Wat doen politici écht achter de schermen? En hoe kun je dat als kersvers raadslid ook leren? In haar boek ‘De magie van de achterkamertjes’ beschrijft politiek coach Kiki Bakker aan de hand van zeventien interviews met (oud)-politici hoe het er in de raad en het parlement toegaat en legt ze uit hoe je politieke handigheid ontwikkelt. ‘Zelfreflectie is de allerbelangrijkste eigenschap van de politicus.’
‘Soms zijn achterkamertjes erg nodig’
In haar boek ‘De magie van de achterkamertjes’ pleit Kiki Bakker ervoor om mensen die onze democratie dragen en verdedigen ‘heel’ te laten.
‘We hebben politici nodig die zichzelf kunnen blijven en in het systeem overeind kunnen blijven’, schrijft Bakker in haar voorwoord. Met het boek wil ze uitdragen dat we de mensen die de democratie dragen en verdedigen vanuit hun politieke rol heel moeten houden. Ze interviewt zowel landelijke als lokale (oud-)politici, zoals Klaas Dijkhoff, Lisa Westerveld, Hanneke Steen en Marinka Mulder, en breekt een lans voor het mooie van de politiek. ‘We moeten er door en voor gaan lopen.’ Die interesse voor politiek begon in haar jeugd met de Nacht van Wiegel. Als student werd ze lid van de JOVD. Later werkte Bakker als vrijwilliger voor de VVD-fractie in Rotterdam en in de Tweede Kamer en op het partijbureau. De laatste 9,5 jaar coacht ze politici die vastlopen in de politieke dynamiek
Waarom verliet u de politieke biotoop?
‘Ik ben er in 2017 mee gestopt. Ik vond toen al dat er te weinig oog was voor wat het ambt met mensen doet. Eigenlijk zouden fracties ook een psychologisch medewerker moeten hebben om stoom af te blazen, zei ik wel eens voor de grap, want je moet ook voor je mensen zorgen. Daarom heb ik me laten omscholen tot coach. Het werd mijn drijfveer. In de politiek komen veel burn-outs, huwelijksproblemen, verstoorde werk-privébalansen voor. Om nog maar te zwijgen over wat de impact van een politieke crisis op iemand persoonlijk is.’
Voor wie schreef u dit boek?
‘Het idee voor het boek is ontstaan doordat ik tijdens de coaching regelmatig de vraag kreeg: hoe ontwikkel ik politieke handigheid? Hoe leer ik het vak? Ik denk dat die vraag voortkomt uit het feit dat mensen de termijn niet meer volmaken en de omloopsnelheid van politici steeds korter wordt. De vraag: hoe word ik hier nou goed in gaat over politieke effectiviteit. Kennelijk is er behoefte aan om die te vergroten. Ik wil de mensen die nieuw zijn sneller op stoom laten komen en de ervaren mensen helpen reflecteren op hun vak. En dan aan de hand van echte lessen en ervaringen. Ik heb de (oud-)politici gevraagd naar het concrete moment waarop ze het vak leerden. De tastbare momenten leverden mooie verhalen op. Ik wilde laten zien hoe mooi het ambt is, dat je het op je eigen manier kan doen en wat je voor elkaar krijgt als je samenwerkt. Daardoor werd ook de lezersgroep voor het boek tijdens het schrijven al groter. Ik hoor bijvoorbeeld van ambtenaren dat ze echt een inkijkje kregen in hoe het uitoefenen van invloed werkt.’
Zo’n veertig gemeenten maken geen gebruik van een algemene rekenkamer, terwijl dat de gemeenteraad enorm kan ondersteunen om het bestuur in evenwicht te houden
Uw boek heeft de titel ‘De magie van de achterkamertjes’. Waarom zien we die achterkamertjes eigenlijk niet? Waarom zien we alleen het toch vaak vrij slappe aftreksel in debatten voor de bühne?
