Overslaan en naar de inhoud gaan

‘Onze excuses nemen de zorgvraag niet weg’

Nu overheden excuses hebben aangeboden voor het leed in de gesloten jeugdzorg, moet de aandacht naar opbouw van kleinschalige alternatieven.

Wethouder Dennis de Vries over de gesloten jeugdzorg
Dennis de Vries, de Utrechtse wethouder Jeugd en lid van de VNG-commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs. - Bas van Setten

Nu de ministeries van VWS en Justitie en Veiligheid, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Jeugdzorg Nederland gezamenlijk het boetekleed hebben aangetrokken voor het leed in de gesloten jeugdzorg dat onder hun verantwoordelijkheid plaatsvond, is de vraag: hoe nu verder? Binnenlands Bestuur sprak erover met Dennis de Vries, lid van de VNG-commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs en wethouder Jeugd in Utrecht.

Minister Mirjam Sterk van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport van Nederland heeft gezegd dat de overheid te lang heeft gewacht met excuses aan jongeren en jongvolwassenen in de gesloten jeugdzorg. Geldt dat ook voor gemeenten, die sinds 2015 verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de jeugdzorg?

‘Ervaringsdeskundige Jason Bhugwandass schreef twee rapporten over de misstanden. Voor mezelf sprekend zeg ik dat er na het eerste rapport al excuses van de overheid en andere partijen hadden moeten liggen. Verklaren waaróm het lang duurde kan ik wel deels. Na Bhugwandass’ eerste rapport heerste er vooral ongeloof. In de kern werden getroffen jongeren niet gehoord en geloofd. Vaak werd hen een schuldgevoel aangepraat: het ligt aan jou of jouw gedrag. Het begint ermee dat we kinderen een stem geven en die horen. Dat is een pedagogische verantwoordelijkheid, het éérste waar je mee begint. Ik mag hopen dat dit besef er nu is. Het excuus van vandaag helpt daar hopelijk bij, als eerste stap.’

Excuses liggen gevoelig in gemeenten. Een aanzienlijke minderheid van gemeenten heeft er moeite mee, juist omdat zij niet direct verantwoordelijk zijn voor kwaliteit van uitvoering – het toezicht ligt bij de Inspectie Gezondheid en Jeugd.

‘Vanuit gemeentelijk perspectief voelen we per definitie verantwoordelijkheid voor de uitvoering. Om die reden stonden we er vandaag als VNG. Ik wil wel graag wat context meegeven geven. De gesloten jeugdzorg is er in 2008 gekomen omdat we jongeren met een zorgvraag juist níet in een justitiële inrichting wilden plaatsen. We wilden passende hulp bieden. Daar zijn we onvoldoende in geslaagd, punt. De gesloten jeugdzorg deed meer slecht dan goed. In de praktijk leek zij meer op gevangenissen dan op zorg, met vergaande vrijheidsbeperkingen, onderdrukking en veel fysiek, psychisch of seksueel geweld. Deze ervaringen hebben diepe sporen nagelaten in het verdere leven van getroffenen.’

Vooralsnog is door het kabinet 12 miljoen euro uitgetrokken voor het herstelprogramma. Dat bedrag is niet bedoeld als financiële compensatie van het leed dat jongeren is aangedaan. Wie bepaalt waar die miljoenen aan worden besteed: de overheid en de instellingen? Of krijgen jongeren daar écht zeggenschap over?

‘We willen dat in samenspraak met jongeren bepalen. Dat hebben we overigens ook in de voorbereiding op het excuus van vandaag gedaan. Ervaringsdeskundigen van ExpEx (Experienced Experts, getrainde jongeren met jeugdhulpervaring, redactie) hebben meegedacht. Wij willen weten hoe zij herstel voor zich zien. Welke behoefte er is aan lotgenotencontact, met ruimte om ervaringen te delen, gehoord te worden en erkenning te krijgen? Voor ondersteuning van slachtoffers tot 35 jaar schakelen we procesbegeleiders in. Individuele compensatie of schadevergoeding maakt hiervan geen onderdeel uit. Er is nu een pilot herstel gaande tot eind 2026. Het rijk zorgt ervoor dat er vanaf 1 januari 2027 een volledig uitgewerkt aanbod is voor jongeren en nabestaanden.’

