We zitten deze weken weer volop in de lokale verkiezingscampagnes. En daarin wordt weer veel geld uitgegeven, onder meer om de opkomst te verhogen. En ook dit jaar zal dat grotendeels weggegooid geld zijn. Gemeenten en politieke partijen maken daarvoor steevast verkeerde keuzes.
Elke euro voor opkomstcampagnes is weggegooid geld
Politieke partijen richten zich op wijken waar hun kiezers wonen, waardoor gebieden met een potentieel hogere opkomst geen aandacht krijgen.
De laatste grote uitvraag naar de inspanningen van gemeenten voor een hogere opkomst vond tien jaar geleden plaats. Daaruit bleek dat dat vrijwel alle gemeenten aan ‘extra communicatie-inspanningen’ deden. Daarvoor werd in totaal meer dan drie miljoen euro uitgegeven. Van vrijwel al deze inspanningen was het meetbare effect op de hoogte van de opkomst nihil. Oftewel: wat gemeenten deden, maakte voor het verhogen van de opkomst eigenlijk weinig uit.
De vraag is echter of dat aan de gemeenten lag of aan de hardnekkigheid van de niet-stemmer. Laten we beginnen met de vaststelling dat de gemeenten beter zouden kunnen nadenken hoe ze met het belastinggeld omgaan. Het merendeel van de gemeenten bepaalde de keuze welke middelen in te zetten namelijk op basis van ‘wensen of opdrachten van de lokale politiek’ (85 procent) en/of ‘gewoonte’ (63 procent). Slechts vijftien procent van de gemeenten deed dat (mede) op basis van kennis of onderzoek.
Maar we moeten ook weer niet al te streng zijn. Uit (inter)nationaal onderzoek blijkt dat wat gemeenten en politieke partijen rondom de verkiezingen ondernemen sowieso beperkt effect heeft op de opkomst. Toch zijn onderzoekers ook hoopvol. Zo komen er steeds meer analyses beschikbaar die stellen dat je moet werken aan permanente campagnes en meer kennisoverdracht over de lokale democratie op scholen. En voor wat betreft de zes weken rondom de verkiezingen zouden gemeenten zich veel meer moeten richten op wijken of doelgroepen waar de opkomst laag is.
Gemeentebelangen worden ondergeschikt gemaakt aan partijbelangen
Gemeenten en politieke partijen vinden dat echter lastig. En als ambtenaren of colleges voorstellen voor dergelijke gerichte campagnes doen, worden ze vaak teruggefloten door de gemeenteraad. Daar heerst namelijk de vrees dat het verhogen van de opkomst in specifieke (achterstands)wijken of onder specifieke doelgroepen voor sommige partijen gunstiger uitpakt dan andere.
Die angst is niet onterecht, maar op die manier worden gemeentebelangen (zorgen dat zoveel mogelijk mensen stemmen) ondergeschikt gemaakt aan partijbelangen (zorgen dat mijn partij meer stemmen krijgt dan een andere). Politieke partijen staan dus ook niet te springen om volledig in dat gat te springen. Zij richten zich liever op wijken waar hun (potentiële) kiezers zitten. Het gevolg is dat bepaalde gebieden met in potentie een hogere opkomst nu vrijwel geen (extra) aandacht krijgen.
Een makkelijke oplossing voor de huidige lage opkomst is er niet, met uitzondering van het invoeren van de opkomstplicht of mensen betalen om hun stem uit te brengen. Dat het niet eenvoudig is om mensen naar de stembus te krijgen, betekent echter niet dat niets werkt. Kennisoverdracht, zoals op scholen, permanente campagnes, en, tijdens verkiezingen, vooral focussen op doelgroepen en wijken waar de opkomst laag is, zijn het meest kansrijk. Jammer dat gemeenten en politieke partijen dit nog te vaak nalaten.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.