Een gebruiksvriendelijker en samenhangender omgevingsrecht is twee jaar na de invoering van de Omgevingswet nog een fata morgana. Dat blijkt uit onderzoek van adviesbureau Kwink Groep naar de vergunningverlening door gemeenten.
Vergunningverlening onder Omgevingswet blijft moeizaam
Gemeenten benutten de mogelijkheden niet die de Omgevingswet biedt. Ook de vergunningverlening loopt nog niet sneller.
Grote zorgen
Vorige week verscheen een kritische reflectie van de Evaluatiecommissie Omgevingswet over de werking van die wet in de dagelijkse gemeentelijke praktijk. Werk aan de winkel, luidt de titel van het rapport, waarin ‘grote zorgen’ worden geuit over de vraag of de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving, zoals door de Omgevingswet wordt beoogd, ook daadwerkelijk van de grond komt.
Verbeterdoelen
De evaluatiecommissie baseerde zich mede op een, op haar verzoek uitgevoerd, onderzoek van Kwink Groep naar de vergunningverlening door gemeenten onder de Omgevingswet. Kwink Groep bestudeerde in hoeverre het instrument omgevingsvergunning al bijdraagt aan de vier verbeterdoelen van de Omgevingswet: het vergroten van het gebruikersgemak in het omgevingsrecht, het bewerkstellingen van meer samenhang in de fysieke leefomgeving, het vergroten van de lokale afwegingsruimte en (tot slot) het versnellen en verbeteren van de besluitvorming, zodat initiatiefnemers eerder weten waar ze aan toe zijn.
Minder inzichtelijk
Volgens de onderzoekers draagt de nieuwe praktijk van omgevingsvergunningen nog niet bij aan meer gebruiksgemak. Voor initiatiefnemers is het juist minder inzichtelijk geworden welke vergunningen zij allemaal moeten aanvragen. ‘De Vergunningencheck in het DSO lost dit punt momenteel niet op. Dat komt onder andere door het grote aantal vragen in de Vergunningencheck en de daarin gebruikte terminologie die niet aansluit bij gebruikers.’
Professionele initiatiefnemers
Ook voor bevoegde gezagen is het volgens de onderzoekers minder helder welke vergunningen een aanvrager nodig heeft en - als er meerdere gezagen bij zijn betrokken - of de vergunning al werd verstrekt. Alleen voor sommige professionele initiatiefnemers is er winst, doordat zij nu per activiteit een vergunning aanvragen. ‘Dat vergt minder voorbereidingstijd en er zijn meer go/no go-momenten waarop een initiatiefnemer weet of het project/plan doorgang kan vinden.’
Samenhang
Meer samenhang in de fysieke leefomgeving heeft de omgevingsvergunning ook nog niet opgeleverd. Integendeel: ‘Er is eerder sprake van meer versnippering.’ Kwink Groep zag vaker meerdere enkelvoudige aanvragen voor één en hetzelfde initiatief. ‘Daardoor is het voor bevoegde gezagen moeilijker geworden om wenselijkheid en omgevingseffecten van een initiatief als geheel integraal te beoordelen. Wanneer er meerdere enkelvoudige aanvragen tegelijk lopen, moeten zij actief op zoek naar de overige aanvragen om een compleet beeld te krijgen.’
Open norm
De beperkte mogelijkheden die de omgevingsvergunning aan gemeenten biedt voor lokaal maatwerk (met name de algemene weigeringsgrond gezondheid en bepaalde milieuvoorschriften) worden nog niet benut. Daar speelt volgens het adviesbureau mee dat het een open norm betreft, waarbij het bevoegd gezag zelf moet motiveren waarom het de vergunning voor een initiatief uit voorzorg weigert.
Beslistermijnen
Tot slot zou de Omgevingswet met zijn kortere beslistermijnen moeten leiden tot snellere besluitvorming. Dat gebeurt nog niet. Volgens VNG-cijfers wordt de helft van de aanvragen niet binnen de wettelijke termijn behandeld. Ook is de lex silencio positivo (automatische instemming met een initiatief als een gemeente niet op tijd reageert) met de Omgevingswet als drukmiddel verdwenen.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.