Het belangrijkste overheidsnieuws van de dag

Schrijf je in voor de Binnenlands Bestuur nieuwsbrief

‘Bij herstel is het goed te beseffen dat het niet gaat om een groep, maar om individuen. Zij hebben verschillende achtergronden en andere dingen meegemaakt. Ons antwoord heeft te maken met wat ze nú nodig hebben in het leven. Juist daar kunnen gemeenten een rol spelen. Bijvoorbeeld specifiek bij zorgvragen die er zijn onder de getroffenen, vragen rondom huisvesting of bestaanszekerheid. Het antwoord is persoonsafhankelijk. De vergelijking is wel gemaakt met gedupeerden van het toeslagenschandaal. Ook zij meldden zich lokaal, waar we keken hoe konden helpen. Zoiets kan ik me ook voorstellen bij kinderen en nabestaanden uit de JeugdzorgPlus. Ter vergelijking geef ik een praktijkvoorbeeld uit de stad Utrecht. Op het moment dat jongeren 18 worden, hebben ze meteen een probleem. Ineens wordt er van alles van ze gevraagd. Wij werken met het Housing First-concept. We regelen eerst huisvesting, een basisbehoefte. Doe je dat niet, dan vertaalt zich dat in een extra zorgvraag. Terwijl een dak boven het hoofd soms al veel oplost. Op zulke punten kun je als lokale overheid sturen.’

De zorg moet passen bij waar jonge mensen mee worstelen

Over naar de toekomst. Voor de afbouw van de gesloten jeugdzorg en de ombouw naar kleinschalige verblijfsvormen plus de ontwikkeling van andere alternatieven heeft het kabinet eind 2024 176 miljoen euro transformatiegeld beloofd voor zeven coördinerende gemeenten, in de vorm van specifieke uitkeringen (‘SPUK’). Hoe en door wie zal dat bedrag besteed worden?

‘Ik wil er vanuit gemeenteperspectief voor waken dat we op deze dag gelijk in een technische en politieke discussie belanden. Maar vooruitlopend daarop wil ik wel dit kwijt: de afbouw van gesloten jeugdzorg zal niet gratis zijn, eerder duurder. De zorg moet passen bij waar jonge mensen mee worstelen. Groepen worden kleiner, dus er is terecht meer aandacht voor individuen. Als je als gemeente verantwoordelijk bent voor de inkoop, komt vanzelf de vraag op tafel: wie is waarvan? Ook financieel.’

‘Ook moeten we nadenken over de grote verschillen tussen gemeenten, bijvoorbeeld in relatie tot ambtelijke capaciteit. Dan is er nog het vraagstuk van het vastgoed, dat omgebouwd moet worden. Hoe betalen we dat met elkaar? Ook daar zijn de SPUK-middelen voor bedoeld. Door het rijk is daar goed over nagedacht.’

De speciale uitkeringen zijn al in 2024 beschikbaar gesteld. Is er in de periode erna wat bereikt met dit geld?

‘Zeker weten. De voortgang verschilt wel sterk per landsdeel. Als ik kijk naar ons landsdeel, de context waarin ik mij als wethouder begeef, zien we dat er bijvoorbeeld in Maarsbergen een enorme afbouw is geweest, naar veel minder fysieke plaatsen. De plekken die er zijn, zijn in kleinere groepen. In die zin zien we echt beweging. Op andere plekken in het land zijn locaties gesloten. Wat ik echt als uitdaging zie, is dat de afbouw gelijkloopt met het ontwikkelen van alternatieve kennis en accommodaties, zodat je wel de juiste hulp kan bieden aan jongeren in een kwetsbare positie.’

Dat is interessant, want de gesprekken tussen coördinerende gemeenten en gesloten jeugdhulpaanbieders over het tempo van de afbouw van de gesloten jeugdhulp verlopen moeizaam of stagneren.

‘Vanuit mijn eigen regio kan ik daarover meepraten. In Midden-Nederland en ook Flevoland zijn we best ver met de afbouw. Maar zoals gezegd: er zijn vooralsnog onvoldoende alternatieven. En we willen wel de veiligheid van die jongeren waarborgen. In het hele land zie je dat er bijvoorbeeld dure één-op-één-trajecten worden georganiseerd, of dat jongeren met een begeleider in een huisje worden geplaatst, uit pure wanhoop. We willen niet van de ene ellende in de andere vallen. In de hoog-specialistische jeugdzorg komt van alles samen wat zeer spannend is. Daar zullen we vanuit gemeenten in het najaar scherpe gesprekken over moeten voeren met het rijk. Dus dat leg ik alvast hier op tafel. Stoppen met gesloten jeugdzorg kan niet zonder opbouw van goede, stevige alternatieven. Want jongeren in een kwetsbare positie zullen er altijd blijven.’

