Een extreme hoosbui liet krap twee jaar geleden in Enschede honderden huizen onder water lopen. Vooral de volksbuurt Pathmos werd hard getroffen. De woningcorporatie besloot onlangs 36 woningen te slopen. Lukt het de gemeente om het water van een volgende wolkbreuk in goede banen te leiden, zodat bewoners droge voeten houden?
Twee jaar na de overstroming
Een extreme hoosbui liet krap twee jaar geleden in Enschede honderden huizen onder water lopen. Hoe is het nu in de wijk Pathmos?
Enschede leert van wateroverlast
Wanneer wethouder Marc Teutelink (Burgerbelangen Enschede) en teamleider openbare ruimte Peter Dijkstra wandelen door volksbuurt Pathmos, komen de herinneringen aan de extreme hoosbui opborrelen. Op die beruchte 21 juli 2024 viel op sommige plekken in een half uur 60 millimeter regen. Op 67 plaatsen in de stad liepen huizen onder. Het ruim honderd jaar oude en laaggelegen Pathmos bleek het kwetsbaarst.
Uit omliggende wijken stroomde het water de buurt in. Op een pleintje aan de Ververstraat, waar de schade het grootst is, houdt Teutelink zijn hand iets boven zijn knie: ‘Hier stond het water 50 centimeter hoog.’
Van alle kanten kwam het water de woningen binnen. Via de voordeur, de achterdeur, de ventilatieroosters. De extreme hoeveelheid regenwater zorgde bovendien voor druk in de rioolbuizen. Via wc’s en wasmachineaansluitingen kwam het vuile water naar binnen en trok in de dagen daarna in de vloeren en muren van de woningen. Daarmee kwam de gezondheid van bewoners in het geding en werd een deel onbewoonbaar.
Teutelink wijst naar een woning op het plein, die er eigenlijk nog prima uitziet. De huurder had twee jaar geleden net een gloednieuwe keuken geïnstalleerd. ‘Het voegsel stond nog op de grond’, herinnert de wethouder zich. De woning is onderdeel van een groter woongebouw dat destijds als een soort pronkstuk van de wijk is gebouwd en nu moet worden afgebroken, vertelt hij met een gepijnigde blik.
Cameraatjes
Teamleider Dijkstra herinnert zich de grote witte tent die in de weken na de overstroming op het plein stond. Hier kwamen bewoners dag in, dag uit om steun bij elkaar te vinden. Hij vertelt over de bus voor rioolinspectie die de gemeente liet aanrukken. De overstroming vormde namelijk voeding voor geruchten dat het riool niet zou deugen. In de bus konden bewoners via schermen de cameraatjes volgen die door de rioolbuizen werden gestuurd en zo zien dat er met het rioolstelsel niks mis was.
Daarnaast stonden in wijkcentrum De Boei, vlak bij het getroffen gebied, medewerkers van de gemeente klaar voor juridische en mentale steun en om vragen over de riolering te beantwoorden. ‘Daar hebben we goed aan gedaan’, zegt Dijkstra, ‘om mensen de hele tijd vragen te laten stellen.’
In datzelfde wijkcentrum vertellen Teutelink en Dijkstra nu over de lessen die Enschede heeft getrokken uit de wolkbreuk en de sporen die deze hoosbui heeft nagelaten. Uit hun relaas blijkt dat de gemeente tegelijk werd verrast en niet verrast. Niet verrast, omdat al lang bekend was dat de stad op een stuwwal ligt en dat een aantal lagergelegen delen, waaronder Pathmos, als een soort badkuip in die stuwwal liggen.
Omdat water van hoog naar laag stroomt, is dat nu eenmaal een kwetsbare plek. Daar komt bij dat er 150 jaar geleden nog 82 beken lagen in het gebied waar nu Enschede ligt. Teutelink schuift een kaartje over de tafel met een wirwar van blauwe lijntjes die de beken rond 1900 laten zien. De textielindustrie maakte daar een einde aan, legt hij uit.
Die zocht ruimte om woningen te bouwen voor haar arbeiders. Bovendien verbruikten textielfabrieken veel water. Dat pompten ze uit de grond, waardoor de grondwaterstand daalde. ‘Toen hebben ze gezegd: dan leggen we die beken droog en gaan we daar huizen bouwen’, vertelt hij. Eind negentiende eeuw en begin twintigste eeuw werden de meeste beken gedempt of onder de grond weggemoffeld in rioolbuizen.
