Het afwegingskader voor de inzet van sociale mediaplatforms waar de rijksoverheid aan werkt, wordt aanzienlijk strikter dan het afwegingskader dat de VNG eerder publiceerde. Dat blijkt uit een e-mailconversatie tussen ambtenaren, die is vrijgegeven als onderdeel van een Woo-dossier.
Rijk legt de lat voor inzet sociale mediaplatforms hoger dan VNG
Dat is in ieder geval het voornemen, want het afwegingskader voor de rijksoverheid is nog niet klaar.
Verantwoordelijkheid bij individuele gemeenten
In november 2025 stelde de VNG de trendanalyse 'gemeenten, sociale media en democratie' beschikbaar aan gemeenten, met daarbij een afwegingskader voor de inzet van sociale mediaplatforms. Veel communicatieafdelingen van gemeenten keken reikhalzend uit naar advies van de VNG over sociale media, maar het afwegingskader legt de verantwoordelijkheid bij individuele gemeenten.
Uit documenten die zijn vrijgegeven naar aanleiding van een Woo-verzoek naar informatie over het beleid rondom overheidscommunicatie en aanwezigheid op sociale media uit de periode mei 2022 - 24 februari 2026, blijkt dat er een aanzienlijk strikter afwegingskader voor de rijksoverheid in de koker zit.
'Behoorlijk ander afwegingskader'
Om interbestuurlijk door te praten over de trendanalyse en het afwegingskader van de VNG, brachten medewerkers van VNG Digitale Samenleving in december 2025 een bezoek aan het ministerie van BZK. Ook een medewerker van de Voorlichtingsraad (VoRa) schoof aan. De VoRA is een ambtelijke adviesraad met aan het hoofd de directeur-generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst.
‘Het kader waar wij met de CPO-raad aan werken is aanzienlijk scherper en strikter.’
Voorafgaand aan het bezoek mailde deze ambtenaar aan de VNG: ‘Voor de scherpte wel belangrijk om te weten dat wij aan toch wel een behoorlijk ander afwegingskader werken. Het kader van de VNG leest vrij hoog over en dient geloof ik vooral als basis voor (noodzakelijk) gesprek over inzet van deze platforms. Het kader waar wij met de CPO-raad aan werken is aanzienlijk scherper en strikter.’
Facebook? Nee, tenzij...
De medewerker noemt dit logisch aangezien het afwegingkader gaat over de inzet van Facebookpagina’s door de rijksoverheid. Volgens de mail is voor Facebookpagina’s gevraagd om ‘een duidelijk Nee, tenzij-beleid, voorzien van mitigerende maatregelen en exit-strategieën’. Bij de totstandkoming van het afwegingskader is behalve de VoRa ook de CPO-raad betrokken, die bestaat uit Chief Privacy Officers (CPO's) van alle departementen en de CPO Rijk.
Uit een reconstructie van iBestuur blijkt dat het rijk al lang met de kwestie Facebook in de maag zit. Volgens een onderzoek uit 2022 brengt de inzet van Facebookpagina's door de rijksoverheid grote privacy-risico’s met zich mee, een reden voor de Autoriteit Persoonsgegevens om het gebruik ervan af te raden. Onlangs werd bekendgemaakt dat het Rijk desondanks doorgaat met de inzet van Facebook, maar dat de VoRa wel is gevraagd om een breed advies te geven over het gebruik van sociale mediaplatforms door de rijksoverheid.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.