Overslaan en naar de inhoud gaan

Minder misdaad, maar niet overal

Hoewel de afgelopen jaren minder jongeren voor het criminele pad kozen, is in sommige wijken sprake van een toename van jeugdcriminaliteit.

Jongere in de boeien geslagen
- ANP

Hoewel de afgelopen jaren steeds minder jongeren voor een criminele carrière kozen, is er in sommige wijken juist sprake van een toename van jeugdcriminaliteit. Gemeenten zoals Helmond zetten alles op alles om te voorkomen dat jongeren afglijden in de criminaliteit. Tegelijkertijd benadrukken wetenschappers het belang van bewezen effectieve maatregelen, en waarschuwen zij voor ogenschijnlijk eenvoudige oplossingen.

Jeugdcriminaliteit concentreert zich in kwetsbare wijken

In weerwil van wat sommige media ons willen doen geloven, is sinds 2007 de jeugdcriminaliteit in Nederland flink afgenomen, zegt Frank Weerman, bijzonder hoogleraar Jeugdcriminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het aantal minderjarige verdachten vertoont al enkele jaren een dalende trend. Sinds 2022 is het aantal met ongeveer 12 procent afgenomen, zo blijkt uit recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (maart 2026).

Ook André van der Laan, bijzonder hoogleraar Jeugd- en Adolescentencriminaliteit aan de Universiteit Leiden, benadrukt dat in vergelijking met twintig jaar geleden de cijfers een stuk positiever zijn. ‘Er zijn vandaag de dag minder minderjarige verdachten en minder veroordeelde jongeren’, zegt hij.

Zowel Weerman als Van der Laan wijst op verschillende oorzaken voor die afname. Een verklaring ligt volgens hen in veranderingen in de manier waarop jongeren hun vrije tijd besteden. ‘Een veronderstelling is dat digitalisering hierin een belangrijke rol speelt’, zegt Van der Laan. ‘Dat heeft het ervoor gezorgd dat jongeren meer bezig zijn met de online wereld. En als je meer thuis achter een scherm zit, heb je simpelweg minder tijd om buiten rottigheid uit te halen.’

Het belangrijkste overheidsnieuws van de dag

Schrijf je in voor de Binnenlands Bestuur nieuwsbrief

Daarnaast ziet Van der Laan de zogenoemde ‘beveiligingshypothese’ als een andere mogelijke verklaring. Die theorie brengt de criminaliteitsdaling in verband met grootschalige beveiligingsmaatregelen. ‘Zo hangen er op meer plekken camera’s en hebben winkels extra maatregelen genomen om winkeldiefstal te voorkomen’, legt Van der Laan uit. ‘Dat kan jongeren weerhouden van crimineel gedrag.’

Stabilisatie dreigt

Desondanks lijkt aan die daling van jeugdcriminaliteit een einde te komen, signaleren beide hoogleraren. ‘De laatste vijf jaar is er sprake van een stabilisatie in de cijfers en bij sommige delicten zie je ook een toename of fluctuerende getallen’, zegt Weerman. Hij noemt als voorbeeld de stijging van steekincidenten onder jongeren rond 2019, en dat jongeren vaker betrokken zijn bij het plaatsen van explosieven bij woningen. Van der Laan wijst erop dat veranderingen in politieaandacht invloed kunnen hebben op de cijfers: ‘Als er in de media berichten verschijnen over steekincidenten, zullen agenten sneller controleren op messen. En wie zoekt, zal vinden, waardoor er meer jongeren met messen worden geregistreerd.’

Wat volgens hem eveneens kan meespelen, is de manier waarop delicten worden geregistreerd: ‘Een gewapende overval was vóór 2018 nog één delict, maar is sindsdien twee delicten: de daadwerkelijke overval en het verboden wapenbezit.’ Hoewel de jeugdcriminaliteit dus niet verder afneemt, is er volgens Weerman, in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, geen sprake van verjonging. ‘Dat daders steeds jonger zouden worden hoor ik al zeker twintig jaar, maar dat blijkt niet uit de cijfers’, zegt hij.