‘Soms zijn achterkamertjes erg nodig. Een aantal verhalen in het boek laat dat zien. Als je bijvoorbeeld in het openbaar je standpunt wilt veranderen of toenadering wilt zoeken tot iemand, dan kan dat best spannend zijn in deze tijd met harde oordelen daarover. Zichtbaarheid bemoeilijkt dat. Soms is het proces gewoon gebaat bij even afstand nemen en rustig met elkaar verkennen zonder dat iedereen op je vingers kijkt: als ik dit doe, wat doe jij dan? Daar is politieke moed voor nodig. Je moet elkaar durven vertrouwen. Laten we het proces om samen tot uitkomsten te komen niet zo in de weg zitten en er veel trotser op zijn dat al we ergens de rust voor nemen, we met elkaar echt ergens komen. Maar we leven ook in een democratie en dus moet je achteraf wel transparant erover zijn en verantwoording afleggen.’
Werkt dit lokaal ook zo?
‘Nou, de landelijke trend van hoe we met elkaar omgaan, sijpelt ook door naar lokaal. Ik denk dan aan de hele stevige standpuntpolitiek waarin politici vooral iets “vinden” en hun rug recht houden, maar niet per se achter de schermen elkaar kunnen bereiken en toenadering kunnen zoeken, terwijl we het toch met elkaar moeten doen. En net als bij landelijke politiek hebben de achterkamertjes lokaal ook een slechte naam: gaat de coalitie achter gesloten deuren al alles aftikken voor ze naar de gemeenteraad komt?.’
Het populisme is vijfentwintig jaar geleden, sinds Fortuyn, een factor van betekenis geworden. Er moest een eind komen aan die achterkamertjes. Is dat dan ook een verbetering geweest, voor die transparantie bijvoorbeeld?
‘Populisme is een heel breed begrip. Mijn boek heeft als motto een citaat van Giuliani da Empoli: “Feit is dat, wat populisten ook zeggen, politiek een vak is en wel een van de moeilijkste.” Het is niet erg om heldere standpunten te hebben en die ook heel duidelijk te verkondigen, maar er is een heel groot ander onderdeel van het vak dat je moet kunnen: het politieke handwerk. Het verwijt naar echte populisten is dat ze alleen standpunten verkondigen en niet meer bereid of in staat zijn tot politiek handwerk. Ik hoop dat mensen in mijn boek juist wel die mogelijkheden daartoe zien, want je kunt niet zonder dat handwerk. Anders ben je alleen nog maar bezig met dat debat en daar vervolgens dan weer social media filmpjes van maken.’
Een vraag die je zelf stelt in het boek is: hoe werkt macht? Kun je die vraag nu ook beantwoorden?
‘Democratische macht is tijdelijk, want die wisselt weer na verkiezingen. Dat is een belangrijk uitgangspunt. In een democratie moet ook sprake zijn van machtsevenwicht. Dat doe je door tegenspraak of tegenmacht te ontwikkelen. Macht is niet iets slechts, maar neutraal. Dankzij tegenmacht komt de politiek tot betere besluitvorming. Dat leidt niet alleen tot breder draagvlak, maar dat horen we ook te doen om de geluiden van de minderheid af te wegen. Dat is een cruciaal element in hoe de democratie werkt. Zo’n veertig gemeenten maken geen gebruik van een algemene rekenkamer, terwijl dat de gemeenteraad enorm kan ondersteunen om het bestuur in evenwicht te houden. Ik zie democratie als een samenspel. En iedereen heeft daar een rol in. Maar die rol moet je wel snappen en oppakken. Hanneke Steen, een van de mensen die ik voor mijn boek sprak, was wethouder in Hengelo. Zij zei: “ik kan als wethouder iets willen, maar ik moet de raad ook de juiste instrumenten en informatie geven, zodat die zijn rol kan oppakken, zodat het in evenwicht komt”. Je staat namelijk niet tegenover elkaar, je staat allemaal aan de kant van de democratie.’
Juist in de politiek wil je dat beslissingen op het hoogste niveau in relatieve rust worden genomen
Welke handigheden heb je nodig in de politiek?
