Gemeenteraad-kenner John Bijl heeft in alle uithoeken van het land raadsvergaderingen bijgewoond. Als directeur van het Periklesinstituut zag hij ongeveer elke gemeenteraad en elke provincie wel een keer vergaderen. Welke conclusies trekt hij na tien jaar observeren?
Essay: Tien jaar op de publieke tribune
‘Van voorleesdemocratie tot showdebat: ik zag het allemaal en elke vergadering was er even boeiend om’
‘Dus je gaat elke week bij een raadsvergadering zitten?’ ‘Ja’, antwoord ik. ‘Bij zomaar een gemeente?’ ‘Ja, dat is het idee. Gewoon elke keer een andere’, leg ik uit. De verbazing van mijn gesprekspartner lijkt niet afgenomen, want hij blijft even stil. ‘Vrijwillig!?’
Enthousiasme
Het was niet de eerste keer dat een reactie als deze volgde als ik vertelde wat ik wilde gaan doen. Ook politici en doorgewinterde raadsleden konden het enthousiasme voor het idee van De Mystery Burger niet meteen vinden. Zelfs Binnenlands Bestuur was er niet meteen voor te porren. Toch zou de column er vanaf maart 2012 wekelijks verschijnen.
Covid
Om met de deur in huis te vallen: tot aan dit jaar. De Mystery Burger stopt. Na 256 columns is het mooi geweest. Met een flinke onderbreking tijdens Covid – er werd immers niet vergaderd – en bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen heb ik bij elkaar meer dan tien jaar raadsvergaderingen in alle uithoeken van het land bijgewoond. Samen met de observaties bij mijn werk bij het Periklesinstituut zag ik ongeveer elke gemeenteraad en elke provincie wel een keer vergaderen. Niet dat ik ze zat ben. De eerste vergadering was net zo boeiend als de laatste. Deventer, maart 2012, bleek een mooie zoektocht naar de balans tussen een efficiënt vergadermodel en electorale verantwoordelijkheid. De laatste, Zeewolde in maart 2026, was een zeker zo interessante worsteling met het instrument motie vreemd aan de orde van de dag.
Vergaderproces
In al die tijd heb ik nooit een vergadering meegemaakt waar ik niets interessants over kon schrijven. De reden is eenvoudig: een raadsvergadering is gewoon hartstikke interessant. En niet alleen om de inhoud, maar ook om het vergaderproces. Voorzitters die iets té dicht bij de inhoud komen (Midden-Drenthe, 2012). Een wethouder die denkt dat-ie op z’n strepen kan gaan staan (Baarn, 2012), of een gemeenteraad die dat toelaat (Rheden, 2017). Collegevoorstellen die onvoldoende duidelijk maken waar het debat over moet gaan (Uitgeest, 2019). Raden die pas gaande de vergadering in de gaten krijgen waar ze mee bezig zijn (Druten, 2015). Maar ook de andere kant: als goede argumenten, een scherpe interruptie of één uitgestoken hand de besluitvorming ineens beter maken (Texel, 2013). Vergaderingen waar je het samenspel voelt tussen publieke emoties en bestuurlijke ratio (Provincie Zeeland, 2025).
Intimidatie
Goede betogen hoorde ik, met sterke argumenten. Maar ik zag ook de schaduwzijde: flutbijdragen, zielloze ‘woordmeldingen’, drogredenen, rituele dansjes en ja: intimidatie vanaf de publieke tribune (Voorst, 2025). Van voorleesdemocratie tot showdebat: ik zag het allemaal en elke vergadering was er even boeiend om. Toegegeven, bij de vergadering hóórt de inhoud voorop te staan. Maar de manier waarop een besluit wordt genomen is medebepalend voor de kwaliteit ervan. Democratie is immers government by discussion. Het debat is een bestuursinstrument. En in mijn ogen het belangrijkste wat het hoogste bestuursorgaan van de gemeente heeft.
Ondenkbaar
Een besluit alleen is dan niet voldoende. De democratische kwaliteit van een besluit zit ‘m niet in het feit dat een meerderheid vóór stemt, maar juist in de openbare afweging of zelfs wroeging die aan de stemming voorafgaat. Inwoners hoeven het uiteindelijk niet met een besluit eens te zijn. Sterker nog, het is ondenkbaar dat een gemeenteraad een besluit neemt waar iedereen het mee eens is. Maar inwoners moeten wel kunnen volgen welke argumenten zijn gewisseld, welke belangen tegen elkaar zijn afgewogen en waarom de raad uiteindelijk tot dit oordeel is gekomen.
Raadstaalbingotermen
Het liefst in herkenbare taal. Niet in de raadstaalbingotermen van beleidsstukken of collegeadviezen (Bernisse, 2014), maar in woorden die aansluiten bij de ervaringen en zorgen van inwoners. Volksvertegenwoordigers vertegenwoordigen niet alleen hun inwoners. Zij vertegenwoordigen ook argumenten en idealen waarmee die belangen in het openbaar worden gewogen. Juist die inzichtelijkheid maakt een democratisch besluit invoelbaar, ook voor wie aan de verliezende kant staat. Dat is geen communicatieve luxe; het is de kern van democratische legitimiteit.
