Overslaan en naar de inhoud gaan

De democratie voorleven en voortstuwen

Hoe blijven we democratie voorleven en voortstuwen? In de Jan van Zanen-lezing pleit Marlies Honingh voor sociologische verbeeldingskracht.

Marlies Honingh
Marlies Honingh, bijzonder hoogleraar maatschappelijke bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht. - Foto: Ed van Rijswijk

Democratie komt tot stand in een samenspel waar mensen geloven in de kracht van communicatie en ruimte maken voor verbeelding, stelt Marlies Honingh, bijzonder hoogleraar maatschappelijke bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht, in de derde Jan van Zanen-lezing die zij vanmiddag uitsprak in het VNG-kantoor in Den Haag. ‘De werkelijkheid kan zich op verschillende manieren aandienen.’

Enkele dagen van tevoren liet Honingh Binnenlands Bestuur de tekst van de Jan van Zanen-lezing alvast inzien om daarna in een interview nader in te gaan op wat zij vindt als zij de democratie onder de loep neemt. Ze zoomt uit, richt haar oog op de dynamiek en interacties en kijkt tot slot naar de toekomst: hoe zorgen we dat we de democratie blijven voorleven en voortstuwen? Wat Honingh betreft gaat het bij de definitie van de ‘democratie’ om de democratische rechtsstaat, legt ze in het begin van haar lezing uit

Waarom is het zo belangrijk om dat te benoemen?
‘Het gaat tegenwoordig heel vaak over “dit wil de meerderheid” en “the winner takes it all”, maar het gaat ook om het beschermen van burgers ten opzichte van de overheid en elkaar. Die afspraken hebben we met elkaar gemaakt en zijn nodig om toe te komen aan het gesprek en ruimte te geven aan het idee dat we met elkaar van mening mogen verschillen en niet iedereen hetzelfde hoeft te denken. Dat is een beschermend aspect van de samenleving dat we met elkaar hoog moeten houden.’

Heeft u het idee dat dit nog steeds breed zo wordt gezien of dat het toch meer opschuift naar the winner takes it all?
‘Ik denk dat het heel erg nodig is om het te blijven zeggen. Zeker als je je verplaatst in het idee dat jij ook niet altijd het meerderheidsstandpunt zult hebben. Hoe wil je dan dat er met jou wordt omgegaan? Daarin zit een idee van medemenselijkheid dat volgens mij ongelooflijk nodig en wezenlijk is in een samenleving. Het is een cruciaal uitgangspunt.’

Democratische erosie is niet altijd zo eenvoudig te herkennen, zegt u even later. Wat bedoelt u daarmee?
‘Het gaat mij dan om het aantasten van de kernvereisten van de democratie, dus bijvoorbeeld formele instituties. Een bekend voorbeeld is de uitspraak: rechters zijn politiek geworden. Dat klopt niet. De politiek heeft zijn functie niet goed vervuld, de wetgeving is zwak en functioneert niet goed. Uiteindelijk moet de rechter dan een uitspraak doen. En dan zeg je: de rechter is politiek? Dat is een omkering. Zo tast je de onafhankelijkheid van de rechtsspraak aan.’

Enkel denken: als we ons maar aan de afspraken houden, dan komt het wel goed, is een te simpele weergave van de samenleving en te weinig om de democratie vitaal te houden.

Ze ziet het ook wanneer iemand in taal een opponent ontmenselijkt. ‘Die maakt het debat stuk of ontneemt democratische ruimte.’ Ook kan het gaan over een afname in betrokkenheid van burgers. Als voorbeeld geeft Honingh het instellen van eisen van professionaliteit als subsidievoorwaarde in de lokale kantine van een voetbalclub. ‘Degene die daar al jaren als vrijwilliger patat bakt, kent daar iedereen, maar heeft geen horecadiploma en dan mag die daar vanwege aangescherpte eisen niet meer staan. Zo organiseer je de sociale betrokkenheid er dus onbedoeld en als neveneffect uit. Dat is jammer, omdat bijdragen aan zelforganisatie zo belangrijk is. Dat zie ik ook als een vorm van democratische erosie’

Verder noemt ze het intern toezicht bij wonen, zorg en onderwijs. ‘Als dat alleen maar door professionals wordt gedaan vanwege specifieke expertise, is dan niet de vraag of de betrokkenheid en verankering afbrokkelt? Denk dan ook eens aan wat de positie in de samenleving is: wat betekent dit voor democratisch samenleven? De sensitiviteit om daarover na te denken, daar mag wel een tandje bij.’ Als laatste voorbeeld noemt ze ‘schaalvergroting in gemeenten’ die misschien wel betere dienstverlening oplevert. ‘Dat is legitiem, maar er is ook een bijeffect: je staat meer op afstand van burgers. Dat lijkt me niet wenselijk. Dat zijn allemaal kleine stapjes. Het is goed om die check scherp te hebben: wat is de doorwerking hiervan?’

En wie moet dat dan in de gaten houden?
‘Iedereen. Iedereen zou dat in de gaten moeten houden.’

