Gemeenten en provincies kunnen meer doen om het uitsterven van kwetsbare trekvogels te voorkomen. Dat zegt directeur-bestuurder Karsten Schipperheijn van Vogelbescherming Nederland.
Gemeente en provincie kunnen meer doen om trekvogels te beschermen
‘Het gaat slecht met de vogels op het moment dat wij niet goed met de leefomgeving omgaan’, stelt de Vogelbescherming.
Uit een nieuwe editie van het jaarlijkse State of the World Birds, dat vorige maand verscheen, bleek opnieuw dat het wereldwijd niet goed gesteld is met de trekvogels. Van 45 procent van de migrerende vogelsoorten neemt het aantal af. En 11 procent van de soorten wordt met uitsterven bedreigd. Klimaatverandering, vervuiling, verstedelijking, dierziektes als de vogelgriep en de aanleg van onder meer windmolens zijn debet aan de afname van de vogelstand, aldus het rapport. Dat werd opgesteld door BirdLife International, een netwerk van ngo’s waar ook de Nederlandse Vogelbescherming bij is aangesloten.
‘Het gaat slecht met de vogels op het moment dat wij niet goed met de leefomgeving omgaan’, stelt directeur Karsten Schipperheijn van Vogelbescherming. En dus ligt er een zware taak op de mens om te zorgen dat de soorten zich kunnen herstellen.
Verklaring
De Vogelbescherming zette in september haar handtekeningen onder de Nairobi Flyways Declaration. In die verklaring roepen de Vogelbescherming en andere internationale vogelorganisaties overheden op om actie te ondernemen om trekvogels te beschermen. Dat betekent dat Vogelbescherming overheden in Nederland nadrukkelijker gaat aanspreken op hun verantwoordelijkheden, legt Schipperheijn uit. En die verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij het rijk, benadrukt hij. ‘Provincies, gemeenten en waterschappen maken keuzes die bepalend zijn voor de kwaliteit van leefgebieden van vogels.’ Daarbij gaat het om de inrichting van het landelijk gebied tot de vergroening van steden en dorpen. ‘Als je niet alleen denkt vanuit de infrastructuur, maar ook vanuit groenstructuren, dan kun je verbindingen beter in stand houden.’
Nederland ligt op een belangrijke migratiecorridor van trekvogels die in het noorden broeden en in Afrika overwinteren. In het najaar trekken vogels grutto’s, vinken, spreeuwen, lijsters, leeuweriken en steltlopers massaal via Nederland naar het zuiden. Ook overwinteren veel vogels uit het noorden in Nederland, zoals ganzen en eenden. De Nederlandse delta, waarin zoetwater uit de rivieren samenkomt met het zoute zeewater, is een ideale pauzeplek op die route. Nederland geldt daarom als belangrijke schakel in de Atlantische trekroute. Dat geldt met name voor de Waddenzee, een van de belangrijkste natuurgebieden in de jaarlijkse vogeltrek, maar ook andere plekken in het land, zoals de Zeeuwse delta, spelen een belangrijke rol.
Druk op de ruimte
Maar ook in Nederland staat de ruimte onder druk, ziet Karsten Schipperheijn. Er moeten 100.000 woningen per jaar bijkomen, de infrastructuur uitgebreid en meer elektriciteitscapaciteit om netcongestie te voorkomen. En in het natuurbeleid wordt er wel rekening gehouden met de vogels, maar dan vooral met de soorten die hier broeden of die het hele jaar door in Nederland verblijven. ‘We denken doorgaans te weinig vanuit de volledige trek van vogels. Maar het nieuwe onderzoek laat goed zien dat we allemaal verantwoordelijk zijn alle puzzelstukjes. Dat is een collectieve verantwoordelijkheid.’
De Waddenzee is redelijk goed beschermd, zegt Schipperheijn, al is er daar ook al druk op de natuur, door lozingen, visserij en toerisme. Maar elders in het land is de soortenbescherming minder goed geregeld. En dan kan het gebeuren dat een nieuwe woonwijk of een hoogspanningslijn wordt gepland in een polder waar trekvogels in het najaar foerageren. ‘Het kan zijn dat je dan soorten isoleert’, zegt Schipperheijn. ‘Of dat ze na een jaar terugkomen en hun vaste plek veranderd is of er geen eten meer te vinden is.
Parijs
Schipperheijn wijst naar Parijs. De Franse hoofdstad is ‘heel modern bezig’ met natuurbehoud, door overal in de stad nieuwe groenstructuren aan te leggen. ‘Dat kan in Nederlandse steden ook.’ Het betekent dat een nieuwe woonwijk best kan, maar dat er bij de ontwikkeling ervan al vroeg moet worden nagedacht over het groen in de wijk. ‘Hoe kan je zo’n wijk zo inrichten dat het gunstig is voor bepaalde vogels op een bepaald moment? Er is heel veel mogelijk.’
Dat betekent vooral: gebruik maken van inheemse soorten. Het was een tijdje in de mode om bomen uit het Middellandse Zeegebied te planten. Die zien er mooi uit, maar lokken niet de insecten die vogels hier als voedsel nodig hebben om hun reis naar het zuiden te vervolgen. En ook het gemeentelijk maaibeleid speelt een grote rol bij het behoud van vogelsoorten. Schipperheijn: ‘We verwachten van gemeenten dat ze hierover nadenken.’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.