkeldraad. Dit landschap in stand houden, met de diersoorten die hieraan verbonden waren, kost ons jaarlijks honderden miljoenen. Zelfredzame, wilde natuur laat zien dat het ook anders kan. Steeds meer voorbeelden – zoals de dynamische riviernatuur in natuurgebied de Blauwe Kamer – tonen aan dat de biodiversiteit hoger is dan bij mensafhankelijke natuur.
De natuur is zelfredzamer dan we denken
Nostalgie maakt ons natuurbeleid nodeloos duur. Vergeet dat boerenlandschap en kies voor rewilding, betoogt ecoloog Pascal Peterman.
Ingrijpen in het spontane natuurlijke landschap door de mens startte toen de mens zich op vaste plekken ging vestigen. De wilde (spontane) natuur werd geleidelijk veranderd, vooral door de toename van akkertjes en hooilandjes; dit wijzigde ook de soorten. Eerst ontstond een landschap met kleinschalig boerenland, gunstig voor bepaalde vogelsoorten die ook op hooilandjes en kleine akkers broeden, zoals de tureluur en gele kwikstaart – nu boerenlandvogels genoemd. Ook ontstonden grootschaliger cultuurlandschappen met extensief grondgebruik, zoals het potstalsysteem, waarin bepaalde soorten toenamen, bijvoorbeeld reptielen in uitbreidende heischrale gebieden.
Vanaf 1950 verdwenen de heischrale gebruiksvormen en werden agrarische gebieden grootschaliger en intensiever bewerkt. Hierdoor nam de soortenrijkdom af van soorten die afhankelijk waren van door mensen gebruikte gebieden. Nu liggen natuurgebieden versnipperd in ons door mensen gemaakte landschap. Een deel van deze natuurgebieden (65 procent) wordt beheerd op historische wijze van grondgebruik en is in deze vorm mensafhankelijk. Bescherming van deze mensafhankelijke soorten is hier nu het doel, in plaats van voedselproductie.
Op 18 augustus 2026 moet Nederland het Nederlandse Natuurherstelplan indienen bij de Europese Commissie. Het is daarom nu – nu we nog tijd hebben om met ‘Europa’ te praten over beleid en plannen te maken – hét moment om een nieuwe visie op natuur(beheer) te maken. Visies over ruimtelijke veranderingen vanuit verschillende allianties om Nederland van het ‘stikstofslot’ te halen liggen al op de plank. Deze zijn goed bruikbaar, maar houden onvoldoende rekening met de kansen van zelfredzame natuur.
Meer zelfredzame natuur is verstandiger: het is veel goedkoper, weerbaarder tegen klimaatverandering en natuurbrand, de biodiversiteit gaat erop vooruit, en het is ook nog eens veel spannender om te beleven! Rewilding is hiervoor de methode, waarbij het herstellen van de negatieve effecten van menselijke activiteiten de eerste stap is; denk aan herstel van de natuurlijke waterhuishouding. Verder is het nodig dat de grote natuurgebieden in Nederland en Europa met effectieve, robuuste verbindingen gekoppeld worden, zoals in het plan Pan European Ecological Network. Daarna kunnen natuurlijke processen hun gang gaan – dat doen ze gratis. Kortom: meer gebieden rewilden voor minder mensafhankelijke natuur.
Veel mensen denken dat het relatief oude kleinschalige landschap van de eeuwen vóór 1950 het ecologisch optimum is voor biodiversiteit. Maar hierbij wordt geen rekening gehouden met de variatie die natuurlijke dynamiek veroorzaakt in wilde natuur. Daardoor is de biodiversiteit in deze natuur hoog en – zoals rewildinggebieden zoals de Millingerwaard laten zien – zelfs hoger. In rewildinggebieden worden we steeds verrast door onverwachte en onbekende dynamiek. De snelle strandwal‑ en rivierduinvorming in de Millingerwaard is bijvoorbeeld indrukwekkend.
En de soorten die gebonden zijn aan ons oude agrarische gebruik? De boerenlandvogels bijvoorbeeld, een verzamelnaam voor akker‑ en weidevogels. Deze vogels bestonden uiteraard ook voordat er boerenland aanwezig was in Nederland. Een actueel voorbeeld is te vinden in de actieve en verlaten bevermeren van de Königsbrücker Heide, waar in door bevers ontstane doorstroommoerassen ‘boerenlandvogels’ zoals tureluur en gele kwikstaart broeden.
Voor wijziging van de huidige – achteraf gezien dure en veelal teleurstellende – mensafhankelijke natuur naar meer zelfredzame natuur is opnieuw overleg met de Europese Commissie nodig. We zullen helder moeten uitleggen dat waar we altijd voor gingen niet zo slim blijkt te zijn. We kunnen laten zien dat mensonafhankelijke natuur beter werkt. We moeten eerlijk vertellen dat rewilding niet dezelfde biomassa aan boerenlandvogels oplevert als het voormalige kleinschalige boerenland, en ook niet de hoeveelheid reptielen van heischrale vegetaties. Rewilding laat zien dat de biodiversiteit groter is, maar qua soorten anders verdeeld. Het betekent waarschijnlijk ook dat een bepaalde zeldzame soort lokaal uitsterft of flink in aantal afneemt, maar daar komen nieuwe soorten voor terug.
Rewilding biedt een uitweg uit ons vastgelopen natuurbeheer. In plaats van miljoenen te steken in het kunstmatig in stand houden van een verdwenen boerenlandschap, krijgen we met meer rewilding zelfredzame, veerkrachtige, biodiverse en spannendere natuur terug die veel minder kost. Laten we daarom in Brussel niet langer vechten voor achterhaalde doelen, maar juist inzetten op een eerlijker én effectiever verhaal: zelfredzame natuur redt zichzelf.
Pascal Peterman, ecoloog

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.