Het belangrijkste overheidsnieuws van de dag

Schrijf je in voor de Binnenlands Bestuur nieuwsbrief

Slechts 1 procent van criminele jongeren veroorzaakt 44 procent van de maatschappelijke kostenBron: WODC (november 2025)

Ook het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) concludeerde in september 2024: ‘Het beeld dat er sprake is van steeds jongere verdachten en daders, wordt niet teruggevonden als een algemene ontwikkeling in de (landelijke) cijfers.’

Dat betekent niet dat er geen veranderingen plaatsvinden. Integendeel: de aard van jeugdcriminaliteit verschuift. Weerman wijst op de opkomst van online fraude en de rol van sociale media bij het organiseren van criminaliteit. Jongeren worden via digitale kanalen benaderd om te fungeren als drugskoerier of ‘geldezel’, waarbij ze hun bankrekening uitlenen aan criminelen om illegaal verkregen geld wit te wassen of door te sluizen.

En niet alleen het ronselen gebeurt steeds meer online. Rivaliteit tussen groepen jongeren wordt tegenwoordig vaker online uitgevochten, waardoor het veel zichtbaarder is voor de buitenwereld en sneller kan escaleren, ziet Weerman. Hij spreekt van een ‘hybride straatcultuur’. ‘Deze jongeren uiten hun straatidentiteit niet alleen op straat, maar ook op sociale media.’

Bepaalde wijken

Bovendien doet de landelijke daling zich niet overal in gelijke mate voor. In sommige wijken is er juist sprake van stabilisatie of zelfs een toename van jeugdcriminaliteit. ‘De jeugdcriminaliteit concentreert zich in bepaalde wijken’, stelt Weerman. ‘Daar vinden we relatief veel jongeren die betrokken zijn bij ernstige vormen van criminaliteit. Denk aan het gebruik van messen, vuurwapens, explosieven, en betrokkenheid bij de georganiseerde misdaad. Het gaat dus niet om winkeldiefstal, inbraak of vandalisme, wat de afgelopen decennia juist sterk is afgenomen.’

De jeugdcriminaliteit in die wijken is heel hardnekkig, stelt Weerman: ‘Daar wonen veel mensen met weinig geld in marginale posities. Omdat de woningen goedkoop zijn, concentreren zich daar mensen met allerlei problemen, wat elkaar versterkt.’ Jongeren zijn volgens hem daar vaker op straat te vinden en hun ouders hebben vaak geen grip op wat zij doen.

De Brabantse stad Helmond is een voorbeeld van een gemeente waar deze problematiek zichtbaar is. Zo loopt in de wijk Helmond-West 13,7 procent van de jongeren het risico om af te glijden in de drugscriminaliteit, blijkt uit een analyse uit juli 2022 van RTL Nieuws. Het is daarmee de wijk met het hoogste percentage risicojongeren van Nederland.

‘Wat Helmond typeert, is dat het een heel gesegregeerde stad is’, vertelt de Helmondse Jeugd-wethouder Thomas Tuerlings (GroenLinks). ‘Als je uitzoomt, lijkt Helmond een gemiddelde stad als zovelen in Nederland. Maar als je inzoomt, zie je dat sommige wijken veel kwetsbaarder zijn dan anderen. In die kwetsbare wijken treffen we jongeren die het meest vatbaar zijn voor een criminele carrière.’

Helmond is één van de 27 gemeenten die meedoet aan het landelijke programma Preventie met Gezag, bedoeld om te voorkomen dat jongeren in aanraking komen met ondermijnende criminaliteit of daarin doorgroeien. Helmond is sinds 2024 aangesloten. Afgelopen januari werd het programma verlengd, waardoor Helmond tot 2030 jaarlijks 1,8 miljoen euro krijgt.

