Twintig jaar geleden leidde de Rotterdamwet tot felle discussies over discriminatie en uitsluiting. Inmiddels vragen meer gemeenten om verlenging en is het ‘paardenmiddel’ onderdeel van een bredere wijkenaanpak. De omstreden wet lijkt daarmee een ander karakter te krijgen, zoals in Tilburg.
De Rotterdamwet wordt niet langer verguisd
De omstreden Rotterdamwet lijkt een ander karakter te krijgen, onder meer in Tilburg.
Wijk voor ‘onmaatschappelijken’
Petje op, brede armgebaren, hij rapt en kijkt stoer de camera in. Op het veldje voor de nieuwe jeugdbibliotheek Groenewoud in Tilburg wordt een TikTok-filmpje opgenomen. Een vriend dribbelt rond met de basketbal. De warmte – het is boven de dertig graden, code oranje – lijkt ‘m niet te deren. Verderop verzamelt een groep kinderen zich rond het waterpunt.
Dit is Groenewoud. Een wijk waar nogal wat zorgen over bestaan, vertelt wethouder Yusuf Çelik (PRO). Tot voor kort ging hij over ‘wijken en wonen’; nu heeft hij onder meer bestaanszekerheid en Tilburg Zuid, waar Groenewoud onder valt, in zijn portefeuille. ‘Mensen leven hier gemiddeld zeven jaar korter en leven ongezonder dan een wijk verderop’, zegt Çelik. ‘In sommige straten maakten hier nog niet zo lang geleden criminele families de dienst uit en werden nieuwe bewoners weggepest.’
De wethouder doet zijn verhaal in het kantoor boven de nieuwe jeugdbibliotheek, waar het stadsteam gevestigd zit. Dat laatste is niet voor niets. ‘Dichtbij’ en ‘presentie’ zijn cruciale termen hier. Belangrijk om het vertrouwen in onder meer de Vogeltjes- en Visserijbuurt terug te winnen. Deze buurten werden in de jaren vijftig specifiek aangewezen om de ‘onmaatschappelijken’ ofwel arme en ‘antisociale’ gezinnen te huisvesten. Dat stigma galmt op allerlei manieren door.
Noodkreet
Het is bijna tien jaar geleden dat de directeur van een grote woningcorporatie bij de gemeente aanklopte, vertelt Çelik: ‘Het loopt me hier in Groenewoud over de schoenen, was zijn boodschap. Overlast, criminaliteit, ondermijnend gedrag. Er moest iets gebeuren.’
‘Hek rond Rotterdam’, kopte het Rotterdams Dagblad destijds.
Die noodkreet was het begin van een intensieve gebiedsgerichte aanpak. Onderdeel daarvan: de inzet van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, beter bekend als de Rotterdamwet. Deze wet, vanaf dag één omstreden, werd in 2006 ontwikkeld op verzoek van de gemeente Rotterdam om meer grip te krijgen op de instroom in bepaalde wijken. ‘Hek rond Rotterdam’, kopte het Rotterdams Dagblad destijds. Mensen met een uitkering en een strafblad werden geweerd. Volgens tegenstanders was dat totaal in strijd met het gelijkheidsbeginsel. GroenLinks noemde het in een Kamerdebat ‘discriminatie in de zuiverste vorm.’ Ook de Raad van State was bijzonder kritisch over het nieuwe vestigingsbeleid. Maar het kabinet én Rotterdam zetten door. Later volgden andere gemeenten.
Tilburg behoorde in 2017 tot de eerste lichting gemeenten buiten Rotterdam die toestemming kreeg om de wet voor 74 woningen in de wijk Groenewoud toe te passen. De gemeente kon hiermee woningzoekenden ‘zonder inkomen uit arbeid’ weren (artikel 8), bepaalde groepen voorrang geven (artikel 9) én de komst van mensen met een geschiedenis van ernstige overlastgevend of crimineel gedrag tegenhouden (artikel 10).
Een paardenmiddel, noemt wethouder Çelik het. ‘We beperken mensen in hun grondrecht en daar moeten we beslist niet lichtvaardig over doen. Dit moet daarom alleen maar als sluitstuk van een hele aanpak worden ingezet.’
We beperken mensen in hun grondrecht en daar moeten we beslist niet lichtvaardig over doen.
Yusuf Çelik, wethouder Tilburg
Instroom van criminelen beperken
Groenewoud is aan het veranderen, laat de wethouder graag zien. In de fysieke omgeving, met de wijkteams achter de voordeur, meer aandacht voor jonge talenten. Dat betekent dus ook handhaven en optreden tegen overlast en ondermijning. ‘Vergeet niet dat dit van oudsher een overloopgebied was van mensen die in de stad niet konden aarden. Dat heeft zich generatielang ontwikkeld, dat verander je niet zomaar.’
Naast de selectieve woningselectie nam Tilburg nog meer onorthodoxe beslissingen: de gemeente kocht in 2017 het pand van een bekende leider van motorclub No Surrender. Een beruchte en zichtbare plek waar buurtbewoners vroeger liever een blokje voor om liepen. Inmiddels zit er Beter Groenewoud, een vrijwilligersorganisatie. Die aankoop was een belangrijk signaal naar bepaalde families in de wijk.
