Inwoners van de gemeente Dordrecht met een laag inkomen ervaren financiële stress, kunnen niet of nauwelijks sparen en boeten in op sociale uitjes, dat blijkt uit onderzoek van het Nibud in opdracht van de gemeente Dordrecht. ‘Er is een verschil tussen de papieren en praktische werkelijkheid’, aldus de Nibud directeur Mattias Gijsbertsen.
Lage inkomens: ‘Discrepantie tussen papier en praktijk’
De gevolgen van een laag inkomen op papier worden regelmatig berekend. Maar de ervaringen in de praktijk zijn nu voor het eerst onderzocht.
Dordrecht is de eerste gemeente die naast een onderzoek naar de getallen, cijfers en statistieken rondom bestaanszekerheid nu ook een onderzoek liet doen naar de ervaring van hun inwoners met een laag inkomen. ‘Elke twee jaar laten we alle cijfers op een rijtje zetten maar dat roept de vraag op of het aansluit bij hoe mensen het daadwerkelijk ervaren om een laag inkomen te hebben. Hoe kom je rond? Hoe vind je je weg? Waar loop je tegenaan? We hopen dat dit onderzoek daarbij helpt’, zegt de Dordtse wethouder Wim van der Kruijff die over het armoede- en schuldenbeleid gaat.
Financiële stress, geen buffer en sociaal leven in het geding
De onderzoekers interviewden inwoners van Dordrecht met een laag inkomen. Het merendeel van de respondenten ervaart financiële stress. ‘De stress wordt veroorzaakt door continu op de loer liggende onvoorziene uitgaven. Dat kan gaan om een kapotte wasmachine, onverwachte zorgkosten of een dier dat naar de dierenarts moet’, schrijven de onderzoekers. Ook blijft er aan het einde van de maand weinig tot niets over om te sparen. Daardoor hebben maar weinig mensen een buffer.
Daarnaast geven de respondenten aan dat hun sociale leven in het geding komt. Een uitje, een etentje, een reis met de trein: Het zit er vaak niet in. ‘Respondenten vertelden dat ze uitnodigingen afslaan vanwege het geld, hierdoor kan hun sociale leven in het gedrang raken’, aldus de onderzoekers. Hierin komt Dordrecht inwoners tegemoet, namelijk met de Dordtpas. Dat is een stadspas die mensen met een laag inkomen gratis ontvangen. Hiermee kunnen inwoners verschillende uitjes doen. ‘De meeste respondenten kennen deze Dordtpas en waarderen het ook positief.’
De Dordtpas kennen de meeste respondenten dus wel, maar niet alle inkomensondersteunende regelingen en maatregelen zijn bekend of worden als ingewikkeld of onduidelijk ervaren. ‘Wat opviel was dat sommige respondenten de ene regeling wel kende en een andere niet. Zij vroegen zich af waarom zij bij de aanvraag van regeling A niet op het bestaan van regeling B werden gewezen’, stellen de onderzoekers.
Papier en praktijk ligt uit elkaar
Uiteindelijk komt het er volgens de onderzoekers op neer dat er een discrepantie is tussen de papieren werkelijkheid en de praktijk. Zo wordt er in de begrotingen vaak geen rekening gehouden met de geschiedenis van mensen met een laag inkomen. ‘De begrotingen gaan niet uit van ‘een verleden’. En dit verleden maakt dat het plaatje er vaak anders uitziet dan in de papieren werkelijkheid’, stellen de onderzoekers.
Ook worden in de berekeningen jaaruitgaven of -inkomsten omgerekend naar maandbedragen. Een vakantietoeslag wordt meestal in één keer uitbetaald. In praktijk betalen mensen zichzelf dat bedrag niet elke maand uit, maar wordt het bijvoorbeeld ingezet voor een nieuwe wasmachine of de kerstinkopen. Alle regelingen hebben eigen criteria waardoor het onduidelijk is waar mensen wel of geen recht op hebben. Ook worden niet alle uitgaven, zoals voor huisdieren, in de begrotingen meegenomen.
‘Situatie strookt niet met modellen’
‘Hun specifieke situatie strookt niet met de modellen’, zegt de wethouder over de onderzoeksresultaten tegen Binnenlands Bestuur. ‘Een deel van de conclusies zie je aankomen. Zo weten we dat niet iedereen in de statistiek past en ook dat niet iedereen de juiste weg weet te vinden naar hulp.’
Toch werd hij ook geconfronteerd met de resultaten: ‘Mensen geven heel duidelijk terug dat ze leven in stress. Het leven en je situatie kan van het ene op het andere jaar enorm veranderen, dat wordt niet altijd meegenomen in de modellen. Het gaat ook verder dan geld alleen, inwoners voelen een sterke verantwoordelijkheid en zijn bang daar niet aan te kunnen voldoen.’
