Recent verschenen in BB een bijdrage van de CdK in Noord-Holland, ‘een warmer welkom voor de burgemeester’, en een artikel van Henk Bouwmans, ‘geef elke burgemeester twee eigen medewerkers’. Ik sta kritisch sta tegenover beide voorstellen.
Maatwerk voor de burgemeester?
Een bijdrage van burgemeester Michiel Uidehaag als reactie op twee eerder verschenen artikelen in Binnenlands Bestuur.
Belangrijkste argument is dat de auteurs de vraagstukken teveel benaderen vanuit de waarnemingen zoals die door en over burgemeesters worden gedaan. Als we bijvoorbeeld denken aan onderwerpen als werkbelasting en bedreigingen, zijn dat geen vraagstukken exclusief voor burgemeesters. Raadsleden, wethouders en ook medewerkers van gemeenten ondervinden in toenemende mate ook de gevolgen ervan.
Als tweede zijn de omstandigheden op basis waarvan het openbaar is georganiseerd, behoorlijk veranderd sinds de basis ervan werd gelegd in 1848. Een lokaal georiënteerde samenleving, een lokaal georiënteerde criminaliteit, een gezin dat verhuisde omdat de man ander werk kreeg (en de vrouw thuis was), een loopbaancarrière waarbij de meesten lang in dezelfde functie bleven. Een samenleving die een stuk overzichtelijker was, en ook veel minder regels- en wetten kende. Dat is gelukkig niet meer.
In beide bijdragen is de benadering van het vraagstuk teveel vanuit het hier en nu en alleen voor de beroepsgroep burgemeesters. Daarmee rijst de vraag of de door hen geschetste oplossingsrichtingen echt gaan werken en ook voor langere tijd effectief zijn. Ik denk van niet. Daarbij is er een groot risico op een ‘waterbedeffect’, waarbij met hun voorstellen hooguit de burgemeester ontzorgd wordt.
De voorstellen bieden geen perspectief aan politieke partijen, raadsleden, wethouders en ambtenaren die in dezelfde omstandigheden en met veelal dezelfde problemen, ook aan het worstelen zijn. De voorgestelde oplossingen illustreren bovendien de ‘regelreflex’. Op het moment dat iets niet meer gaat zoals het hoort te gaan, moeten we ons zelf niet schuldig maken aan wat we als samenleving niet moeten willen: meer regels, zeker specifieke regels voor een zeer beperkt aantal mensen (342 burgemeesters), enerzijds. Anderzijds, meer mensen aannemen in een tijd van te verwachten economische tegenspoed en de toch al zware druk op de beroepsbevolking als gevolg van de vergrijzing, acht ik om die redenen onverstandig en niet duurzaam bijdragen aan het oplossen van de problemen.
We zullen met elkaar eerst de vraag moeten beantwoorden hoe we de overheid op termijn haar werk kunnen laten blijven doen en wat daarvoor nodig is. Onderdeel daarvan moet zijn hoe we met de taken van de burgemeester omgaan en welke optimalisaties in de ondersteuning er dan eventueel nog nodig zijn.
Michiel Uitdehaag, burgemeester Venray
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.