Veel burgemeesters trekken het niet meer. Die conclusie trok Binnenlands Bestuur vanwege het vroegtijdig vertrek van een vijftiental burgemeesters in 2025. Hoe oordelen experts en betrokkenen over het burgemeestersambt?
Veel taken een last of een zegen?
Veel burgemeesters trekken het niet meer. Die conclusie trok Binnenlands Bestuur vanwege het vroegtijdig vertrek van burgemeesters in 2025.
Burgemeestersambt anno 2026
Agnes Schaap, Theo Weterings, Wendy Verkleij, Bernd Roks, Petra van Harskamp, Liesbeth Spies, Bert Wijbenga-van Nieuwenhuizen, Iris Meerts en Sebastiaan van ’t Erve. Een greep uit een vijftiental burgemeesters dat in 2025 vroegtijdig afscheid nam van het burgemeestersambt. Er was geen gemeenschappelijke verklaring voor hun stoppen.
De redenen van vroegtijdig vertrek, zo bleek, hebben te maken met bedreigingen en intimidatie, de enorme druk op het ambt en de spanningen die dat geeft voor het persoonlijk leven van de burgemeester. Liesbeth Spies, die stopte als burgemeester in Alphen aan den Rijn en als voorzitter van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters (NGB), sprak bij haar afscheid de hoop uit dat de burgemeester niet nog meer taken krijgt: ‘De burgemeester is geen duizenddingen doekje.’
Wordt het de burgemeester te veel? Heeft de burgemeester te veel taken en rollen? Experts en betrokkenen verschillen van mening. Extra ondersteuning en onderzoek, door vertrek-interviews, zijn wenselijk.
Te veel van het goede
Een viertal spanningsvelden maakt het ambt van burgemeester complex en ingewikkeld. Vijf wetenschappers (Geerten Boogaard, Marcel Boogers, Bas Denters, Klaartje Peters en Hans Vollaard) zetten het in 2021 in Te veel van het goede op een rij.
Ten eerste, de rol van de burgemeester als voorzitter van het college van burgemeester en wethouders in combinatie met de rol van voorzitter van de gemeenteraad.
Ten tweede, de burgemeester heeft tot taak de integriteit van het lokaal bestuur te bevorderen maar het anderen de maat nemen wringt omdat de burgemeester van anderen, met name de raad, afhankelijk is voor herbenoeming.
Ten derde, de burgemeester krijgt van de landelijke overheid steeds meer openbare orde en veiligheidstaken waardoor zijn eigenstandige, onafhankelijke rol door politisering van die taken in het gedrang komt.
Ten vierde, de rol van burgervader en burgermoeder wringt met de openbare orde en veiligheidstaken. De wetenschappers bepleitten in hun rapport dat er gekozen moet worden, want alles bij het oude laten is geen oplossing voor de burgemeester. Het NGB en de VNG verzetten zich met succes tegen aanpassingen. Toenmalig CDA-minister van Binnenlandse Zaken, Bruins Slot, beperkte zich tot de introductie van een afwegingskader voor nieuwe burgemeestersbevoegdheden om het ambt ‘in balans’ te houden. Bovendien wilde zij werken aan de versterking van de rol van de burgemeester als raadsvoorzitter en hoeder van de lokale democratie.
Marcel Boogers, bijzonder hoogleraar Democratie en Transitie Universiteit Utrecht en senior-onderzoeker Necker: 'De aanstellingswijze van de burgemeester is een gedrocht'
‘Wat je leest in elk afscheidsinterview: burgemeesters klagen over de zwaarte van het ambt. In gesprekken met individuele burgemeesters hoor ik: het gaat zo niet meer. Toen wij opschreven in Te veel van het goede dat het te veel was, werd dat flauwekul genoemd. Burgemeesters kunnen prima alle bordjes in de lucht houden, was de opvatting. Maar wat je ziet is dat alle losse taken van de burgemeester bij elkaar te zwaar zijn geworden.’
‘Het zijn van raadsvoorzitter is ingewikkeld door de versplintering van raden en door onervaren wethouders. De burgemeester krijgt ook steeds meer openbare orde en veiligheidstaken. Ook de rol als burgervader/moeder is steeds drukker. Het vraagt allemaal veel meer dan zestig uur per week. Het geeft dus ook het vervelende gevoel dat je altijd achter de feiten aanloopt en dat je het dus nooit helemaal goed doet. En soms is het ook nog zo onveilig dat je niet meer met je eigen dochter over straat kunt lopen.’