‘Wij vonden het mooi om dit te doen om de papieren en praktische werkelijkheid naast elkaar te zetten’, zegt de Nibud directeur in gesprek met Binnenlands Bestuur. ‘Op papier zie je dat mensen in staat zouden moeten zijn om de minimaal noodzakelijke uitgaven te betalen. En toch zeggen mensen links en rechts dat ze het anders zien en ervaren.’
Ondanks dat de modellen en begrotingen niet altijd stroken met de praktijk, ziet de Nibud directeur hier wel het nut van in. ‘De modellen en begrotingen zijn waar voor een heleboel mensen, maar er zijn groepen mensen die daarbuiten vallen. Bijvoorbeeld chronisch zieken, mensen die huren, zelfstandigen, jongvolwassenen en alleenstaanden.’ Dat komt bijvoorbeeld omdat er een aantal aannames in het systeem zitten, die voor deze mensen vaak onhaalbaar zijn. ‘Zij staan er slechter voor dan in de cijfers berekend wordt. Gemeenten stapelen vaak, goedbedoeld, regeling op project op goed doel om deze mensen te helpen. Het is beter om in plaats van daarop te focussen, actief op zoek te gaan naar de groepen waarbij die grote kwetsbaarheid zit’
Eigen verantwoordelijkheid
Ligt hier ook niet een verantwoordelijkheid bij de mensen met een laag inkomen zelf? ‘We hebben in Nederland met elkaar besloten dat we iedereen de kans willen geven om rond te komen en ze van een bestaan te voorzien. Als we vervolgens een systeem creëren met te veel loketten en dat zo ingewikkeld is dat mensen geen toegang krijgen tot waar ze wel recht op hebben, dan is dat niet eerlijk. En ook niet fair om dan naar die mensen te wijzen’, zegt Gijsbertsen.
De respondenten geven wel aan dat ze graag budgetten krijgen die ze zelf kunnen besteden. Zij weten het best of ze dat willen besteden aan een nieuwe laptop, boodschappen of de energierekening. De wethouder snapt dit, maar legt uit dat er soms ook keuzes gemaakt worden, door het rijk of de gemeente. ‘Neem bijvoorbeeld het isoleren en verduurzamen van huizen. Wij besluiten dat daar budget naar gaat, omdat we denken dat het mensen uiteindelijk helpt met de energierekening. Soms moet je kiezen: geven we mensen een boodschappenbudget of investeren we in ontmoeting?’
Obstakels niet alleen in Dordrecht
Gijsbertsen, die zelf ook ooit wethouder was, snapt wel waarom het soms lastig is als gemeenten om mensen met een laag inkomen echt te helpen. ‘Het is vaak een stapeling van regelingen, projecten en doelen.’ Het is volgens de directeur begrijpelijk dat we spreken van bijvoorbeeld zorgarmoede en energiearmoede, maar onder de streep komt het op hetzelfde neer. Mensen houden te weinig over aan het einde van de maand om alles te betalen, of dat nou zorg of energie is.
Persoonlijk behandeld
‘Uiteindelijk wil je dat mensen zich persoonlijk behandeld voelen’, zegt de wethouder. ‘Als mensen een vraag hebben, dat ze weten waar ze terecht kunnen en geholpen worden de juiste voorziening te vinden’. ‘Maar’, zegt de wethouder, ‘inkomenspolitiek is een rijkstaak. De hoogte van de huurtoeslag of het minimumloon wordt daar besloten.’
Het blijft een zoektocht voor de gemeente om iedereen te bereiken en informeren. ‘We hebben informatie liggen bij de bieb, we communiceren via huis-aan-huisbladen, in buurthuizen, ook hebben we campagnes op sociale media voor geldpraatje.nl. En toch bereiken we niet iedereen.’
Ondanks dat er niet gelijk concrete oplossingen op tafel liggen, is de wethouder heel blij met dit onderzoek. ‘Het feit dat we dit doen zorgt voor draagvlak. Bij de inwoners, maar ook bij de gemeenteraad levert het begrip en brede steun op.’ Het helpt om verhalen en beelden bij de cijfers te hebben. ‘Het is een politieke uitdaging waarvan het grootste deel het zeker ziet als taak. Naast alle cijfers helpt zo’n kwantitatief onderzoek enorm om daar verder in te komen.’ Dit onderzoek zal dan ook gebruikt worden om nieuw armoedebeleid op te stellen.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.