Iedereen vindt professionele tegenspraak belangrijk. Dat zeggen we tenminste. En terecht, want zonder tegenspraak wordt besluitvorming een monoloog. Toch loop ik keer op keer tegen hetzelfde ongemak aan: waarom is iets wat we allemaal omarmen in de praktijk zo lastig?
Van tegenspraak naar samenspel
Goede tegenspraak vraagt om vertrouwen aan beide kanten dat een ander besluit geen afwijzing is van de professional die het advies schreef.
Misschien zit het probleem al in het woord zelf. Tegenspraak. Het klinkt als twee mensen die als in een spaghettiwestern tegenover elkaar staan. Terwijl dat niet is wat we bedoelen. Woorden doen ertoe, dat weten we in dit vak als geen ander. En dit woord doet ons, denk ik, geen goed.
Want hoe voelt het voor een ambtenaar om zijn leidinggevende, of erger nog, een bestuurder, te moeten tegenspreken? Ik weet uit eigen ervaring: ongemakkelijk. Er hangt iets van risico in de lucht, alsof je de sfeer verpest of iemand persoonlijk aanvalt. En dat terwijl je alleen maar je vak uitoefent.
Andersom is het niet minder ingewikkeld. Een bestuurder heeft een politieke lijn, een ambitie, een verhaal richting de raad. Dat mag best afwijken van het ambtelijk advies, sterker nog: zo hoort het. De bestuurder bestuurt op basis van het advies van het ambtelijk apparaat, maar is daar niet aan gebonden. Maar probeer als bestuurder maar eens hardop af te wijken van een advies waarvan je weet dat het ooit, via een Woo-verzoek of een raadslid met scherpe vragen, openbaar kan worden. Dat vraagt lef.
Als ambtenaar moet je kunnen staan voor je advies, én kunnen loslaten dat het niet altijd wordt opgevolgd
Wat mij betreft zit de waarde van een goed ambtelijk advies niet in het gelijk krijgen, maar in het scherp maken van de keuze. Scenario's schetsen, risico's benoemen, ongemakkelijke vragen stellen, alternatieven zichtbaar maken. Daarna is het aan de bestuurder om, met dat materiaal in de hand, de bestuurlijke afweging te maken. Een advies waar een bestuurder altijd zonder wrijving mee uit de voeten kan, is geen scherp advies.
Goede tegenspraak vraagt dus om drie dingen: ruimte, respect en vertrouwen. Ruimte voor ambtenaren om onafhankelijk te adviseren, ook als dat schuurt. Respect van bestuurders om dat advies serieus te wegen, zelfs wanneer ze ervan afwijken. En vertrouwen aan beide kanten dat een ander besluit geen afwijzing is van de professional die het advies schreef.
Dat vraagt iets van ons allebei. Als ambtenaar moet je kunnen staan voor je advies, én kunnen loslaten dat het niet altijd wordt opgevolgd. Als bestuurder moet je tegenspraak kunnen waarderen, én je vrij voelen om er gegrond van af te wijken. Dat is geen tegenstelling. Dat is precies hoe het hoort te werken.
Misschien moeten we daarom om het woord zelf heen denken. Geen tegenspraak, maar samenspel: twee partijen op hetzelfde speelveld, met dezelfde opdracht, maar vanuit een andere positie en een ander perspectief. Bij samenspel win je niet door de ander te laten verliezen. Je wordt er allebei beter van, en het spel zelf wordt sterker. Het is dus geen tegenwerking, maar professionele samenwerking in optima forma. Maar eerlijk is eerlijk, ongemakkelijk voelt het soms wel.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.