Het kabinet investeert 420 miljoen euro in geclusterde ouderenwoningen en woonzorgcomplexen. Dat is hard nodig, gezien de snel groeiende vraag naar passende woonvormen voor ouderen. De vergrijzing vraagt om nieuwe woonvormen waarin wonen, zorg en ontmoeting samenkomen. De discussie richt zich vooral op locaties, bouwtempo, financiering en samenwerking tussen gemeenten, corporaties en zorgorganisaties.
Investeer niet alleen in woonzorgcomplexen, maar ook in de governance ervan
Woonzorgcomplexen vragen naast investeringen in stenen ook om een toekomstbestendige governance waarin huurders goed worden vertegenwoordigd
Maar een vraag blijft opvallend onderbelicht: hoe organiseren we straks de governance van deze wooncomplexen?
Veel nieuwe woonzorgcomplexen zullen bestaan uit een mix van sociale huurwoningen, koopwoningen en soms ook zorgvastgoed. Daarmee komen binnen een gebouw verschillende rechtsverhoudingen en belangen samen. Eigenaren nemen besluiten via de vereniging van eigenaars, terwijl huurders onder de Wet op het overleg huurders verhuurder vallen. Beide systemen functioneren naast elkaar, terwijl de besluiten betrekking hebben op dezelfde woonomgeving.
Wie uitsluitend investeert in stenen, loopt het risico dat dezelfde bestuurlijke knelpunten zich straks opnieuw voordoen
De discussie hierover wordt vaak gevoerd als een participatievraagstuk: hoe krijgen huurders meer invloed? Daarmee ligt de nadruk op betrokkenheid. Maar de kern van het probleem ligt ergens anders. Het ontbreekt niet zozeer aan betrokkenheid en bereidheid om mee te denken, maar aan een duurzame en legitieme structuur voor huurdersvertegenwoordiging. Daarmee is het in de eerste plaats een bestuurskundig vraagstuk.
Bij governance hoort een eenvoudige vraag: wie is de logische probleemeigenaar? Welke partij beschikt over de positie en mogelijkheden om een structurele oplossing tot stand te brengen? In gemengde wooncomplexen is dat de woningcorporatie. Niet omdat die het probleem heeft veroorzaakt, maar omdat die als enige opereert op het snijvlak van huurrecht en appartementsrecht en daardoor de bestuurlijke voorwaarden kan scheppen waaronder vertegenwoordiging daadwerkelijk kan functioneren.
Dat vraagt niet direct om nieuwe wetgeving, maar wel om een andere manier van ontwerpen. Governance zou vanaf de planvorming onderdeel moeten zijn van de ontwikkeling van woonzorgcomplexen, net zoals financiële, technische en ruimtelijke keuzes dat zijn. De inrichting van vertegenwoordiging, verantwoordelijkheden en besluitvorming is geen sluitstuk na de oplevering, maar een ontwerpkeuze aan de voorkant. Ook dat is architectuur.
Wie uitsluitend investeert in stenen, loopt het risico dat dezelfde bestuurlijke knelpunten zich straks opnieuw voordoen. Wie tegelijkertijd investeert in een robuuste institutionele inrichting, vergroot de kans dat woonzorgcomplexen ook organisatorisch en maatschappelijk toekomstbestendig zijn.
De komende jaren bouwen we de woonzorgcomplexen van de toekomst. Laten we ervoor zorgen dat we daarbij niet ook de bestuurlijke problemen uit het verleden meebouwen.
Herman Bos schrijft over governance en de institutionele inrichting van wooncomplexen
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.