De helft van de Nederlanders kampt met overgewicht, de zorgkosten rijzen de pan uit en mensen in kwetsbare wijken gaan zeven jaar eerder dood. Campagnes en individuele leefstijlinterventies hebben maar beperkt effect. ‘Niet gek, onze hele omgeving stuurt ons naar ongezond. Het is dweilen met de kraan open’, zegt epidemioloog Coosje Dijkstra. Wat kunnen gemeenten nu doen om de omgeving gezonder te maken? Vijf vragen aan deze voedingswetenschapper.
‘Niemand pakt die bitterbal af’
Gemeenten hebben meer mogelijkheden om de voedselomgeving gezonder te maken dan ze denken
Dijkstra, verbonden aan het Amsterdam UMC, doet al jaren onderzoek naar sociaaleconomische gezondheidsverschillen en de inrichting van de voedselomgeving. Ze werkt nauw samen de afdeling Gezond Leven van de GGD Amsterdam en is betrokken bij de City Deal ‘Gezonde en duurzame voedselomgeving’.
Hoe ongezond is onze leefomgeving nu eigenlijk? Bepalen we niet zelf wat we kopen of eten?
Dijkstra: ‘Het aanbod om ons heen, van de supermarkt tot reclame bij de bushalte of het sportveld, duwt ons voortdurend richting ongezond. Dan hebben we het over tachtig procent van het voedselaanbod. En dat aanbod is goedkoper, lekkerder, ziet er ook nog eens aantrekkelijker uit en is vaker in de aanbieding. Ook op social media is meer aandacht voor ongezond en zie je maar weinig mensen met een banaan rondlopen. Ongezond hoort erbij, dat is de norm.’
‘Op social media zie je maar weinig mensen met een banaan rondlopen’
‘Is er dan nog wel sprake van een vrije keuze? Ik denk daarom dat het heel normaal is dat de overheid, dat gemeenten daar iets aan doen. Gemeenten beschermen inwoners ook tegen luchtvervuiling en geluidsoverlast. Waarom zouden ze onze voedselomgeving niet beschermen? Vergeet niet dat die ongezonde omgeving de maatschappij enorm veel geld kost. Denk alleen maar aan de zorgkosten als gevolg van overgewicht en obesitas.’
Waar te beginnen?
‘De kunst is vooral om de goede dingen te doen, en te stoppen met de dingen die niet werken. Stop met zoeken naar ‘dé oplossing’, the silver bullet. Die is er namelijk niet. Gezondheidsverschillen zijn complex en de aanpak vraagt dus om tal van maatregelen die elkaar versterken. We weten bijvoorbeeld dat campagnes, die relatief makkelijk uit te voeren zijn en meestal weinig weerstand oproepen, weinig impact maken en soms zelfs sociaaleconomische verschillen juist kunnen vergroten: de boodschap landt vooral bij mensen die hier de ruimte voor hebben en denken: “Ik ga eens zo’n gezonde smoothie proberen.” Mensen die al genoeg aan hun hoofd hebben, pikken de boodschap juist niet op.’
‘Het begint echt met een sterke ambitie vanuit de gemeente of GGD en daar bijhorende doelen. Maak het concreet met percentages, hang daar rollen en verantwoordelijkheden aan vast. Anders blijven het mooie woorden op papier. Gemeenten die serieus werk willen maken van gezonde generaties, moeten doorpakken. En dat vraagt om een hele omslag en lef van bestuurders.’
‘Hier binnen het Amsterdam UMC hebben we de afgelopen jaren gewerkt aan een gezondere voedselomgeving voor medewerkers en bezoekers. Er zitten hier meerdere aanbieders: restaurants, koffiecorners, een AH to go. Om echt een gezonde voedselomgeving te creëren, moesten we de contracten met al die aanbieders openbreken. Anders maak je met de ene partij afspraken over een gezonder aanbod, terwijl mensen voor een broodje kroket gewoon naar de andere aanbieder lopen. We willen een gelijk speelveld creëren. Gelukkig stond het bestuur van het UMC daar helemaal achter. Dat is doorpakken.’
‘Zo hebben Amsterdam en de GGD Amsterdam het Amsterdamse convenant ondertekend dat inhoudt dat het aanbod in gemeentelijke gebouwen, zoals scholen en sportkantines, voor tachtig procent uit Schijf van Vijf-producten of Betere Keuzes moet bestaan. De overige twintig procent is vrije keuze voor de beheerder. Gemeenten hebben de volledige bevoegdheid om dit binnen hun eigen gebouwen te doen.’
Zijn er dan geen zakjes chips meer te krijgen in de sportkantine?
‘Nee, zeker wel. Die plons volle melk in de cappuccino, het koekje of ijsje blijft. Het gaat erom dat de gemeente zegt: wij vinden het belangrijk dat mensen worden blootgesteld aan een omgeving met een gevarieerd gezond aanbod. En dat is vaak het misverstand in de samenleving: er wordt niets weggehaald. Niemand pakt de snackbar of bitterbal af. We vergroten alleen de keuze voor iedereen. Het is belangrijk dat bestuurders dit uitdragen: ‘Gezond kiezen is geen individuele keuze.’’