Met dat geld trekt de Brabantse gemeente van alles uit de kast. Zo is er een regeling waarbij de schulden van jongeren door de lokale overheid worden afgekocht in ruil voor een maatschappelijke tegenprestatie. Op die manier wil Helmond voorkomen dat jongeren met schulden afglijden in de criminaliteit. Volgens Tuerlings is deze aanpak tot nu toe vijf keer toegepast. Hij benadrukt tegelijkertijd dat schuldsanering slechts één onderdeel is ‘van de vele projecten die lopen’.

Toverwoord

Het toverwoord voor de wethouder is ‘passend’: ‘Bij de ene jongere helpt het kwijtschelden van schulden, bij de ander gaat het meer om begeleiding naar werk of studie.’ Tuerlings somt een aantal maatregelen op: van jongerenwerkers tot zogenoemde IPTA-coaches (Integrale Persoonsgerichte Toeleiding naar Arbeid). Zij begeleiden jongeren van 16 tot en met 27 jaar via een intensief en persoonlijk coachingstraject naar een opleiding of werk. Hoewel deze werkwijze wetenschappelijk is onderbouwd, benadrukt Tuerlings dat maatwerk belangrijk is: ‘Deze aanpak werkt bijvoorbeeld alleen voor jongeren die niet langer dan drie maanden in de cel hebben gezeten. Zit iemand langer in de gevangenis, dan heeft hij of zij zich een zwaarder vergrijp begaan en heeft deze werkwijze geen effect. Dan is re-integratie effectiever.’

De maatschappelijke kosten van jeugdcriminaliteit bedragen gemiddeld bijna 2,6 miljard euro per jaar Bron: WODC (november 2025)

Naast voornamelijk preventieve maatregelen wordt er volgens de bestuurder ook gehandhaafd op straat en er worden groepstrainingen aangeboden voor schoolklassen om ze bijvoorbeeld te leren om op een positieve manier voor zichzelf op te komen. Helmond werkt sowieso nadrukkelijk samen met onderwijsinstellingen, vertelt Tuerlings: ‘Dat varieert van het in kaart brengen van schoolverzuim tot vervelend gedrag. Ook delen de scholen met de gemeente bepaalde verdachte signalen. Denk aan jongeren die voor scholen instappen in dure auto’s en met meerdere telefoons naar buiten komen. Op scholen komen tevens oud-top-sporters langs voor positieve lessen over hoe je je eigen leven kunt vormgeven.’ Uiteindelijk richten alle interventies zich op de jongeren in de wijken waar de problematiek het ergst is, verzekert Tuerlings.

Vruchten van het beleid

Al enkele jaren is Helmond hiermee bezig. Zijn er al zichtbare verbeteringen? ‘Nog niet concreet’, erkent Tuerlings. ‘Maar alle betrokken samenwerkingspartners weten elkaar nu wel goed te vinden. We hopen de komende jaren de vruchten van dit beleid te kunnen plukken. We hebben zeker voor een aantal jongeren het verschil gemaakt, maar het blijft lastig.’ De hoogleraren Weerman en Van der Laan hebben wel adviezen voor gemeenten. Zo werken sommige steden met online jongerenwerkers, zegt Weerman: ‘Die hebben via sociale media contact met jongeren en houden in de digitale wereld een oogje in het zeil. Zij zien wat er speelt en kunnen soms conflicten tijdig in de kiem smoren.

Zeker omdat de communicatie rond geweld en criminaliteit zich verplaatst naar de digitale wereld zijn zulke jongerenwerkers erg nuttig.’ Daarbij is het volgens Weerman belangrijk dat gemeenten zich focussen op specifieke doelgroepen: ‘Je richten op een brede populatie jongeren is zelden zinvol. Je moet je echt richten op de risicogroepen en de oorzaken, zoals een slechte thuissituatie. De neiging is groot om te kiezen voor snelle maatregelen, zoals meer handhaving, maar die veranderen niks aan de oorzaken van jeugdcriminaliteit.’

