Gemeenten en provincies moeten als aandeelhouders meer geld en aandacht pompen in de waterbedrijven om de drinkwaterkwaliteit op peil te houden. Dat schrijft Hans de Groene, directeur van de Vereniging van Waterbedrijven (Vewin) in een analyse in economenvakblad Economisch Statistische Berichten (ESB). Waterkwaliteit moet in de ogen van deze econoom niet alleen als milieuvraagstuk worden gezien, maar als groeiend financieel en bestuurlijk dossier voor decentrale overheden.
Overheden staan onvoldoende voor zorgplicht drinkwater
Scherpere regelgeving en meer toezicht en handhaving zijn nodig voor een hogere waterkwaliteit
Gemeenten hebben onder de Omgevingswet en in omgevingsplannen een wettelijke zorgplicht voor het veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening. Zij moeten zich volgens de Vewin-directeur actiever opstellen om vervuiling tegen te gaan. Provincies spelen vooral een rol in vergunningverlening en gebiedsregie. Samen moeten deze decentrale overheden ervoor zorgen dat waterbeleid het niet aflegt tegen andere ruimtelijke claims, zoals woningbouw, landbouw en opwekking van energie. In zijn stuk haalt De Groene de Raad voor de Leefomgeving aan, die ook van mening is dat overheden te weinig invulling geven aan hun zorgplicht.
Extra zuivering nodig
Doordat de vervuiling van grond- en oppervlaktewater is toegenomen, zijn extra zuiveringsinspanningen nodig in plaats van minder, zoals de Europese Kaderrichtlijn Water voorschrijft. Aanstichters zijn met name landbouw en industrie, maar ook consumenten, die onder andere medicijnresten in het riool lozen. Daarnaast worden andere stoffen aangetroffen (zoals PFAS), en spelen oude bodemverontreinigingen en verzilting een rol. Het energieverbruik is hoger dan voorheen en er is meer behoefte aan grondstoffen voor het zuiveringsproces. Ook digitalisering en cybersecurity jagen de waterbedrijven op kosten.
Meer productiecapaciteit
Alle tien de Nederlandse drinkwaterbedrijven hebben vóór 2030 extra productiecapaciteit nodig om de groeiende bevolking en economie te kunnen voorzien van kwalitatief goed drinkwater. Uit meetgegevens blijkt dat op dit moment aan circa 80 procent van de normen wordt voldaan, maar dat geen van de oppervlaktewaterlichamen in Nederland de ‘goede toestand’ haalt. Voor grondwater geldt dat op dit moment slechts 4 van de 23 grondwaterlichamen dat predikaat krijgt.
Vervuiler betaalt onvoldoende
De Groene constateert dan het principe ‘de vervuiler betaalt’ niet echt opgaat. Huishoudens en bedrijven die water afnemen krijgen een groot deel van de rekening gepresenteerd, terwijl andere vervuilers niet rechtstreeks opdraaien voor de kosten. Dat is nu al het geval, zegt hij. De drinkwaterprijs was lange tijd stabiel, maar tussen 2020 en 2025 steeg het gemiddelde tarief voor huishoudens met gemiddeld 8,5 procent per jaar, bijna twee keer zoveel als de stijging van de consumentenprijsindex.
Aanscherping nodig
Volgens de Vewin-directeur is extra beleid nodig: aanscherping van de regelgeving, adequate uitvoering (vergunningverlening, toelating), streng toezicht en betere handhaving. ‘Alleen langs die weg komt de rekening voor (het voorkomen van) verontreiniging terecht waar deze hoort: bij de vervuilers’, schrijft hij.
Actieprogramma
Ook het rijk zit bovenop het drinkwaterdossier. Samen met drinkwaterbedrijven en provincies heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een actieprogramma opgesteld van veertien regionale actieplannen, plus een set landelijke afspraken. Het laatste coalitieakkoord onderstreept eveneens het belang van aandacht voor de drinkwatervoorziening. In de onlangs gepubliceerde Ontwerp-Nota Ruimte wordt de noodzaak om bij nieuwe ontwikkelingen tijdig te zorgen voor voldoende drinkwater expliciet genoemd.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.