‘Het gaat om praktische wijsheid. Heb ik als raadslid een afwegingskader? En begrijp ik mijn rol en taak? En kan ik dat ook doen? Alleen schriftelijke vragen stellen, brengt je niet altijd ergens. Elke politicus, oppositie- of coalitie-lid, maakt elke keer opnieuw die afweging. De ene keer gaat het om zichtbaarheid, de andere keer moet je achter de schermen zijn, omdat je dan resultaat kunt boeken. Je kunt het ook fingerspitzengefühl noemen. Het is informeel, ongrijpbaar. Maar je kunt je eigen koers bepalen. Soms zie ik mensen “politiekje-spelen”, Klaas Dijkhoff noemt dat in het boek “larpen” (live action role play, WB). Dat is zonde. Ik geef daarom handreikingen. Hoe bepaal je je politieke kompas? Hoe weeg je dingen af? Het gaat dan bijvoorbeeld om empathisch leiderschap: eerst de ander begrijpen, voor jij begrepen wilt worden, zodat je de andere persoon echt kunt horen. En dan is niet één stijl de beste. Dat is het mooie van de politiek.’
Goed, dat kun je aanleren, maar hoe blijf je als politicus dan toch jezelf?
‘Je kunt empathie vergroten. Maar jezelf blijven is lastig. Het laatste hoofdstuk van mijn boek gaat niet voor niets over authenticiteit. De meeste politici hoeven zelf geen credits voor hun werk, maar zien toch graag dat er wel zichtbaarheid naar de partij gaat, want dan haalt die bij de volgende verkiezingen weer wat winst. Dat is ook een mechanisme. Maar tegelijkertijd: als je resultaat kunt halen voor je inwoners en ze zeggen dat je als een leeuw voor ze hebt gevochten, dan geeft dat politici wel voldoening en drive om dat te blijven doen. Niet alleen scoren dus. Ik denk dat je dan wel authentiek kan blijven. Authenticiteit is ook niet bij iedereen hetzelfde: de een is principieel, de ander pragmatisch. Dat kan allebei heel authentiek zijn.’
Je ziet dat er, ook lokaal, bij politici weinig ruimte is om te reflecteren.
‘Ja, hoe staat het met je politieke doelstellingen? Kijk daar eens per jaar naar. Maar er is ook weinig ruimte om te reflecteren op hoe ze dingen doen. Ben ik nog wel authentiek? Waar merk ik dat dan aan? Wat doe ik dan wel en niet en waar ben ik dan wel van mezelf afgedreven? Voor mij is zelfreflectie de allerbelangrijkste eigenschap van de politicus. Juist in de politiek wil je dat beslissingen op het hoogste niveau in relatieve rust worden genomen. En het kan wel degelijk, maar je moet het wel zelf organiseren. Je wilt grip houden op wat je wilt doen, op jouw kompas, en moet dat actief organiseren. En dat moet in je dagelijkse doen zitten. Je hebt afschakeltijd nodig. Een uur is dan niet genoeg, je hoofd moet ook echt de ruimte hebben. Zelfreflectie is een vaardigheid die je kunt ontwikkelen, maar je moet dat wel zelf willen.’
We moeten de mensen die de democratie dragen en verdedigen politiek heel houden, schrijft u. Wat bedoelt u daarmee?
‘Ik heb in tien jaar achter de schermen en ook de afgelopen negen jaar gezien wat de impact van dit vak is op mensen en ik denk dat we daar te gemakkelijk over doen. Er zijn 10.000 politici in Nederland die de democratie draaiende houden. Niet eens zoveel. Zij doen dat namens ons en voor ons. Maar er ontstaat wel een wij/zij-denken. Besef dat het een “wij” is, het zijn mensen en de politiek is van ons allemaal. Ik hoop dat dit besef doordringt tot de toetsenbordridders, omdat ze mensen anders beschadigen. Ik vind dat heel heftig. Mensen gaan weg. Er is veel verloop. Als je tussentijds cynisch weggaat, kom je ook niet elders terug en dan houd je dát verhaal. Ik wil voor mensen zelf niet dat cynisme overheerst bij hun vertrek. Maar we verliezen op zo’n moment meer dan één persoon. Ik vind dat een democratisch probleem, een probleem van ons allemaal.’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.