Van der Laan wijst op het belang van bewezen effectieve interventies. Hij verwijst naar de databank van het Nederlands Jeugdinstituut, waarin verschillende methoden zijn opgenomen die goed zijn onderbouwd. Tegelijkertijd constateert hij dat er in Nederland nog relatief weinig degelijk effectonderzoek is gedaan.

Sceptisch over voorlichting

En wat gemeenten vooral niet moeten doen? Van der Laan en Weerman zijn allebei sceptisch over voorlichtingscampagnes voor jongeren. Volgens beide hoogleraren wordt daar door scholen en gemeenten vaak op ingezet omdat het een relatief eenvoudige aanpak is. Hoewel soms nuttig, is de effectiviteit van dergelijke campagnes wetenschappelijk gezien twijfelachtig, stelt Weerman. Hij waarschuwt: sommige voorlichtingscampagnes werken zelfs averechts.

Een bekend voorbeeld is het zogenoemde Scared Straight, een Amerikaans preventieprogramma waarbij risicojongeren een gevangenis bezoeken en worden geconfronteerd met gedetineerden. Het doel is om jongeren door intimidatie en harde confrontaties met de realiteit van het gevangenisleven af te schrikken voor het criminele pad. ‘Uit buitenlands onderzoek blijkt dat die aanpak juist averechts werkt omdat het jongeren op ideeën kan brengen’, zegt Weerman. ‘Bovendien is zo’n bezoek vaak eenmalig, dus verandert er weinig aan de oorzaken van crimineel gedrag. Alleen wijzen op de gevaren en risico’s werkt niet.’

Ook groepsgerichte aanpakken kennen volgens Van der Laan risico’s: ‘Jongeren met een crimineel verleden komen dan samen voor begeleiding, maar in de praktijk leren ze juist van elkaar om delicten te plegen en hoe ze bepaald gedrag kunnen goedpraten.’

Tot slot vindt Weerman dat de autoriteiten mensen niet onnodig bang moeten maken: ‘Burgemeesters en politiemensen zijn meestal geneigd om criminaliteitscijfers te delen als er sprake is van een verslechtering, zoals bij steekincidenten of vuurwapenbezit. Maar als diezelfde cijfers weer dalen, en dat gebeurt meestal, dan blijft het vaak opvallend stil.’ De hoogleraar vermoedt dat ze hierbij urgentie voor het onderwerp willen aanwakkeren en een norm willen stellen: “dit gedrag is onacceptabel.”

Daarbij schuwen ze overdrijvingen soms niet, wat leidt tot onnodige paniek en onjuiste beeldvorming, meent Weerman: ‘Zo’n lobby is niet onschuldig: kinderen en jongeren voelen zich onterecht onveilig en volwassenen krijgen de indruk dat snoeihard optreden de oplossing is, wat niet het geval is. In plaats daarvan kunnen gemeenten beter een goede probleemanalyse uitvoeren en deskundigheid inhuren. Ze moeten niet denken dat jeugdcriminaliteit met handhaving, voorlichting en andere relatief simpele maatregelen op te lossen is.’

Burgerparticipatie die wél iets oplevert

Burgerparticipatie die wél iets oplevert

Wil je jeugdcriminaliteit effectief aanpakken in jouw wijk? Leer hoe je participatie inzet om samen met de gemeenschap duurzame oplossingen te creëren.

schrijf u vandaag nog in

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Melden als ongepast

Door u gemelde berichten worden door ons verwijderd indien ze niet voldoen aan onze gebruiksvoorwaarden.

Schrijvers van gemelde berichten zien niet wie de melding heeft gedaan.

Bevestig jouw e-mailadres

We hebben de bevestigingsmail naar %email% gestuurd.

Geen bevestigingsmail ontvangen? Controleer je spam folder. Niet in de spam, klik dan hier om een account aan te maken.

Er is iets mis gegaan

Helaas konden we op dit moment geen account voor je aanmaken. Probeer het later nog eens.

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heeft u al een account? Log in

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heeft u al een account? Log in