‘Wat je kunt doen: maak een punt van de ambtelijke ondersteuning van de burgemeester zodat die een eigen staf heeft van minimaal twee medewerkers. Zeker in kleine gemeenten waar de burgemeester er alleen voor staat, kan dat helpen. Ik heb ook burgemeesterskringen mogen adviseren. Die kringen zijn vooral gezellig maar meer professionalisering is nodig: meer intervisie dus want dat is vrij beperkt.’ ‘Naast dit soort praktische punten ontkom je ook niet aan het stellen van meer fundamentele vragen. Een stevige burgemeester kan tegenmacht geven.
Hij kan wethouders tot de orde roepen. Het helpt dan als je een eigen mandaat hebt. Omdat de burgemeester zo afhankelijk is van de raad hadden wij voorgesteld na te denken over het teruggeven van de eigenstandige, onafhankelijke rol: toch weer kiezen voor de Kroonbenoeming of een directe verkiezing. Dat was vloeken in de NGB-kerk. Maar als je de tegenmacht van de burgemeester wilt verstevigen moet je juist checks and balances beter organiseren.
Je kunt niet doen of er niets is veranderd. De aanstellingswijze van de burgemeester is een gedrocht. Dat zie je ook in het lekken over procedures zoals in Tilburg. Er is geen transparantie en dat werkt niet meer. Verzin daarom iets anders of experimenteer met de gekozen burgemeester.’
Niels Karsten, universitair hoofddocent bestuurskunde Tilburg University, specialisme: het ambt van de burgemeester: ‘Het burgemeestersambt is een specialistisch, professioneel beroep’
‘Over het aantal stoppende burgemeesters ben ik niet verrast. Als je de seizoenseffecten – je ziet aan het einde van een raadsperiode altijd meer burgemeesters stoppen – meeweegt, blijft er niet een heel groot probleem over. Het is ook niet zo dat er over het geheel genomen een buitengewoon groot aantal burgemeesters is dat politiek ten val komt. In die zin heb ik geen fundamentele zorgen, ook al is elke bedreiging tegen een burgemeester er een te veel.’ ‘Het burgemeestersambt wordt steeds meer een specialistisch beroep, soms in een heel ingewikkelde context. De spreidingswet bijvoorbeeld heeft het de burgemeester niet gemakkelijker gemaakt. De burgemeester is verantwoordelijk voor de handhaving van de wet waar de gemeenteraad niet altijd om staat te springen.’
‘Er is een principiële discussie over of de burgemeester raadsvoorzitter moet blijven. In de praktijk is dat voorzitterschap behoorlijk goed te combineren met de andere rollen. Je ziet wel dat de taakopvatting van de burgemeester richting de raad beperkt is. Sommigen zijn heel ijverig in contact en overleg met raadsleden, andere burgemeesters beperken zich in die rol praktisch tot het evenredig verdelen van de spreektijd.’ ‘De hoeveelheid taken in het openbare orde en veiligheidsdomein is zo’n groot deel van het ambt dat de burgemeester erop wordt geselecteerd. Wat mij opvalt is dat er weinig burgemeesters zijn die zich tegen die toenemende OVV-taken uitspreken. In Majesteitelijk en Magistratelijk (rapport uit 2013 – red.) stelden we al vast dat veertig tot zeventig procent van de tijd van burgemeesters naar OVV-taken gaat.
Dat is alleen maar meer geworden. Er zit geen rem op. Wat je dus ziet, is dat de burgemeester opschuift richting dé functionaris als bestrijder van criminaliteit en ondermijning. Dat is echt een professionele rol geworden. De burgemeester wordt, ook al zeggen ze dat niet te willen, steeds meer een crimefighter. Hoe meer je die rol pakt, hoe meer je er op wordt aangesproken.’
De burgemeester wordt steeds meer een crimefighter
Niels karsten
Klaartje Peters, onderzoeker en bijzonder hoogleraar Lokaal en Regionaal Bestuur Universiteit Maastricht: ‘Hou exit-interviews met stoppende burgemeesters’
‘Je kunt de vraag stellen: hoe goed gaat het met het burgemeestersambt? En als het niet goed gaat, waar komt dat door? We hebben daar te weinig informatie over. Maar wat je ziet en hoort in gesprekken met burgemeesters: ze zeggen allemaal dat ze het zo zwaar hebben. Maar de burgemeester vindt zich ook de kampioen rollen combineren in het lokaal bestuur want burgemeesters verbinden iedereen.
De spanningen in het ambt zijn opgetekend in Te veel van het goede (zie kader- red.). Ik spreek oud-burgemeesters die mij vertellen: in dat rapport staat precies waarom ik ben vertrokken. Ik vind het opvallend dat het NGB dan doet alsof er niets aan de hand is. Het is een soort van machogedrag: wij ploeteren door!
