Nieuwe wethouders willen tempo maken. Terecht. Maar bij vrijwel elke collegewisseling gebeurt ook iets anders: gemeenten verliezen onnodig tijd doordat veel opnieuw wordt doordacht, terwijl de basis al aanwezig is.
Nieuwe wethouders, oude reflexen
Over voelsprieten, ruggengraat en het bewaken van samenhang
Nieuwe bestuurders hebben een opdracht en voelen de druk om zichtbaar verschil te maken. In veel gemeenten leidt dat tot een herkenbare beweging: nieuwe prioriteiten, nieuwe plannen, nieuw taalgebruik. De impliciete boodschap: het moet anders. Dat is geen incident, maar een patroon.
Maar gemeenten beginnen niet bij nul. Achter beleid zit jarenlange besluitvorming, uitvoering en ervaring. In de organisatie is vaak al scherp waar het werkt, waar het schuurt en waar grenzen liggen. Toch wordt dat vertrekpunt bij een bestuurswisseling niet vanzelf benut. Lopende lijnen worden herijkt, accenten verschuiven en de organisatie richt zich op nieuwe bestuurlijke signalen. Energie gaat daarmee niet alleen naar realiseren, maar ook naar herpositioneren.
Vernieuwing krijgt het karakter van herhaling
Dat is verklaarbaar. Bestuurders moeten richting geven en zich profileren. Ambtelijke organisaties bewegen loyaal mee. Zo ontstaat een dynamiek waarin heroriëntatie de norm wordt. Het gevolg is vertraging. Vraagstukken worden opnieuw verkend, terwijl veel al bekend is. Analyses keren terug, uitkomsten veranderen beperkt. Vernieuwing krijgt zo het karakter van herhaling.
Dat wringt bij de opgaven waar gemeenten voor staan. In het sociaal domein, de woningbouw en de energietransitie zit de complexiteit juist in samenhang en continuïteit. Daar werkt telkens opnieuw beginnen eerder vertragend dan vernieuwend.
De kernvraag is dan ook niet wat er nieuw moet, maar wat er al ligt en waar versnelling mogelijk is. Juist daar kan profilering ontstaan: door zichtbaar voort te bouwen in plaats van opnieuw te beginnen. Dat vraagt om scherpte in de eerste fase van een bestuursperiode. Welke keuzes zijn eerder gemaakt? Wat ligt klaar om te versnellen? En waar is gerichte bijsturing nodig? Voor nieuwe wethouders betekent dit dat zij niet alleen nieuwe ambities formuleren, maar expliciet aansluiten op bestaande lijnen.
Daar hoort ook een stevigere rol voor de ambtelijke organisatie bij: niet volgen, maar positioneren; niet afwachten, maar expliciteren wat er ligt en wat dat betekent voor nieuwe besluiten. Juist hier ligt een verantwoordelijkheid voor de gemeentesecretaris en de burgemeester. Zij borgen continuïteit en zorgen dat de ambtelijke organisatie professioneel gewicht kan inbrengen en, waar nodig, ook tegenwicht kan bieden.
Voor college en raad betekent dit dat politieke vernieuwing niet gelijkstaat aan een inhoudelijke herstart. Onderscheid maken tussen aanpassen, benutten en vervangen is essentieel om tempo te houden. Dat vraagt lef. Niet het lef om opnieuw te beginnen, maar het lef om zichtbaar te bouwen op wat er al is.
Voelsprieten houden zicht op wat nodig is. Ruggengraat voorkomt dat alles opnieuw moet. In die combinatie ontstaat de versnelling waar gemeenten naar zoeken.
Annette Kooijman
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.