Maar toen rond 1980 het doek viel voor de laatste textielfabrieken, steeg ook de grondwaterstand weer. Teutelink: ‘We weten al lang dat we kwetsbaar zijn met kelders die onderlopen, met water door de straat.’ Al in de jaren negentig legde de gemeente wadi’s en ondergrondse bassins aan. In 2016 volgde een plan voor klimaatadaptatie met nog meer maatregelen, zoals het herstel van de Zuiderspoorbeek, het plaatsen van grotere rioolbuizen en nog meer wadi’s en opvangbassins.
‘Op 14 juli 2024 hebben we een bui gehad die we nét aan konden. Als we geen maatregelen hadden genomen, hadden we die niet aangekund’, aldus de wethouder. Maar een week later kwam er alsnog een grote verrassing. Die dag viel er op sommige plekken tot 100 millimeter regen uit de wolken. ‘Toen kon het systeem het niet meer aan.’
Stresstest
Dat kwam niet omdat het waterafvoersysteem nog vol zat van de week daarvoor, verzekert Dijkstra: ‘Het probleem was dat diezelfde dag ’s ochtends om half twaalf ook al een korte piekbui was gevallen. Toen was het buitengebied helemaal vol water. We hadden niet verwacht dat dat water van het hoger gelegen buitengebied zo naar beneden zou stromen.’ De gemeente had in 2019 een stresstest laten doen, maar nu stroomde het water huizen binnen die in de test niet naar voren kwamen als risicoplekken. Begin dit jaar wees de Onderzoeksraad voor Veiligheid in een rapport nog op een misser in die stresstest.
De stresstest heeft geen rekening gehouden met kwetsbare gebieden
Daarin wordt namelijk geen rekening gehouden met het feit dat ondervloeren en muren water kunnen absorberen, en dat rioolwater door de druk van regenwater naar boven kan worden geperst. Enschede heeft de stresstest destijds samen met andere Twentse gemeenten laten uitvoeren. ‘Wij hebben gewoon de stappen van het Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie van de Deltacommissaris gevolgd’, verduidelijkt Dijkstra. ‘De stresstest heeft geen rekening ‘In de gemeenteraad hamerden ze erop: is de rioolhe_ng wel hoog genoeg?’ gehouden met kwetsbare gebieden. Eigenlijk was elke woning hetzelfde voor die stresstest. Woningen die een jaar oud zijn en die honderd jaar oud zijn worden op dezelfde manier behandeld.’
Inmiddels zijn Dijkstra en Teutelink al een paar keer naar Den Haag geweest om dit, samen met andere lessen van Pathmos, ter sprake te brengen. Teutelink: ‘We hebben uitgelegd waarom het fout is gegaan, terwijl we dat niet hadden verwacht, hoewel we wisten dat het een kwetsbaar gebied is.’ Dit jaar nog willen de Twente gemeenten een nieuwe stresstest laten doen die wél rekening houdt met de kwaliteit van de woningen.
Verder zijn de plannen die de gemeente in 2016 had gemaakt, aangepast. De wethouder wijst op het kaartje waar de belangrijkste ingrepen staan, zoals een grote wadi in het Volkspark, nu nog een grote weide waar soms festivals landen. Verder staan het doortrekken van een beek, de aanleg van bezinkbassins, en kilometers extra dikke rioolbuizen op de rol.
Dijkstra: ‘Normaal zou je dat pas doen als het riool vervangen moet worden of bij groot onderhoud aan de weg. Nu gaan we het sowieso doen.’ In acht jaar gaat de gemeente daar een slordige 90 miljoen euro aan uitgeven. ‘Heel veel mensen denken: je moet in Pathmos zelf maatregelen nemen. Maar het water gaat naar Pathmos toe. Je moet op plekken waar het water vandaan komt maatregelen nemen’, doceert de wethouder. Alle plekken waar woningen zijn ondergelopen, zijn stuk voor stuk geanalyseerd, vult Dijkstra aan.
Vervolgens heeft de gemeente maatregelen om het water te beheren ingedeeld in grote, middelgrote en kleine plannen. ‘De kleine plannen zijn we aan het uitvoeren. Die middelgrote volgen dit jaar en volgend jaar. De hele grote volgen binnen acht jaar’, stelt Dijkstra. Ook de plannen voor de periode daarna liggen al klaar. Al met al verwacht de gemeente de komende vijftig jaar zo’n 900 miljoen euro te moeten investeren in maatregelen om de gevolgen van klimaatverandering (wateroverlast, droogte en hitte) op te vangen.
