Het standaard voorrang geven aan statushouders op de woningmarkt ondermijnt het rechtvaardigheidsgevoel van de overige inwoners, vindt Ronald Weerwag. Hij bepleit meer eigen initiatief van de statushouder. ‘Het is dezelfde logica als in de Wmo: eerst zelf, dan netwerk, dan overheid.’
Voorrang statushouders is onrechtvaardig
Het standaard voorrang geven aan statushouders op de woningmarkt ondermijnt het rechtvaardigheidsgevoel van inwoners, vindt Ronald Weerwag.
Woning is allereerst eigen verantwoordelijkheid
De hoogste bestuursrechter heeft uitgesproken dat het schrappen van de voorrang voor statushouders in strijd is met de Grondwet. Toch zet de minister door. Dat werpt de vraag op die in heel Nederland speelt, maar in steden als Zoetermeer extra voelbaar is: hoe verdelen we woningen eerlijk, zonder het rechtvaardigheidsgevoel van inwoners te ondermijnen.
Wie hier geboren is, hier naar school ging en hier zijn leven opbouwt, wordt geacht al een huis te hebben. Maar dat huis is vaak het ouderlijk huis, waar jongeren noodgedwongen blijven hangen. Starters wachten soms tien jaar. Gescheiden ouders trekken in bij familie. Ondertussen krijgen statushouders voorrang op sociale huurwoningen. Dat voelt wrang, niet omdat we mensen in nood geen dak boven het hoofd gunnen, maar omdat het gevoel van rechtvaardigheid onder druk staat.
In mijn periode als wethouder wonen zag ik hoe vastgelopen onze volkshuisvesting is. Daarom stel ik een model voor dat ik de huisvestingstrap noem: eerst kijken of iemand zelf woonruimte kan vinden, vervolgens of er een sociaal netwerk is dat tijdelijk kan helpen, en pas daarna de gemeentelijke verantwoordelijkheid. Het is dezelfde logica als in de Wmo: eerst zelf, dan netwerk, dan overheid. Het erkent dat statushouders óók sociale netwerken hebben en dat samenwonen een reële optie is. Wat in een azc kan, moet in een woning ook kunnen.
In Denemarken zoeken vergunninghouders zelf woonruimte, geholpen door gemeenten
Andere landen laten zien dat het anders kan. In Denemarken zoeken vergunninghouders vaak zelf woonruimte, met ondersteuning van gemeenten. Oostenrijk werkt met passend wonen: binnen twee jaar krijgt iemand een woning die past bij inkomen en gezinssamenstelling, en bij veranderingen wordt opnieuw naar passendheid gekeken. Dat voorkomt scheefwonen en houdt eengezinswoningen beschikbaar voor gezinnen. Nederland kan hiervan leren.
De Raad van State stelt dat het schrappen van voorrang zonder alternatief leidt tot ongelijke behandeling. Maar structurele voorrang voor statushouders kan óók leiden tot ongelijke behandeling van Nederlandse woningzoekenden. Europees recht vereist humane huisvesting, maar niet per se via een zelfstandige woning of met voorrang. Er is dus ruimte voor een model waarin alle Nederlanders, geboren of geworden, gelijk worden behandeld. De nieuwe Regiewet regelt vooral stenen, aantallen en spreiding, maar niet wie binnen gemeenten als eerste geholpen wordt.
Daardoor blijven jongeren, starters en gescheiden ouders achteraan staan. Lokale binding moet zwaarder kunnen wegen, doorstroming moet verplicht worden zodat grote woningen vrijkomen, en gemeenten moeten ruimte krijgen voor woningdelen en friendscontracten. Dat zijn voorwaarden voor een woningmarkt die eerlijk voelt. Gemeenten kunnen nu al stappen zetten, al kunnen sommige maatregelen pas zodra de landelijke wetgeving wordt aangepast. Een woningmarkt voelt pas eerlijk als inwoners het gevoel hebben dat hun eigen plek niet steeds verder uit beeld raakt. Daarom is het tijd dat de Regiewet niet alleen stenen regelt, maar ook rechtvaardigheid.
Ronald Weerwag, wethouder Zoetermeer en lijsttrekker LHN

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.