Het taakgericht financieren van Wmo- en jeugdzorg verliest terrein bij gemeenten. Bij deze bekostigingsvorm krijgen zorgaanbieders een vast budget voor het uitvoeren van vooraf afgesproken taken voor een afgebakende groep inwoners. Het aandeel van deze financieringsvorm ligt ongeveer weer op het niveau van 2020. Daartegenover staat een sterke opmars van de inspanningsgerichte bekostiging, die volgens het Public Procurement Research Centre (PPRC) ‘populairder dan ooit’ is.
Taakgerichte bekostiging Wmo en jeugdzorg verliest terrein
‘Inspanningsgerichte bekostiging is populairder dan ooit’
Hoe gemeenten het sociaal domein inkopen en vormgeven
Inkopen en contracteren zijn voor gemeenten belangrijke instrumenten om jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning te organiseren. Hoe is dat de afgelopen jaren veranderd?
In deze serie belicht Binnenlands Bestuur, op basis van de monitor gemeentelijke zorginkoop van het Public Procurement Research Centre (PPRC), de belangrijkste trends en ontwikkelingen in de gemeentelijke zorginkoop.
Vandaag deel één: ontwikkelingen in de bekostiging
Daadwerkelijk geleverde inspanning
Gemeenten kiezen per Wmo- of jeugdhulpvoorziening één van drie bekostigingsvarianten; combineren is niet toegestaan. De meest gebruikte vorm is de inspanningsgerichte bekostiging. Daarbij betaalt de gemeente voor de daadwerkelijk geleverde inspanning. Denk aan een geleverd uur begeleiding of een etmaal verblijf in een instelling of gezinshuis. Deze systematiek staat ook bekend als ‘P maal Q’: de prijs (P) vermenigvuldigd met de geleverde inzet (Q).
‘Schoon en leefbaar huis’
Bij de outputgerichte bekostiging staat niet de geleverde inzet, maar het resultaat centraal (de output). Zo koopt een gemeente bijvoorbeeld een ‘schoon en leefbaar huis’ in, zonder een vast aantal uren huishoudelijke hulp voor te schrijven. De vergoeding wordt doorgaans per traject of periode vastgesteld.
Vast budget
De derde variant is de taakgerichte bekostiging. Hierbij krijgen zorgaanbieders een vast budget voor het uitvoeren van specifieke taken voor een specifieke populatie. Dat kan bijvoorbeeld gaan om alle huishoudelijke ondersteuning in een wijk of het beschikbaar houden van een aantal plaatsen in een verblijfsvoorziening. Er vindt geen afrekening op de inzet van hulpverleners plaats, al kan het budget wel worden aangepast aan het feitelijke gebruik van een voorziening.
Belangstelling
Toen gemeenten in 2015 verantwoordelijk werden voor de Wmo 2015 en de Jeugdwet, kozen de meeste voor inspanningsgerichte bekostiging. Tegelijkertijd groeide de belangstelling voor alternatieve financieringsvormen, met name de outputgerichte variant. Een bekend voorbeeld daarvan is de vergoeding voor een ‘schoon en leefbaar huis’ in plaats van een vastgesteld aantal uren huishoudelijke hulp.
Daling
Die ontwikkeling kwam echter onder druk te staan nadat de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze manier van indiceren onvoldoende rechtszekerheid biedt aan cliënten. Sindsdien neemt het aandeel outputgerichte bekostiging binnen de Wmo geleidelijk af. Volgens PPRC bleef die daling aanvankelijk beperkt. Dit omdat deze bekostigingsvorm binnen de jeugdhulp nog wel veel werd toegepast.
Hervormingsagenda Jeugd
Ook de taakgerichte bekostiging stond het afgelopen decennium nadrukkelijk in de belangstelling. Volgens PPRC is in de Hervormingsagenda Jeugd zelfs een onderzoekslijn opgenomen om te bekijken of deze financieringsvorm de beleidsdoelstellingen helpt te realiseren.
Opvallende ontwikkeling
Juist daarom is de recente ontwikkeling opvallend. In de contracten die de afgelopen jaren zijn ingegaan, is het aandeel taakgerichte bekostiging fors teruggelopen. Daarmee ligt het aandeel weer ongeveer op het niveau van 2020. De inspanningsgerichte variant wint tegelijkertijd terrein. ‘Inspanningsgerichte bekostiging is populairder dan ooit’, concludeert PPRC.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.