Tieners die buiten Europa zijn geboren, lopen ruim veertien keer meer risico om te verdrinken dan leeftijdgenoten met een Nederlandse herkomst. Dat blijkt uit voorlopige cijfers over doodsoorzaken die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag publiceerde.
Verdrinkingsrisico bij kinderen met migratieachtergrond veel hoger
Kinderen met een migratieachtergrond zijn vaker afhankelijk van schoolzwemmen. Het aantal gemeenten dat dat aanbiedt, daalt echter gestaag.
In 2025 verdronken honderd inwoners van Nederland, van wie 37 procent een niet-Nederlandse herkomst had. Een jaar eerder, in 2024, kwamen 113 inwoners om het leven door verdrinking, van wie 27 procent een niet-Nederlandse herkomst had. In beide jaren verdronken daarnaast tientallen mensen die niet in Nederland woonden: 32 in 2025 en 39 in 2024.
Over de afgelopen tien jaar gerekend verdronken jaarlijks gemiddeld 93 inwoners, van wie 62 met een Nederlandse en 31 met een niet-Nederlandse herkomst. Daarnaast kwamen jaarlijks gemiddeld dertig niet-inwoners om, onder wie toeristen, tijdelijke arbeidsmigranten en mensen zonder verblijfsvergunning.
Risico veertien keer groter
Het verschil in risico blijkt het grootst bij de jongste leeftijdsgroepen. Van de 930 inwoners die tussen 2016 en 2025 verdronken, waren 57 jonger dan tien jaar en 53 tussen de tien en twintig jaar oud. Meer dan de helft van hen had een niet-Nederlandse herkomst.
Voor kinderen tot tien jaar die buiten Europa zijn geboren, is het verdrinkingsrisico ruim acht keer zo groot als voor kinderen met een Nederlandse herkomst. Bij tieners tussen de tien en twintig jaar loopt dat verschil op tot bijna veertien keer. Ook kinderen die wél in Nederland zijn geboren maar van wie de ouders afkomstig zijn van buiten Europa, lopen een verhoogd risico: voor deze groep is de kans op verdrinking vier keer zo groot.
Van de 296 niet-inwoners die de afgelopen tien jaar in Nederland verdronken, was 90 procent man en kwam ruim een kwart uit Polen. Bijna de helft van hen was tussen de 20 en 40 jaar oud.
Bijna allemaal in open water
De meeste verdrinkingen onder inwoners (78 procent) vonden plaats in open water, zoals sloten, rivieren, kanalen, plassen of zee. Bij niet-inwoners lag dat aandeel nog hoger, op 98 procent. Twee derde van de verdrinkingen waarbij bekend is hoe het slachtoffer te water raakte, betrof een val. Bij migranten gebeurde dit vaker tijdens het zwemmen: 40 procent, en bij migranten jonger dan twintig jaar zelfs 60 procent.
Zwemvaardigheid onder druk
De cijfers onderstrepen het belang van zwemvaardigheid, juist bij groepen die extra risico lopen. Eerder onderzoek van het Mulier Instituut laat zien dat kinderen uit gezinnen met een migratieachtergrond of een laag inkomen relatief vaak afhankelijk zijn van schoolzwemmen om een zwemdiploma te halen. Het aantal gemeenten dat schoolzwemmen aanbiedt of ondersteunt daalt echter gestaag: van ongeveer een derde in 2020 naar 23 procent in 2024. Ook op basisscholen zelf loopt het aanbod terug, van 26 procent in 2021 naar 21 procent in 2025.
Ook is het aantal openbare zwembaden in Nederland afgenomen. Sinds 2013 zijn er 66 zwembaden gesloten en 27 nieuwe gerealiseerd, waardoor Nederland in 2024 621 openbare zwembaden telt. Dat zijn er 39 minder dan in 2013.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.