Het is onacceptabel dat je woonplaats bepaalt welke hulp je wel of niet krijgt

In april 2026 waren er 467 beschikbare plaatsen voor gesloten jeugdzorg en 350 jongeren verbleven daar op diezelfde datum. Er waren 656 nieuwe/gesloten plaatsingen (bron: NZa-monitor Gesloten Jeugdhulp). Hoe verhouden die getallen zich met het voornemen tot afbouw en uiteindelijk beëindigen van gesloten jeugdzorg?

‘Als er veiligheidsvraagstukken meespelen, heb je als overheid een taak. Er zijn jongeren met suïcidaal gedrag die zichzelf iets willen aandoen, of anderen. Er zijn ook jongeren die hoog forensisch gedrag vertonen, neigend naar het criminele. We hebben jongeren met internaliserend gedrag, die hun emoties en problemen naar binnen richten. Velen hebben enorme trauma’s, omdat ze van alles meemaakten in hun levens. Hoe gaan we om met deze kinderen en jonge mensen in een kwetsbare positie, aan wie we goede zorg verplicht zijn? Het is een zeer diverse doelgroep, dus één passende vorm van zorg is er niet. Dat we nu onze excuses aanbieden neemt de zorgvraag niet weg.’

Hoe wordt voorkomen dat waarin jongeren die beschadigd zijn, in welke mate dan ook, overal in het land verschillend behandeld worden?

‘Als lokale maar ook als landelijke overheid moet je normstellend zijn. Dat doen we door vandaag excuses aan te bieden. We benoemen expliciet dat we gaan stoppen met gesloten jeugdzorg en slopen artikel 6 uit de Jeugdwet. (Daarin staat dat minderjarigen of een jongvolwassene tot 18 of 21 jaar kunnen worden opgenomen in een gesloten jeugdzorgaccommodatie, redactie.) Daarmee zijn we er niet. Vooralsnog kan het afbouwen van gesloten plekken alleen hand in hand gaan met het ontwikkelen van voldoende en passende alternatieven. En dat moet een samenwerking zijn tussen gemeenten en het rijk. We moeten jongeren zoveel mogelijk thuis, in de context van het gezin en in hun omgeving, begeleiden. Niet op een plek ver van hun sociale context. Soms kan het niet anders, vaak hoeft dat niet. Het is een opdracht aan gemeenten om het anders te organiseren. Dat verklaart waarom er zoveel verschillen zijn tussen gemeenten. Daar moeten we scherper in zijn en meer uniformiteit in vinden. Alleen samen met het rijk en de sector kunnen we dit doen, omdat het onacceptabel is dat je woonplaats bepaalt welke hulp je wel of niet krijgt. Het gevolg kan zijn dat verschuiving in budget nodig is.’

Eerlijk leiderschap

Eerlijk leiderschap

Hoe zorg je als publiek leider dat signalen van systeemfalen tijdig worden opgepikt en dat de menselijke maat centraal blijft staan in de uitvoering? In de training Eerlijk Leiderschap leer je hoe je morele moed toont, verantwoordelijkheid neemt en een cultuur creëert waarin burgers écht gehoord worden — ook als dat bestuurlijk ongemakkelijk is.

schrijf u vandaag nog in

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Melden als ongepast

Door u gemelde berichten worden door ons verwijderd indien ze niet voldoen aan onze gebruiksvoorwaarden.

Schrijvers van gemelde berichten zien niet wie de melding heeft gedaan.

Bevestig jouw e-mailadres

We hebben de bevestigingsmail naar %email% gestuurd.

Geen bevestigingsmail ontvangen? Controleer je spam folder. Niet in de spam, klik dan hier om een account aan te maken.

Er is iets mis gegaan

Helaas konden we op dit moment geen account voor je aanmaken. Probeer het later nog eens.

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heeft u al een account? Log in

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heeft u al een account? Log in