Lang geleden was ik lid van een bestuurscommissie in mijn geboortestad. De plaatselijke krant publiceerde een interview waarin ik mij kritisch uitliet over het sociaal cultureel werk. Toen ik ’s avonds in een café met wat vrienden aan het borrelen was, hoorde ik aan de tafel naast me zeggen: ‘wat een naar mannetje is die Cees Vermeer’. Ik keek de spreker even strak aan. Er was geen enkele blijk van herkenning. We waren vreemden voor elkaar. Ik voelde me daarom niet aangesproken.
Aangesproken
Je hoeft je als ambtenaar alleen aangesproken te voelen wanneer iemand die jouw respect heeft zich direct tot jou persoonlijk richt.
Later in mijn leven kreeg ik als ambtenaar te maken met een inwoner die allerlei bizarre dingen over mij beweerde. Ik voelde me beledigd en vroeg het bestuur om te reageren. In een goed gesprek met het bestuur constateerden we dat sommige mensen het door hun respectloos gedrag niet verdienen dat jij je aangesproken voelt. Zwijgen is in dat geval verstandiger en kan majesteitelijk aanvoelen.
Kenmerkend voor een democratie is dat bestuurders in het openbaar aanspreekbaar zijn op de inhoud en uitvoering van het beleid en hierover verantwoording afleggen. Ambtenaren moeten daarentegen hun werk vrij kunnen uitvoeren, zonder druk dat zij publiekelijk worden aangesproken op hun adviezen of op individuele besluiten die zij in mandaat nemen. De ‘onzichtbaarheid’ van ambtenaren is nodig om bestuurders hun verantwoordelijkheid te kunnen laten dragen. En om te voorkomen dat ambtenaren zich onder druk gezet voelen om beslissingen te nemen die in strijd zijn met de regels.
Paradoxaal is dat de pleitbezorgers voor een kleinere overheid in gemeenteraden vaak de meeste vragen stellen en daarmee ambtenaren aan het werk houden
Ambtenaren kunnen zich niet in het openbaar verdedigen. Als ze dat wel zouden doen, dan suggereren ze dat zij erover gaan. Daarmee zetten zij het bestuur buitenspel. Tegelijkertijd zal niemand accepteren dat in een democratie ongekozen ambtenaren de dienst uitmaken. Per saldo zijn er alleen maar verliezers wanneer ambtenaren zichzelf publiekelijk gaan verantwoorden.
Sommige kiezers en gekozenen roepen dat er te veel ambtenaren zijn, die bovendien ook nog de verkeerde dingen doen. Dat mag. Maar ook hier voel ik me niet aangesproken. Het is een loze kreet. Want wil men dan minder kwaliteitseisen aan de omgeving, minder toezicht & handhaving, minder ondersteuning van inwoners? Het wordt wat pijnlijk wanneer de roep om minder ambtenaren uit de mond komt van politici die het liefst elke inwoner individuele aandacht willen geven. Paradoxaal is dat de pleitbezorgers voor een kleinere overheid in gemeenteraden vaak de meeste vragen stellen en daarmee ambtenaren aan het werk houden.
Bestuurders zijn in voor- en tegenspoed aanspreekbaar op het handelen van hun medewerkers. Wanneer er in het openbaar denigrerend wordt gesproken over wat jij als ambtenaar doet, dan zal het bestuur naar voren moeten stappen. Maar voorop staat dat je je alleen aangesproken kunt voelen wanneer iemand die jouw respect heeft zich direct tot jou persoonlijk richt.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.