In uw lezing zoomt u eerst uit om te laten zien welke elementen noodzakelijk zijn voor een vitale democratie. Wat ziet u dan?
‘Corresponderen de regels met de dingen die gebeuren? Doen we het nog steeds goed? Anders zijn we te gefixeerd op het bestaande. Je moet ook het perspectief hebben van: het kan anders. Geen alternatief hebben, is te beperkend. Het gaat over ideeën en samenleven, niet alleen over regels en procedures. Enkel denken: als we ons maar aan de afspraken houden, dan komt het wel goed, is een te simpele weergave van de samenleving en te weinig om de democratie vitaal te houden.’

Het mooie van de lokale democratie is de nabijheid van actoren

In de discussie over democratie zou het vaker over waardenvraagstukken moeten gaan, vindt Honingh. Fijnstof vindt ze een spannend vraagstuk. ‘Paasvuren mogen niet meer, omdat er teveel fijnstof vrijkomt. Dat is helder. Maar het waardenvraagstuk is: het is zo ontzettend belangrijk voor de gemeenschap. De technische waarde ten aanzien van het klimaat staat dan naast de sociologische waarde van de gemeenschap. Dat zijn twee perspectieven vanuit verschillend terreinen en daarmee is het ook een politiek vraagstuk. Beide perspectieven kun je respectvol behandelen. Zeggen “jullie snappen de wereld niet” helpt dan niet. Het is een politieke afweging, waarbij je je moet verplaatsen in de ander. Kun je nog respectvol zijn? Dat vraagt inlevingsvermogen. Dat vraagt het perspectief van de ander willen zien en het gesprek erover kunnen voeren. Zo zou ook de beeldvorming over en weer kunnen worden verbeterd.’

In het tweede deel van de lezing gaat het onder meer over macht en tegenmacht. ‘Op een betekenisvolle manier invulling geven aan tegenmacht vraagt om stevige positionering en om goed geïnformeerd te zijn’, schrijft u. Hoe moet je dat als, in dit geval de gemeenteraad, doen?
‘Nou, waren de stukken bijvoorbeeld op tijd? We weten uit onderzoek dat dat al een hele kluif is. Als gemeenteraad heb je altijd een achterstandspositie ten opzichte van het college. Maar andere partijen die nog meer op afstand staan, zijn ook gebaat bij een goede informatiepositie. Het feit dat lokale media in mindere mate aanwezig is, maakt dat kwetsbaar. En wat is de kwaliteit van de informatie op sociale media? Dat is ook een zorgpunt en kwetsbaar. Het is noodzakelijk dat partijen elkaar weten te vinden en soms ook samen kunnen optrekken als tegenmacht. Media kunnen er ook een zwieper aan geven. Maar het mooie van de lokale democratie is de nabijheid van actoren. Je kunt heel mooi zien hoe de maatschappelijke democratie en de politieke democratie elkaar kunnen versterken. Juist in het lokale is dat kansrijk.’

U geeft ook het voorbeeld van het referendum in Haaksbergen over de locatie van een azc. Waarom pikte u dat uit?
‘Ik vond dat een relevant voorbeeld tegen de achtergrond van de wettelijke kaders en de gevoeligheden. Je hebt te maken met de wet én kunt nadenken over hoe nu verder. De kritiek op referenda is vaak dat de vragen te simpel zijn, maar in Haaksbergen stelden ze vier vragen. Hiermee doe je recht aan de complexiteit van het vraagstuk en je legt het op het bordje van de burger. Je neemt ze serieus, maar schept geen valse verwachtingen. Die vier vragen doen ertoe. Ik vind het een eerlijke voorstelling van zaken. Inwoners worden serieus genomen en gewogen meningen worden meegenomen. Dat is een mooi voorbeeld, al staat of valt het inderdaad nog wel met de opvolging.’

U benoemt ook het fenomeen raadsakkoorden. Wat is de meerwaarde daarvan?
‘Het wordt gezien als iets heel innovatiefs, maar het is de vraag of je voorbij de klassieke patronen van partijen en coalities komt richting een bredere manier van besluiten die gedragen worden door de hele raad. Het gaat om het doorbreken van de bestaande dynamiek. Als je meer stem geeft aan andere partijen, wordt het gesprek ook anders. Er is nog een puzzel rond de causaliteit: waaróm gaat het anders? Een raadsbreed akkoord werkt ook niet overal op dezelfde manier. Soms helpt het als de raad voorheen erg gepolitiseerd was. Het is mooi om de context te laten zien en er niet alleen technisch naar te kijken. De democratie is een samenspel. Een raadsakkoord kan soms de scherpe randjes eraf halen en soms tot meer gedoe leiden. Het is echt mensenwerk.’

