‘Werk aan de winkel’, luidt het weinig verhullende oordeel van de Evaluatiecommissie over twee jaar Omgevingswet. De commissie maakt zich ‘grote zorgen’ of de wet wel de gewenste integrale aanpak van de leefomgeving gaat opleveren en kraakt ook kritische noten over het rijk en de staat van het DSO.
‘Grote zorgen’ of Omgevingswet samenhang brengt
De samenhangende benadering van de leefomgeving is in 2025 verder onder druk komen te staan, aldus de Evaluatiecommissie Omgevingswet.
Twee keer zo lang
Het is een veelzeggend overzicht in de inhoudsopgave van het tweede reflectierapport van de Evaluatiecommissie Omgevingswet, dat zich op de ontwikkelingen in het jaar 2025 richt. De lijst met zaken die nog niet goed gaan, of anders dan verwacht, is met vijftien items vrijwel twee keer zo lang als die met zaken die twee jaar na de invoering van de Omgevingswet al wel goed gaan (acht).
Herziening
De grootste zorgen maakt de evaluatiecommissie zich over de samenhangende benadering van de leefomgeving, die de Omgevingswet zou moeten brengen. Juist het gebrek daaraan was immers vijftien jaar geleden een belangrijke aanleiding voor de fundamentele herziening van het omgevingsrecht.
‘Op basis van de berichten tot nu toe zijn wij er geenszins gerust op dat de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving onder de Omgevingswet van de grond komt’, stelt de evaluatiecommissie. ‘Sterker nog, we constateren dat in vergelijking met vorig jaar de druk op de beoogde samenhangende benadering van de leefomgeving is opgelopen.’
Versnippering
Zo constateerde de commissie in 2025 vaker losse vergunningaanvragen bij bevoegde gezagen belanden voor één locatie, met meer versnippering als gevolg. ‘Verder maken de vele projecten die ook in 2025 via een BOPA worden vergund, het moeilijk om de samenhangende ontwikkeling van de leefomgeving te bewaken.’
Daarnaast zag de commissie dat het rijk de integrale belangenafweging van de Omgevingswet fnuikte via sectorale wetsinitiatieven, zoals de Wet op de defensiegereedheid, of door pleidooien als de noodwetgeving over drinkwater. ‘Het knelt omdat de afweging in deze gevallen niet (kenbaar en integraal) plaatsvindt binnen de systematiek van de Omgevingswet. Zo snel na invoering moet de stelselverantwoordelijke minister in onze ogen ondermijning van het stelsel voorkomen.’
Cyclische werken
Ook stelde de evaluatiecommissie vast dat het cyclische werken onder de Omgevingswet in gemeentehuizen nog weinig voet aan de grond krijgt. ‘Zo signaleren wij dat de opgave van de transitie van het omgevingsplan bij veel gemeenten langzaam gaat. De taak is dermate complex en omvattend dat het de vraag is of de deadline van 1 januari 2032 in alle gemeenten wordt gehaald. (…) Zolang gemeenten niet beschikken over een integraal omgevingsplan, mist een belangrijke schakel in de beleidscyclus en worden beoogde voordelen van de Omgevingswet gemist.’
DSO
De zorgen over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) bleken ook in 2025 onverminderd groot. ‘Het digitaal stelsel is hét fundament voor het bereiken van de verbeterdoelen van de wet, en zolang dat nog niet op orde is, kleurt dat het gehele oordeel over en het draagvlak voor de Omgevingswet.’
De commissie signaleert dat het gebruiksgemak van de Vergunningcheck en het Omgevingsloket ondermaats blijft. ‘Bevoegde gezagen signaleren dat met name particulieren en kleine en middelgrote bedrijven moeite hebben te bepalen welke vergunningen zij nodig hebben voor hun initiatief. Deze groep gebruikers ervaart het grote aantal vragen in de Vergunningcheck als een drempel.’
Niet waargemaakt
Ook wordt de belofte van ‘1 klik op de kaart’ bij het DSO-onderdeel Regels op de kaart nog niet waargemaakt. ‘In het DSO is het wel zichtbaar dat er een BOPA is aangevraagd of vergund, maar de inhoud van die vergunning is dat niet’, schrijft de commissie. ‘Dat maakt dat de lezer van Regels op de Kaart niet weet wat er is veranderd ten opzichte van het tijdelijke omgevingsplan dat wel digitaal beschikbaar is. Dat de inhoud van een BOPA niet inzichtelijk is op Regels op de Kaart is op zijn minst onhandig en sluit niet aan bij de wens van de Omgevingswet tot meer inzichtelijkheid en gebruiksgemak.’
Progressie
Tegenover al deze kritiek zag de commissie vorig jaar ook progressie. Kerninstrumenten van de Omgevingswet als het programma, het projectbesluit en de omgevingsvisie worden vaker door gemeenten ingezet en in steeds mindere mate beleidsarm. Ook krijgt het vooroverleg bij vergunningaanvragen via intake- en omgevingstafels in steeds meer gemeenten vorm. Verder groeit de regionale samenwerking tussen gemeenten en zorgen de eerste uitspraken van rechters ervoor dat de jurisprudentie rond de Omgevingswet inmiddels op gang komt.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.