Ongeschikte plekken
De hoosbui van bijna twee jaar geleden is ook aanleiding om de bestaande plannen nog eens onder de loep nemen. Teutelink: ‘We moeten nieuwe woningen bouwen. Kan dat nog wel op de plekken waar we vroeger zouden bouwen? Bij gebieden die we nu in beeld hebben voor woningbouw, kijken we of die wel geschikt zijn, ook in de toekomst.’ Het heeft er al meerdere keren toe geleid dat woningbouwplannen moesten worden aangepast of verplaatst.
In de gemeenteraad hamerden ze erop: is de rioolheffing wel hoog genoeg?
Peter Dijkstra
Bij de opmerking dat die bui eigenlijk een gelukje is geweest, een signaal dat dwingt om niet af te wachten, sputteren de twee toch even flink tegen. Teutelink: ‘Moet je je voorstellen: ik moest op een bijeenkomst honderd mensen vertellen dat ze definitief niet meer terug konden naar hun woningen, omdat het water dat in de muren was getrokken geen oppervlaktewater was, maar rioolwater dat gezondheidsproblemen zou kunnen veroorzaken. Ik vond dat een heel heftige avond, dat doet je echt wat.’
Toch zien de twee dat er meer begrip is voor de maatregelen die de gemeente neemt en de kosten die daarmee gepaard gaan. Dijkstra: ‘Ik vond het bijzonder dat ze in de gemeenteraad erop hamerden: is de rioolheffing wel hoog genoeg?’ Het ontlokt hem een lach. Maar nee, dat was niet nodig. ‘Die was al hoog, omdat we al het plan hadden om dit uit te voeren. Daar was af en toe wel eens een moppertje over. Maar nu klaagt niemand meer, want iedereen snapt het wel.’
‘Sloop is het minst gunstige’
De woningen van woningcorporatie De Woonplaats zijn het hardst geraakt. In 63 woningen in de wijk Pathmos liep rioolwater naar binnen en konden bewoners niet terugkeren. ‘De mensen zijn niet alleen hun woning kwijt, maar ook hun sociale omgeving’, blikt bestuurder Gabriël Kaplan terug. ‘Generatie na generatie is daar opgegroeid. Dat krijgen ze niet terug. Het is echt een oude volksbuurt, iedereen kent elkaar.’
Vlak na de bui op 21 juli 2024 was nog niet duidelijk dat voor de volksbuurt de druiven zo zuur zouden zijn. Overal in de stad waren er plekken waar het water de huizen was ingestroomd. Pas later die week werd duidelijk dat in Pathmos smerig rioolwater de poreuze woningen was binnengedrongen en bewoners hun woningen moesten verlaten. ‘We wisten wel dat Enschede een kwetsbare stad is’, zegt Kaplan, ‘maar de omvang van de schade was voor ons een grote verrassing.’
Van de corporatiewoningen worden er 36 gesloopt en 23 gerenoveerd. Vier huurwoningen worden verder onderzocht. Het renoveren kost ongeveer 144.000 euro per woning. Sloop is nog duurder. Kaplan: ‘Sloop is het minst gunstige voor een woningcorporatie.’ Hij somt op: ‘Voor de sloop zelf betalen we enkele tienduizenden euro’s per stuk. Je moet woningen a.oeken, je hebt geen huuropbrengst, en voor nieuwbouw heb je een zak geld nodig.’ Meer woningen terugbouwen is waarschijnlijk niet mogelijk. ‘De wijk is al behoorlijk versteend.’ Kaplan verwacht dan ook niet dat er meer woningen worden toegevoegd dan er nu worden gesloopt.
Zelf heeft De Woonplaats weinig kaarten in handen om risico’s op wateroverlast te verkleinen, meent de bestuurder. Wel krijgen woningen die gerenoveerd worden waterdichte deuren, betonnen vloeren en worden de ventilatieroosters hoger geplaatst. Voor het overige is de corporatie ‘a.ankelijk van de maatregelen die de gemeente gaat nemen.’ ‘Wat wij kunnen doen, is in wijken die dichtbebouwd en versteend zijn klimaatadaptieve tuinen inrichten, en bewoners verleiden om stenen te verruilen voor beplanting. Dat zijn maatregelen die we aan het nemen zijn om hittestress te voorkomen en te voorkomen dat bij forse regenbuien water de woningen inloopt.’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.