Hebben gemeenten eigenlijk al veel mogelijkheden om in te grijpen?
‘Gemeenten hebben al veel ruimte, gebruik die. Ga pionieren, zoek grenzen op. Soms leidt dat tot discussies met de juristen van de gemeente. Je mag als gemeente niet zomaar korting geven aan gezonde bedrijven. Maar het is wel belangrijk dat gemeenten de ruimte binnen de wettelijke kaders opzoeken.’
‘Gemeenten kunnen subsidies geven aan gezonde ondernemers, of denk aan huurkorting, inkoopbeleid. We doen deze onderzoeken altijd samen met de juristen van de UvA Gezondheidsrecht. We zien namelijk dat gemeenten soms tegen het gelijkheidsbeginsel aanlopen. Een gemeente mag uiteraard niet discrimineren dus dit vraagt om een goede motivatie bij beleid. Dus dat mensen beschermd dienen te worden tegen ongezond voedselaanbod.’
‘Er gebeurt op dit moment veel. Kijk naar de City Deal ‘Gezonde en Duurzame Voedselomgeving’, waar veertig gemeenten aan meedoen en de balans willen omdraaien naar tachtig procent gezond en twintig procent vrije keuze. We zijn nu binnen de City Deal druk met de ontwikkeling van de voedseldrukmonitor. Daarmee kunnen gemeenten straks precies zien hoe gezond of ongezond de voedselomgeving in hun stad is. Een mooi startpunt voor beleid.’
‘En steeds meer gemeenten leggen ongezonde buitenreclames aan banden. In Amsterdam was ongezonde reclame in de metro al verboden, nu wordt dat uitgebreid naar bushaltes. Haarlem weert ongezonde buitenreclame ook al.’
En de beïnvloeding door de commerciële partijen?
‘Daar is gelukkig steeds meer aandacht voor. Wetenschappers schreeuwen het van de daken, maar in de media blijft de rol van de industrie nog onderbelicht, terwijl de industrie achter de schermen wel degelijk actief betrokken is bij beleidsprocessen. Zo waren commerciële partijen betrokken bij het Nationale Preventieakkoord, schuiven ze aan bij verschillende beleidstafels en financieren zij soms onderzoek. Dat maakt het belangrijk om heel transparant te zijn over belangen en rollen in dit soort processen.’
‘Publiek-private samenwerking wordt in onderzoek steeds vaker toegejuicht. Dat is mooi, daar zit ruimte voor innovatie. Maar we moeten wel altijd kritisch blijven op de belangen van een commerciële partners. Ze zijn niet op Aarde om de samenleving gezonder te maken.’
‘Waarom zou een fastfoodketen een kinderbibliotheek sponsoren?’
‘Voor gemeenten betekent dit dat ze bijvoorbeeld kritisch naar hun sponsorbeleid moeten kijken. In steeds meer gemeenten mogen sportevenementen alleen nog maar door gezonde aanbieders worden gesponsord. Waarom zou een fastfoodketen een kinderbibliotheek sponsoren? Dat beïnvloedt hoe normaal kinderen bepaalde merken gaan vinden. Denk bijvoorbeeld aan advertenties van een bierbrouwer rondom een hockeyveld.’
Gezondheid moet de verantwoordelijkheid van alle gemeentelijke afdelingen worden. Hoe doe je dat?
‘Health in All Policies heet dat zo mooi en dat is zeker hard nodig. En dat vraagt echt een totaal andere manier van organiseren, nadenken en werken. Dit gaat niet het inzetten van een paar tools. Je moet echt uitzoomen naar het grotere systeem. Hoe ziet mijn leefomgeving er nu uit? Goed kijken hoe factoren elkaar beïnvloeden. Vergeet niet dat die ongezonde omgeving ons ontzettend veel geld kost.’
‘Snackwet’ laat langer op zich wachten
Het kabinet verwacht de wet die gemeenten meer mogelijkheden moet geven om het aanbod van ongezonde voedsel te beperken in 2027 naar de Tweede Kamer te sturen. De plannen voor een zogenoemde ‘snackwet’ dateren al uit 2023, toen voormalig staatssecretaris van Volksgezondheid Maarten van Ooijen (ChristenUnie) aankondigde gemeenten meer ruimte te geven om het aanbod van ongezond voedsel te beperken op plekken waar veel kinderen en jongeren komen. Zijn opvolger Vincent Karremans (VVD) blies het wetsvoorstel in 2025 nieuw leven in. ‘Uitgerekend in wijken waar veel mensen uit lagere inkomensgroepen leven, concentreert zich een onevenredig groot aantal aanbieders van ongezond fastfood’, schreef Karremans vorig jaar in een brief aan de Tweede Kamer.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.