Stemmachine
Een gemeenteraad is niet in de eerste plaats een stemmachine. De raadzaal is een publieke plaats waar een gemeenschap zichzelf hardop ziet nadenken — en dan pas bepaalt hoe belangen, idealen en zelfs maatschappijvisies worden afgewogen.
Politieke verschillen
Ook toegegeven, raadsvergaderingen staan daar niet alleen in. De raadsvergadering is het sluitstuk van een veel langer democratisch proces. Tegen de tijd dat de voorzitter de vergadering opent, zijn de eerste gesprekken vaak al weken of maanden geleden gevoerd. Ambtenaren hebben voorstellen voorbereid. Het college heeft keuzes gemaakt. Fracties hebben vooroverleg gevoerd. In besluitvoorbereidende commissie- of andere vergaderingen zijn onderwerpen verkend, vragen gesteld en politieke verschillen zichtbaar geworden.
Flinterdun plakje
Tenminste, als het goed is. In mijn columns beschreef ik maar een flinterdun plakje aan het einde van een politiek besluitvormingsproces. Maar juist in dat laatste bedrijf werd vaak zichtbaar hoe goed of slecht het hele proces daarvoor was verlopen. De raadsvergadering is ook een stresstest voor het politieke proces van een gemeentebestuur.
Te vaak zag ik tijdens de raadsvergadering de tekortkomingen van het bestuurlijk proces. Pas met politieke vragen aan de wethouder komt men er in de raad achter dat het voorstel van de wethouder eigenlijk niks voorstelt (Cuijk, 2012). Allemaal zaken die de besluitvormende raadsvergadering nooit hadden mogen halen.
Frustratie raadsleden
Als het goed is gebruiken de raadsleden de commissievergaderingen om met elkaar uit te zoeken waar de politieke meningsverschillen zitten en dus waar het debat over moet gaan. Zo niet, dan blijft het bij de zoveelste rituele verschijning met argumenten die al lang eerder – en wellicht beter – zijn genoemd. Vaak tot frustratie van de raadsleden zelf. ‘Voorzitter, we zijn de commissievergadering aan het overdoen’, zeggen ze dan. Als ik een euro had bedongen bij elke keer dat ik dat hoorde, had ik het gat in het gemeentefonds zelf gevuld.
Pars pro toto
Raadsvergaderingen zijn in zekere zin een pars pro toto van de besluitvorming. Ze vormen het laatste bedrijf van een proces dat vaak al maanden eerder is begonnen. Juist daarom verraadt een raadsvergadering veel van wat eraan voorafging. Fracties die hun eigen standpunt nog onvoldoende hebben doordacht? Let op aarzelende woordvoerders, onverwachte schorsingen of een tweede spreker die de eerste moet redden. Een college dat het politieke contact met de raad is kwijtgeraakt? Dan verandert de vergadering in een kruisverhoor van de wethouders, terwijl raadsleden elkaar nauwelijks meer bevragen, laat staan elkaars argumenten wegen. De vergadering gaat dan nog wel over het voorstel, maar steeds minder over de afweging.
Wat wel uitmaakt
De kwaliteit van een raadsvergadering laat zich daarom maar ten dele verklaren door de gekozen vergaderstructuur. De grootte of ligging van de gemeente had daar verrassend weinig mee te maken. Een van de ontdekkingen van veertien jaar Mystery Burger was misschien wel wat géén verschil maakte. Niet de politieke kleur van de gemeente. Niet of er fracties met landelijke partijnamen of van lokale lijsten zaten. Niet de grootte van een gemeente. Het is echt niet zo dat er in grotere gemeenten beter wordt vergaderd dan in kleine. Ik zag kleine gemeenten met debatten van een niveau waar menig grote stad jaloers op zou mogen zijn (Westervoort, 2016). En ik zag grote gemeenten die zich in procedurele verwarring of onderling wantrouwen vastliepen (Eindhoven, 2017). En andersom kwam net zo goed voor. De ligging maakt ook niet uit. Stedelijkheid of provinciaal, de kans op een goede of slechte raadsvergadering is er net zo groot.
Wat wel uitmaakt, is of alle bestuurders wel dezelfde verwachting hebben over wat politiek bedrijven ís. Het is wat soms bestuurscultuur wordt genoemd. Een containerbegrip misschien, maar het makkelijkst uit te leggen als een amalgaam van verwachtingen die gemeentebestuurders van en over elkaar hebben. Over de rol van de raad. Over de verhouding tussen raad en college. Over de manier waarop politieke verschillen worden uitgevochten.
John Bijl is directeur van het Periklesinstituut en schreef jarenlang als Mystery Burger columns voor Binnenlands Bestuur
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.