Termen als 'regeneratief toerisme', 'circulair' en 'degrowth' worden breed omarmd door gemeenten en organisaties in de toerismesector, maar leiden in de praktijk zelden tot echte verandering. Dat concluderen onderzoekers van Hogeschool Inholland in het rapport Transitional Tourism, dat vandaag verschijnt. Ze waarschuwen voor 'transition-washing' en roepen beleidsmakers op daadwerkelijk door te pakken.
Toerismesector gebruikt transitietaal maar verandert nauwelijks
Gemeenten en toerismebureaus zeggen hoogwaardig toerisme te willen met aandacht voor leefbaarheid, maar dat streven blijft hangen in woorden
Mooie woorden
Voor het rapport spraken de onderzoekers met professionals uit de toerismesector in Nederland, België, Duitsland en Spanje en combineerden dat met literuuronderzoek van talloze rapporten op het gebied van Sustainable Development, Brede Welvaart en toerisme. Op basis daarvan concluderen zij dat de taal die wordt gebezigd weliswaar ambitieus is, maar de concrete strategieën blijven conventioneel. Gemeenten en toerismeorganisaties die verantwoordelijk zijn voor de promotie en ontwikkeling van toeristische bestemmingen sturen op betere spreiding van toerisme, het aantrekken van 'hoogwaardige' bezoekers die meer besteden, en verhoging van de toeristenbelasting. Volgens de onderzoekers worden echt fundamentele vragen zoals de vraag of een stad überhaupt gebaat is bij meer toeristen en wat dat mogelijk oplevert voor bewoners worden te weinig gesteld.
Bewust en in balans
Voor de Nederlandse situatie gaan de onderzoekers vooral in op het concept Brede Welvaart. Dat concept, ontwikkeld door de rijksoverheid en uitgewerkt door het CBS, wordt door gemeenten en het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC) ingezet als alternatief raamwerk voor toeristische sturing. Concepten als 'Bewuste Bestemming' en 'Bestemming in Balans' vertalen dit naar de lokale praktijk, met aandacht voor leefbaarheid, bewonersprofijt en ecologische draagkracht.
De onderzoekers plaatsen de meeste Nederlandse gemeenten in de categorie 'brede welvaart-verkenners'. Ze erkennen dat toerisme meer is dan een economische motor en betrekken bewoners soms via enquêtes, maar slagen er nog niet in dat te vertalen naar concrete KPI's of systemische beleidsverandering.
Een structureel probleem is dat toeristenbureau’s (DMO's) financieel afhankelijk zijn van gemeenten, die hun KPI's vaak traditioneel en kwantitatief houden: bezoekersaantallen, overnachtingen, bestedingen. Zelfs als een DMO verder wil gaan, ontbreekt de bevoegdheid om groei daadwerkelijk te begrenzen.
Sterktes en zwaktes
De onderzoekers benadrukken dat er geen universeel superieure aanpak bestaat. Elke methode heeft eigen sterktes en zwaktes, afhankelijk van de lokale context. Ze pleiten voor 'strategisch pluralisme', wat zo veel betekent als het bewust combineren van benaderingen die passen bij de fase waarin een bestemming zich bevindt. Een stad die kampt met overtoerisme heeft andere instrumenten nodig dan een gemeente die groei nog nauwelijks kritisch heeft bevraagd.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.