Het belangrijkste overheidsnieuws van de dag

Schrijf je in voor de Binnenlands Bestuur nieuwsbrief

We hebben soms nog wel een romantisch beeld van de democratie in het verleden, maar het is altijd een bumpy road geweest


‘Het normeren in situaties waar gewelddadig gedrag niet geschuwd wordt en waar angst aangewakkerd wordt, is niet eenvoudig’, zegt u verderop. ‘Normeren vraagt dan om meer. Het gaat ook om structureren en kanaliseren. Het afwijzen van gewelddadig gedrag en een lijn trekken is niet voldoende.’ Wat bedoelt u daarmee?
‘Bij rellen en protesten hoor je vaak de vraag of het demonstratierecht nog wel kan op de huidige manier. Maar is dat voldoende? Je kunt ook een ander frame noemen: dit is vandalisme of het zijn strafbare feiten. Je moet hier ook structureren. Brandstichting is echt iets anders dan demonstreren. Dat heeft weinig met demonstratierecht te maken. Wanneer dat niet klip en klaar is, blijft het gesprek steken bij het demonstratierecht. Dat is oneigenlijk.
Ik hoor de laatste tijd gelukkig dat publieke personen heel duidelijk normeren. Dat is noodzakelijk en het helpt. Maar als je normeert, houd je dan ook aan rechtsstatelijke principes, dus geen geweld gebruiken. En als je tegenstander dehumaniseert, dan mag je dat zelf niet ook doen. Veel politici geven in het normeren het goede voorbeeld. Die moeten dat blijven doen. Leg het demonstratierecht uit. Dat is ook een taak van wetenschappers, politici, ambtenaren en journalisten. En het voorleven is noodzakelijk.’

Tot slot pleit u voor sociologische verbeeldingskracht. Wat is dat eigenlijk?
‘Je kunnen inleven in dat een maatschappelijke ontwikkeling verschillende gevolgen kan hebben voor mensen in de samenleving. In de lezing gaat het over de stijgende gasprijs. De één denkt: ik ga nu investeren in een warmtepomp, terwijl anderen denken: ik ga nu samen met anderen koken. Of fastfood kopen. Er zijn verschillende uitwerkingen en je moet je dat kunnen voorstellen. Dat is het concept. Als je beleid maakt of politicus bent, dan heb je dat nodig. De werkelijkheid kan zich op verschillende manieren aandienen. Meestal heb je het plaatje van mensen die op jou lijken. De kunst is je bewust te zijn van vooroordelen, bereid te zijn je in de ander te verplaatsen en dat ook te bespreken met de ander. En houd er rekening mee in het maken van beleid, houd de uitwerking ervan in de gaten. Het gaat om een niet-machinale manier van naar beleid kijken.’

Nog even over dat voorleven en voortstuwen. Voorleven kan ik me wel voorstellen, maar hoe zit het nou met dat voortstuwen?
‘We hebben soms nog wel een romantisch beeld van de democratie in het verleden, maar het is altijd een bumpy road geweest. Er kwam vrouwenkiesrecht, een stem voor de natuur. We rekken met elkaar het denken over rechtvaardigheid op en ook over rechtvaardigheid ten opzichte van toekomstige generaties. We hebben een ander idee over wat rechtvaardigheid is dan vroeger. Er is dus ontwikkeling in de tijd. Het is niet statisch. Door dingen te agenderen of door te zeggen dat iets een publiek vraagstuk is en boven het individuele uitstijgt, kun je daaraan bijdragen. Blijf een trapveldje zien als iets publieks, als vraagstukken van óns, ook in het denken over verenigingen en het verwijzen naar het recht op zelforganisatie. Eigenlijk is dat een praktische uitwerking van wat filosoof Hannah Arendt de publieke ruimte noemt en die mag of moet zelfs worden ingenomen door burgers.’

Heeft u goede hoop dat het inderdaad die kant opgaat?
‘Democratie is echt heel waardevol. Dat wordt duidelijk als je in gesprek bent met mensen die leefden in andere regimes. Voor democratie moeten we ons hard maken. En of het de goede kant op gaat? Je kunt niet zonder hoop. Gedoe en frictie hoort erbij. Dat is ook dat sociologisch perspectief: er is nu weer meer aandacht voor de noodzaak van gemeenschappen en dingen samen doen. We moeten voorbij het doorgeschoten individualisme. We hebben het met elkaar op te lossen. We zijn relationele wezens.’

Het belangrijkste overheidsnieuws van de dag

Schrijf je in voor de Binnenlands Bestuur nieuwsbrief

Politiek-bestuurlijke sensitiviteit

Politiek-bestuurlijke sensitiviteit

Begrijp je hoe je effectief kunt navigeren in het complexe krachtenveld van belangen en politieke gevoeligheden? Ontwikkel je sensitiviteit en maak meer impact met je adviezen.

schrijf u vandaag nog in

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Melden als ongepast

Door u gemelde berichten worden door ons verwijderd indien ze niet voldoen aan onze gebruiksvoorwaarden.

Schrijvers van gemelde berichten zien niet wie de melding heeft gedaan.

Bevestig jouw e-mailadres

We hebben de bevestigingsmail naar %email% gestuurd.

Geen bevestigingsmail ontvangen? Controleer je spam folder. Niet in de spam, klik dan hier om een account aan te maken.

Er is iets mis gegaan

Helaas konden we op dit moment geen account voor je aanmaken. Probeer het later nog eens.

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heeft u al een account? Log in

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heeft u al een account? Log in