Door de instroom van criminelen te beperken, beschermen we juist ook onze inwoners tegen de invloed van verkeerde figuren.
Yusuf Çelik
‘Door de instroom van criminelen te beperken, beschermen we juist ook onze inwoners, juist onze jongeren, tegen de invloed van verkeerde figuren. We horen van buurtbewoners terug dat ze verandering zien. Natuurlijk gaat lang niet alles goed, maar er zit vooruitgang in’, aldus Çelik. Of dat te danken is aan de Rotterdamwet? ‘Dat is lastig vast te stellen’, erkent de wethouder. ‘Je kunt dit niet los zien van de totale aanpak.’
Ander karakter
De gemeente en de partners in de wijk zagen in ieder geval genoeg redenen om in 2020 en 2024 verlenging en uitbreiding aan te vragen. Het gebied is nu vergroot naar 775 woningen. Hij benadrukt dat de stad de wet inmiddels anders toepast; mensen in de bijstand zijn wel welkom in Groenewoud, alleen mensen met een strafblad of notoire overlastgevers worden nog geweerd. ‘Artikel 8 gebruiken we sinds 2024 niet meer. Dat kon ik niet motiveren en past ook niet bij hoe we in Tilburg naar mensen in de bijstand kijken.’
Tilburg is niet de enige gemeente waar de toepassing van de wet is veranderd. Ook Rotterdam, Dordrecht, Vlaardingen en Nissewaard weren uitsluitend nog bekende overlastschoppers en mensen met een crimineel verleden. Het hek is niet meer dicht voor mensen met een uitkering.
Het hek is niet meer dicht voor mensen met een uitkering.
De Rotterdamwet lijkt daarmee een ander karakter te krijgen. Toenmalig minister van Volkshuisvesting Mona Keijzer kondigde in mei vorig jaar aan dat de wet wordt omgedoopt tot Wet versterking leefbaarheid en veiligheid. En dat is niet de enige wijziging waar het kabinet aan werkt; gemeenten krijgen binnen de beoogde herziening artikel 10 meer ruimte om woningzoekenden te screenen en daaraan voorwaarden te verbinden.
Mensen die bijvoorbeeld eerder hulpverleners of wijkprofessionals bedreigd of geïntimideerd hebben, kunnen buiten de deur worden gehouden. Ook krijgen gemeenten het eerste recht om vastgoed aan te kopen om te voorkomen dat panden in verkeerde handen vallen. Het kabinet gaat gemeenten ook actief stimuleren om bestaande instrumenten binnen de Huisvestingswet, de Leegstandswet en de nieuwe Wet Versterking regie volkshuisvesting toe te passen om ‘de leefbaarheid’ te verbeteren. Naar verwachting gaat het wetsvoorstel aan het einde van het jaar in consultatie.
Niet overtuigd
Toch zijn veel wetenschappers – sociologen, geografen – niet overtuigd. Evaluatierapporten laten keer op keer zien dat de wet nauwelijks effect heeft op de leefbaarheid van een wijk. Twee jaar geleden schreven tien academici nog een opiniestuk met de titel: ‘Bewoners van de kwetsbaarste wijken hebben niets aan kunstmatige sociale menging’. Geograaf Sander van Lanen, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, is één van de auteurs. Hij blijft zich verbazen over hoe gemeenten ‘zonder enig bewijs’ hun toevlucht blijven nemen tot de wet. ‘Niet op basis van feiten, maar op basis van een gevoel.’
Hij wijst op de aannames die achter termen als kwetsbaar en leefbaar schuilgaan. ‘Wie is kwetsbaar? Wat is leefbaar? Daar zitten zoveel verschillenden definities achter. Leefbaar voor wie? Wat meten we dan? Kijken we alleen naar de data of gaan we ook in gesprek met de buurt.’
Het geloof in de sociale mix is heel hardnekkig.
Sander van Lanen, geograaf
Volgens Van Lanen is het een hardnekkige overtuiging dat een wijk minder leefbaar wordt als mensen met een lager inkomen bij elkaar worden gehuisvest. ‘Ook het geloof in die sociale mix is heel hardnekkig. We weten uit onderzoek dat die mix tussen arme en rijkere gezinnen zorgt dat de objectieve leefbaarheid wel omhooggaat. Door nieuwbouw gaat bijvoorbeeld de gemiddelde leeftijd van de huizen omhoog, maar als we kijken naar de sociaaleconomische positie van individuele inwoner? Dan is er geen effect.’
Maar gemeenten vinden het volgens Van Lanen makkelijker om het over ‘concentraties van armoede’ te hebben in plaats van het armoedevraagstuk op te lossen. ‘Het gaat meer over het verspreiden van problemen dan het oplossen.’ Wethouder Çelik kent de kritiek. ‘Ik heb niet zoveel met deze theoretische discussies, ik kijk naar de Tilburgse praktijk en naar alles wat we hier aan het doen zijn. Het gebied waar deze wet van kracht is, is maar een postzegel. Het gaat om nog niet eens 1 à 2 procent van onze woningvoorraad.’
Dit is een ingekorte versie. Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur 14 (inlog).
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.