Het kabinet gaat proberen om op 1 juli 2027 de langverwachte rekenkundige ondergrens in te voeren voor de vergunningverlening. Dat betekent dat zeer kleine, gemodelleerde stikstofemissies die uit het rekenmodel Aerius rollen als wetenschappelijk té onzeker zullen worden gezien en daarom niet langer worden meegenomen bij de vergunningverlening. Dan gaat het bijvoorbeeld om de bouw van woningen of de uitstoot van agrariërs.
Wéér een stap in de stikstofcrisis, maar nog geen oplossing
Landbouwminister kwam dinsdag met zijn verder uitgewerkte stikstofaanpak.
Dit kan een belangrijke oplossing worden voor de zogenaamde PAS-melders: de bedrijven en agrariërs die sinds 2019 formeel illegaal bezig zijn, omdat zij na een uitspraak van de Raad van State in dat jaar een natuurvergunning moeten hebben. Bij hen gaat het om zeer weinig stikstofuitstoot. De bestuursrechter schoot destijds het toenmalige Programma Aanpak Stikstof (PAS) af, waardoor Nederland in een stikstofcrisis belandde en de vergunningverlening op slot ging.
Landbouwminister Jaimi van Essen stuurde dinsdag onverwacht zijn verder uitgewerkte stikstofaanpak naar de Kamer. Dat was gepland voor afgelopen vrijdag, maar werd die dag na de ministerraad plotseling uitgesteld.
Een wens
Het invoeren van de rekenkundige ondergrens was al een wens van het kabinet-Schoof, met toen een BBB-minister op Landbouw. Ook het emissiereductiedoel voor de agrarische sector is hetzelfde: 42-46 procent in 2035 ten opzichte van 2019. Wel een verschil is dat het huidige kabinet grotere zones rondom de Natura2000-gebieden wil instellen dan het vorige kabinet en agrarische belangenorganisaties. In die zones moet de ammoniakuitstoot nog verder worden terug gebracht. Volgens Van Essen is dit cruciaal om de vergunningverlening op gang te brengen.
De provincies
Zoals de landbouwminister al eerder had gesuggereerd, mogen provincies zelf gaan bepalen of die zones 500 of 1000 meter diep worden. Provincies moeten volgend jaar zogenaamde ‘additionaliteitsplannen’ inleveren bij het rijk, waarin zij gebiedsgerichte maatregelen beschrijven die goed genoeg zijn om te voldoen aan het Europese verslechteringsverbod dat voor de Natura2000-gebieden geldt. Slagen de provincies hier niet in, dan worden er rijksregels ingevoerd: ‘Als de provincie voor 1 september 2028 niet met een alternatief plan komt, dan zullen de Rijksregels zoals die verderop [in de Kamerbrief] worden geschetst, gaan gelden’, schrijft Van Essen.
Tot die zogenaamde rijksregels in de toekomstige zones rond Natura2000-gebieden behoren onder meer een extensieve grondgebondenheidsnorm van 1,5 grootvee-eenheid (GVE) per hectare, een stikstofgebruikersnorm van 170 kilo per hectare, en een aangescherpte, verplichte gewasrotatie.
In de rest van het land wil het kabinet voor de melkveehouderij een GVE-norm van 2,6 dieren per hectare. Dat werd afgelopen juni bekend gemaakt in Van Essens eerste stikstofbrief. Dat ging voor agrarische belangenorganisaties te ver. Landbouwminister Van Essen schrijft nu voorzichtig: ‘We horen de zorgen van de sector over de voorgestelde invulling van het stelsel van grondgebondenheid. Het kabinet zal de komende drie maanden in overleg met maatschappelijke partijen bezien of er mogelijkheden zijn voor een alternatieve invulling van grondgebondenheid met een gelijk geborgd effect (…). Dat traject wordt uiterlijk 1 februari 2027 af gerond zodat het kabinet zo snel mogelijk daarna een wetsvoorstel voor invoering van een stelsel van grondgebondenheid in de melkveehouderij in consultatie kan brengen.’
LTO
Eén van de weinige belangenorganisaties die met het kabinet in gesprek blijft, is LTO onder voorzitterschap van Ger Koopmans. LTO laat weten in reactie op de Kamerbrief: ‘Het is wat LTO betreft onacceptabel dat het kabinet nog steeds geen dashboard heeft waarmee inzichtelijk wordt gemaakt wat de totale reductieopgave is en hoeveel reductie sinds 2019 al is gerealiseerd (landelijk, sectoraal, provinciaal en per Natura2000-gebied). Wel zegt het kabinet nu toe om dit dashboard met prioriteit te ontwikkelen. Doordat deze randvoorwaarde nog niet is ingevuld, weten boeren nog steeds niet hoeveel stikstofuitstoot zij waar moeten reduceren.‘
Ook is LTO er niet van overtuigd dat boeren genoeg financiële ruggesteun krijgen om de doelen te halen. ‘Als het kabinet niet ruim op tijd over de brug komt op het gebied van vergunningverlening, instrumenten (= het hele Trappetje van Remkes) en financiële ondersteuning, dan kunnen boeren er niet aan gehouden worden om de doelen in 2035 te realiseren. Punt.’
Het Trappetje van Remkes is een verwijzing naar wat voormalig stikstofgezant Johan Remkes een aantal jaren geleden beschreef als cruciale mogelijkheden die het rijk aan agrariërs moet aanbieden, waaronder financiële regelingen voor extensivering, verplaatsing, stoppen en innoveren.
En NAJK
De andere gesprekspartner van het rijk is het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK). Over de grondgebondenheidsnorm van 2,6 GVE per hectare laat de organisatie weten: ‘Komende tijd zetten wij alles op alles om in dit proces betere aansluiting bij de praktijk van jonge boeren te realiseren. Als na dit proces een wezenlijk alternatief niet in plaats van de huidige invulling wordt overgenomen trekt NAJK alsnog haar conclusies.’
LTO en NAJK zijn blij dat de rekenkundige ondergrens waarschijnlijk sneller wordt ingevoerd dan het kabinet aanvankelijk wilde, en ook dat de provincies meer ruimte krijgen om gebiedsgerichte zoneplannen te maken. Maar ze benadrukken allebei dat ze het met veel niet eens zijn. Zoals de jonge boeren schrijven: ‘Belangrijk is dat NAJK continu verbeteringen heeft aangedragen, maar niet tot een akkoord is gekomen met het kabinet.’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.