Een relatief kleine groep jeugdigen is verantwoordelijk voor een groot deel van de uitgaven aan jeugdhulp. 'De landelijk geëxtrapoleerde uitgaven aan dure casussen zijn tussen 2022 en 2024 toegenomen van €780 miljoen naar €1.660 miljoen’, concluderen onderzoekers in een recent verschenen rapport.
Hoge kosten jeugdhulp veroorzaakt door kleine groep
Een kleine groep is verantwoordelijk voor een groot deel van de jeugdhulp uitgaven. De kosten stegen van 780 miljoen naar 1660 miljoen euro.
Een aantal oorzaken voor deze hoge kosten zijn de, vaak langdurig en intensieve, verblijfszorg in een instelling. Daarnaast wordt door de afbouw van de gesloten jeugdzorg en gebrek aan passende alternatieven naar dure één-op-één begeleiding gegrepen. Ook is er regelmatig sprake van kostbare jeugdbeschermingsmaatregelen of jeugdreclasseringstrajecten.
De jeugdzorg moet grondig worden hervormd. Een van de fundamenten daarvoor is het verbeteren van de financiële systematiek. Zowel vanuit het rijk als vanuit gemeenten is behoefte aan inzicht in de financiële impact van kosten intensieve casussen. Het rapport Onderzoek Dure Casuïstiek Jeugdwet, dat deze week gedeeld werd door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), moet daarbij helpen.
Groot probleem bij kleine gemeenten
De fluctuatie in de uitgaven is vooral bij kleine gemeenten een issue omdat één casus direct meerdere procenten van het totale jeugdzorgbudget kan beslaan. ‘De huidige verdeelsystematiek kan geen rekening houden met dergelijke fluctuaties, waardoor substantiële verschillen in financieel saldo tussen gemeenten ontstaan’, schrijven de onderzoekers. Daarom wordt geadviseerd te kijken naar risicodeling van dure casussen.
Stapeling en lange duur
De dure casussen ontstaan meestal door een stapeling van zorgvormen. ‘Ruim 60% van de uitgaven betreft jeugdhulp met verblijf, waarbij binnen casussen vaak combinaties voorkomen van verblijf, één-op-één-begeleiding en ambulante ondersteuning’, staat in het rapport. Door de afbouw van gesloten jeugdzorg, is een passend aanbod vinden voor jeugdigen met dure casuïstiek is lastig. Daar komt nog bij dat het vrijwel altijd gaat om langdurige hulp: ‘Bijna 60% van individuele dure casussen wordt ook het jaar daarop nog als duur gekwalificeerd’.
De onderzoekers adviseren te verkennen of de beschikbaarheid van een passend aanbod samenhangt met het ontstaan van dure casussen. Ontwikkel intensieve verblijfsvormen en alternatieven voor doelgroepen waarvoor een beperkt aanbod beschikbaar is.
Ook is er beperkt zicht op de effectiviteit. Door de zorgpaden te analyseren, is de hoop dat de zorgkosten beter voorspeld kunnen worden.
Samenwerken en afstemmen
Respondenten geven aan dat het belangrijk is vroegtijdig af te stemmen in de samenwerking tussen gemeenten, Gecertificeerde Instellingen (GI’s), onderwijs en aanbieders. Daarnaast is het van belang de inzet van aanpalende domeinen, zoals wonen, armoede en criminaliteit, te versterken. De knelpunten in deze domeinen beïnvloeden namelijk complexe jeugdproblematiek.
Spanning tussen lokale verantwoordelijkheid en landelijke keuzes
Tenslotte benoemen de onderzoekers een spanningsveld tussen de lokale en landelijke overheid: ‘Gemeenten voelen zich financieel verantwoordelijk voor casussen waarvan de oorzaken naar waarneming van respondenten mede voortkomen uit landelijke keuzes rond gesloten jeugdhulp, Wmo- en Wlz-toegang en arbeidsmarktkrapte.’
In dit kader wordt ook asielopvang genoemd: ‘Oekraïense vluchtelingen, asielzoekers, alleenstaande minderjarige vreemdelingen en (kinderen van) teruggekeerde Syriëgangers vragen volgens respondenten soms intensieve trauma-gerelateerde jeugdhulp, waarbij vragen ontstaan over financiering en verantwoordelijkheden tussen gemeenten, het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en andere partijen.’
Uiteindelijk is toereikende, structurele en voorspelbare financiering van belang, die aansluit naar de beweging naar kleinschalige hulpvormen.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.