Terwijl als je er van buiten naar kijkt zie je dat er minder sollicitanten zijn en meer burgemeesters die ermee stoppen.’ ‘In internationale vergelijkingen is altijd een pijnpunt dat onze burgemeester niet is gekozen. Ik sprak laatst nog met Douwe Jan Elzinga. Die noemt de rol en positie van de burgemeester een onopgeloste erfenis van de dualisering. De voorzitter van het controlerend orgaan kan niet de voorzitter van het te controleren orgaan zijn. Of het tot problemen leidt? Daarvoor is geen hard bewijs.’ ‘Ik mocht spreken op de afscheidsbijeenkomst van Aboutaleb met tientallen burgemeesters in de zaal.
In de discussie zegt een burgemeester: als het om mijn portefeuille gaat, draag ik het voorzitterschap altijd over aan de vicevoorzitter. Zijn conclusie, met instemming van de zaal: er is dus geen probleem. Maar het gaat niet om het voorzitten van een vergadering, het gaat om het instituut van het voorzitterschap van de raad!’
‘Wat maakt het ambt zo zwaar? Waardoor komt het dat burgemeesters een kortere zittingsperiode hebben en sneller stoppen? Je krijgt het als burgemeester op je brood als jij het de grootste partij in de raad lastig hebt gemaakt. Je positie wordt dan kwetsbaar. Wat is het effect van een hardere politieke cultuur? Ook daarover is meer onderzoek nodig. Het zou daarom heel goed zijn als er exit-interviews worden gehouden met gestopte burgemeesters. Ik zou denken dat commissarissen van de koning dit al doen maar ik heb daarvan nooit een analyse gezien.’
Hilde Westera, directeur Nederlands Genootschap van Burgemeesters (NGB)
‘Burgemeester ben je niet meer voor het leven’
‘Onze conclusie is niet dat er in 2025 veel burgemeesters zijn gestopt. Gemiddeld wisselen circa dertig burgemeestersposten per jaar van persoon. De redenen van vertrek zijn heel divers. De indruk wordt geschetst dat veel burgemeesters vertrekken vanwege agressie en intimidatie, maar dat is niet het geval. En niet bij elk vertrek is precies duidelijk wat de reden van vertrek is.’
‘De burgemeesters hebben veel op het bordje. Ze hebben diverse taken en bevoegd heden, maar die bevoegdheden zetten ze niet elke dag in. Het is een gereedschapskist die je tot je beschikking hebt.De burgemeester bevordert de integriteit, maar is niet verantwoordelijk voor de integriteit van elk raadslid of elke wethouder. Het is ook wethouders, raadsleden en anderen stimuleren om met elkaar te praten, om samen koffie te drinken als er vragen zijn rond integriteit. De rol van de burgemeester is ook het stimuleren van een cultuur waarin raadsleden en bestuurders zich vrij voelen om hun ervaring met agressie en intimidatie te delen en dat die weten bij wie zij terecht kunnen voor een luisterend oor, advies en ondersteuning.’
‘Burgemeester is een ambt dat je 24 uur per dag zeven dagen per week bent. Je kunt het niet parttime zijn. Maar je hoeft geen 24 uur per dag aan te staan. Wij adviseren burgemeesters bij voorbeeld om ervoor te zorgen dat ze de piketdienst draaien met locoburgemeesters. Burgemeesters erkennen dat hun ambt intensief is, maar dat is geen negatief oordeel. Als je kijkt naar het BPA-onderzoek geven burgemeesters zichzelf het cijfer 8,2 als het gaat om werkplezier.’ ‘Het ambt is complex en interessant tegelijk. Wij proberen ervoor te zorgen dat er niet te veel bevoegdheden bijkomen. Daarom hebben we ons ook ingezet voor een afwegingskader nieuwe bevoegdheden burgemeesters: als het rijk taken toekent aan gemeenten, dienen die in principe naar het college te gaan en alleen in uitzonderlijke gevallen naar de burgemeester.’
‘Het ambt is niet te zwaar, minder taken is niet nodig. Wat dat betreft staat onze lijn van vijf jaar geleden nog steeds. Diverse burgemeesters hebben tijd voor een of meerdere nevenfuncties naast het ambt. Wij juichen dat toe, want burgemeester ben je niet meer voor het leven. Het is niet meer zoals met Ivo Opstelten, dat je voor je dertigste burgemeester wordt en dat dan bijna tot je pensioen blijft doen.
De meeste burgemeesters zitten een of twee termijnen en gaan daarna wat anders doen: naar een andere gemeente, een functie in het maatschappelijk middenveld of in het bedrijfsleven.’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.