Nederland staat onder druk door vijf dreigingen. Het grootste gevaar is dat de rol van georganiseerde criminaliteit in de samenleving toeneemt, terwijl de samenleving door eigen kwetsbaarheden steeds meer grip verliest.
Vijf dreigingen drukken op Nederland
Ondermijning tast op sluipende, vaak onzichtbare wijze de democratische rechtsstaat aan en vormt een dreiging voor de nationale veiligheid.
Sociaal vangnet
Dat blijkt uit het eerste Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland van het Strategisch Kenniscentrum Ondermijnende Criminaliteit. Ondermijning door georganiseerde criminaliteit tast op ‘sluipende en vaak onzichtbare wijze’ de democratische rechtsstaat aan en vormt een dreiging voor de nationale veiligheid, valt te lezen in het rapport. Het bieden van een sociaal vangnet is de eerste van de vijf dreigingen die het kenniscentrum onderscheidt: criminele samenwerkingsverbanden (csv’s) die alternatieven bieden voor maatschappelijke voorzieningen die voor burgers en bedrijven onvoldoende toegankelijk of beschikbaar zijn, zoals huisvesting, zorg, leningen of medicijnen.
Snel geld verdienen
De tweede dreiging is mogelijke olievlekwerking in de samenleving van betrokkenheid bij georganiseerde criminaliteit, zoals onder jongeren op middelbare scholen. Het rapport wijst op de financiële aantrekkingskracht die uitgaat van georganiseerde criminaliteit met de hang naar status en snel geld verdienen, de mogelijkheden die digitale platforms bieden voor het leggen van contacten en financiële, psychische en/of mentale kwetsbaarheden. Een derde gevaar is manipulatie, bijvoorbeeld in de vorm van oneigenlijke druk op het decentraal bestuur of ambtenarij, waardoor (on)bewust rekening wordt gehouden met criminele belangen in besluitvorming en taakuitoefening.
Cryptoplatforms en ondergronds bankieren
De vierde dreiging is het vinden van manieren om crimineel verworven geld wit te wassen. Csv’s maken niet alleen gebruik van traditionele bancaire infrastructuren, maar ook van nieuwe, mondiale en digitale financiële infrastructuren, zoals cryptoplatforms, en van ondergronds bankieren. De vijfde dreiging is de samenwerking van csv’s met statelijke of ‘ideologisch gemotiveerde’ actoren. ‘In de huidige geopolitieke context is het aantrekkelijk voor statelijke actoren om csv’s in te zetten als “instrument” in zogeheten hybride conflictvoering.’ Csv’s kunnen omgekeerd ook profiteren als zij diensten of producten leveren aan statelijke actoren. Een bekend voorbeeld van zulke samenwerkingen zijn Russische statelijke actoren met Russische cybercriminelen.
Een aanpak vanuit nationaal niveau kan alleen het gewenste effect hebben als zij gelijk opgaat met een lokale aanpak
David van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Systemische aanpak
Naar aanleiding van het rapport beveelt het Strategisch Beraad Ondermijning (SBO) aan om in te zetten op een ‘systemische aanpak’, waarbij duidelijk wordt in welke kwetsbare sectoren en branches de deuren voor criminele activiteiten openstaan. Ook moet ‘vol’ worden doorgegaan met de brede aanpak, van lokaal tot internationaal, van publiek tot privaat en van preventie tot repressie. Daarnaast adviseert SBO om zorg te dragen voor slim, wendbaar, adaptief en proactief overheidshandelen, dus inspelen op nieuwe trends en fenomenen en op geopolitieke en technologische ontwikkelingen. Daarbij moet criminogeen overheidsbeleid worden voorkomen door bij het maken van beleid en wetgeving, maar ook bij aanbestedingen en subsidieverlenging, in overweging te nemen welke potentiële kansen het biedt voor criminelen. Tot slot moeten beperkingen in de ondermijningsaanpak in de samenwerking tussen partners worden weggenomen.
Gelijk opgaan met lokale aanpak
In zijn ‘koersbrief’ die minister David van Weel van Justitie en Veiligheid bij het rapport naar de Kamer stuurde, concludeert hij dat de huidige aanpak van ondermijning de juiste is. ‘Maar als de huidige aanpak niet met kracht wordt doorgezet en op punten wordt geïntensiveerd of aangescherpt, zullen de vijf geschetste dreigingen op termijn bewaarheid worden en kunnen leiden tot maatschappelijke ontwrichting.’ Van Weel bouwt met drie gestelde prioriteiten voort op eerdere prioriteiten: een veilige en integere economie, het tegengaan van corruptie en de internationale aanpak. Randvoorwaarden voor een effectieve aanpak zijn volgens hem: een goede informatiepositie, effectieve samenwerking, doorzettingskracht en het benutten van nieuwe technologie. En: een aanpak vanuit nationaal niveau kan alleen het gewenste effect hebben als zij gelijk opgaat met een lokale aanpak, zoals op het gebied van preventie.
Nieuw anti-witwaspakket
Binnen de drie prioriteiten worden een aantal thema’s en activiteiten op korte termijn opgepakt, schrijft Van Weel. Voor de ‘veilige en integere economie’ zijn dat versterking van de weerbaarheid van transport en logistiek, het verstevigen van de aanpak van zorgcriminaliteit, versterking van de rol van de Kamer van Koophandel en de verdere implementatie van het nieuwe anti-witwaspakket. Voor het ‘tegengaan van corruptie’ moet de informatieveiligheid en de weerbaarheid van publieke dienstverlening tegen crimineel misbruik worden versterkt. Er zijn al maatregelen genomen om bij departementen en uitvoeringsorganisaties het autorisatiebeheer en de logging van gegevens te verbeteren. ‘Een volgende stap is actieve monitoring waarmee misbruik van systemen acuut opvalt en kan worden opgevolgd.’
Europese agenda
Onder de derde prioriteit ‘internationale aanpak’ gaat het om de versterking van de samenwerking en inzet in West-Afrika, het voorzetten van de samenwerking met een coalitie van acht Europese landen tegen georganiseerde criminaliteit (C8). Ook blijft het kabinet inzetten op het op de Europese agenda zetten van de bestuurlijke aanpak en op het ‘creëren van synergie’ in de aanpak met geopolitieke ontwikkelingen. De minister wijst erop dat het rapport laat zien dat ondermijning door georganiseerde criminaliteit een dreiging is voor de nationale veiligheid. ‘Verwevenheid van enerzijds criminelen en anderzijds statelijke of ideologische actoren kan de dreiging die uitgaat van afzonderlijke actoren voor de nationale veiligheid versterken. Maatregelen die bij de ene dreiging werken, kunnen ook als maatregel tegen de dreiging op andere vlakken werken. De komende periode gaan we op zoek naar waar we hierin effectiever kunnen zijn.’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.