Nederland komt er niet slecht van af, in het nieuwe rapport van de Europese Rekenkamer over energiegemeenschappen in de EU. Vergelijk Nederland met een land als Roemenië, dat ongeveer evenveel inwoners heeft. Waar Nederland 702 energiecoöperaties telt, telt Roemenië er één. Die ene energiegemeenschap in Roemenië, met de naam Cooperativa de Energie, doet bovendien op dit moment niet waarvoor hij toch is opgericht. Namelijk, energie leveren.
Energiegemeenschappen? Europa haalt doel bij lange na niet
Europese Rekenkamer houdt ambities van de EU tegen het licht.
De energietransitie die de wereld nu doormaakt, is grotendeels in handen van het grote bedrijfsleven. Het zijn de grotere bedrijven die wind- en zonneparken ontwikkelen, en de warmtepompen produceren. Tegelijkertijd wil de Europese Unie nadrukkelijk dat ook gemeenten, kleine bedrijven en burgers een rol spelen in die energietransitie, door middel van het gezamenlijk oprichten van coöperaties die hun eigen energie opwekken, delen en consumeren.
Volgens de Europese Commissie zijn er voordelen verbonden aan deze energietransitie op een kleinere schaal: een groter draagvlak onder burgers, het losweken van extra investeringen, en bestrijding van energiearmoede.
Europees doel
Een aantal jaren geleden is in Europa het doel gesteld om in het jaar 2025 minstens één energiegemeenschap te hebben die hernieuwbare energie opwekt in elke gemeente met meer dan 10.000 inwoners. In 2030 zou dan 21 procent van het totaal aan zonne-energie bij energiecoöperaties weg kunnen komen, en 17 procent van alle opgewekte windenergie. De Europese Rekenkamer concludeert nu echter dat geen van deze doelen realistisch blijkt.
Nederland scoort goed
In Nederland is er een eigen duurzame energiegemeenschap in 81 procent van de gemeenten met meer dan 10.000 inwoners. Alleen Denemarken scoort beter, met ruim 5 procentpunt extra. Het EU-gemiddelde is lager: ruim 27 procent.
Het valt op dat grote lidstaten als Italië, Polen, Spanje en Roemenië niet verder komen dan een paar procent. Wat betreft het aandeel dat energiegemeenschappen leveren aan de opwek van hernieuwbare energie, komt zelfs Nederland niet verder dan ruim 4 procent in 2030. Daar komt bij dat Nederland op dit moment stil staat, onder andere door de netcongestie.
La Buona Fonte
De Europese Rekenkamer besteedt in het rapport specifiek aandacht aan vier lidstaten: Italië, Polen, Nederland en Roemenië. In alle vier landen bezochten de onderzoekers projecten, zoals de Italiaanse energiegemeenschap La Buona Fonte die met 25 leden een zonne-energiecentrale in een leegstaande school uitbaat. Maar ook de Comunità energetica rinnovabile diocesi Treviso, die 340 leden heeft en ontstaan is uit een kerkgemeenschap ten noorden van Venetië.
Een ander bezocht project zijn de zonnepanelen van het energiecluster Klaster Energii Powiatu Bielskiego, in de Zuid-Poolse stad Bielsko. In Nederland werd onder andere een bezoek gebracht aan Vrijstad Energie in Culemborg.
Niet realistisch
De Europese Rekenkamer oordeelt dat de doelen van de Europese Commissie niet realistisch zijn geweest. De Commissie zou opnieuw moeten kijken welke doelen haalbaar zijn en bovendien goed meetbaar.
Om alsnog een stimulans te geven aan energiegemeenschappen in Europa, adviseert de Rekenkamer onder andere om af te dwingen dat de EU-lidstaten het Brusselse doel nauwgezet overnemen in hun nationale plannen. Een ander advies is om energiegemeenschappen ook te ondersteunen bij de opslag van energie. Dat heeft te maken met de schaarse ruimte op het stroomnet, die vooral in Nederland nijpend is. Als energiegemeenschappen kunnen helpen om pieken in het stroomverbruik en -productie te voorkomen, kunnen ze meer ruimte van de netbeheerders krijgen.
Nederland heeft laten weten deze aanbeveling over te nemen. Deadline hiervoor: de zomer van 2027.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.