Botsende werelden
Waarom goedbedoeld beleid soms vastloopt op een werkelijkheid die er heel anders uitziet.
‘Willen jullie je schoenen even uitdoen?’
Een wat ongebruikelijk verzoek tijdens een workshop met beleidsmakers en ambtenaren. Maar vooruit. De schoenen gaan uit.
‘En graag nu ook jullie sokken.’
Dan verandert er iets. Mensen kijken om zich heen. Waarom? Waar is dit voor nodig? Sommigen voelen zich ongemakkelijk. Misschien heeft iemand een gat in zijn sok. Een ander vindt het gewoon vervelend om op blote voeten in een ruimte met collega's te zitten. Precies dat ongemak probeert Riane Kuzee-Hoogeveen, als ervaringsdeskundige werkzaam bij Sterk Uit Armoede, tijdens haar workshops soms op te roepen.
Want voor veel huishoudens die afhankelijk zijn van ondersteuning is dat gevoel geen oefening van vijf minuten. Zij moeten regelmatig hun financiële situatie, problemen en persoonlijke omstandigheden blootleggen om aan te tonen dat ze recht hebben op hulp. Steeds opnieuw moet worden bewezen: “Ik heb het echt nodig”.
Het is een klein voorbeeld van twee werelden die elkaar regelmatig ontmoeten, maar elkaar lang niet altijd begrijpen.
Een lening die geen oplossing is
Neem een gemeente die verduurzaming toegankelijk wil maken voor mensen die de investering zelf niet kunnen betalen. Een aantrekkelijke duurzaamheidslening lijkt dan een logische oplossing.
Maar vraag het aan iemand die iedere maand moeite heeft om rond te komen en het antwoord kan heel anders zijn: ‘Een lening?Ik ga echt geen schuld aan, dat overkomt me nooit meer. Ik wil zelfs niet dat mijn dochter gaat studeren, omdat ik niet wil dat ze geld moet lenen.’
De gemeente redeneert logisch. Het huishouden ook.
Hetzelfde gebeurt bij subsidies waarbij inwoners de verduurzamingsmaatregelen eerst zelf moeten voorschieten. Het geld krijgen ze immers achteraf terug. Echter, wat als er niets is om voor te financieren? ‘Ik weet niet eens of ik aan het einde van de maand genoeg geld heb voor eten. Waarvan moet ik dan die maatregelen betalen?’
Wat in de systeemwereld een administratieve tussenstap is, kan in de leefwereld een onoverkomelijke barrière zijn.
Zelfs gratis kan te duur voelen
Dan maar een subsidie waarbij huishoudens helemaal niets hoeven te betalen. Probleem opgelost, zou je denken. Niet noodzakelijk. ‘Gratis geld bestaat niet. Straks blijkt dat ik het toch moet terugbetalen.’
Wie regelmatig afhankelijk is van regelingen, toeslagen en uitkeringen heeft geleerd voorzichtig te zijn. Een fout, veranderde situatie of verkeerd begrepen regel kan immers grote financiële gevolgen hebben. Het probleem is dan niet langer alleen betaalbaarheid. Het is vertrouwen.
En juist dat vertrouwen staat vaak onder druk. Wat vanuit de gemeente een subsidie zonder financieel risico is, kan voor een huishouden juist voelen als een mogelijk risico op toekomstige schulden.
Beide perspectieven zijn verklaarbaar. Samen vormen ze niet automatisch een vruchtbare uitgangspositie.
Beginnen waar iemand staat
Ook bij de energietransitie kunnen de uitgangspunten ver uit elkaar liggen. Veel energiehulp vanuit gemeenten of duurzaamheidsinitiatieven heeft betrekking op warmtepompen, zonnepanelen, isolatiewaarden en slimme energiesystemen. Allemaal relevante onderwerpen. Maar energiecoaches komen vooral bij mensen thuis die nu de energierekening niet kunnen betalen en die wel wat anders aan hun hoofd hebben dan het verduurzamen van de woning.
Dat is geen gebrek aan interesse. Het laat vooral zien hoe belangrijk het is om te weten waar iemand begint.
Beleid begint vaak bij wat er mogelijk is. Hulp begint bij waar iemand staat.
Dat verschil lijkt klein, maar kan bepalen of een maatregel daadwerkelijk effect heeft.
Ook binnen het gemeentehuis botsen werelden
En er is nog een andere kloof. Niet alleen tussen gemeente en inwoner, maar soms ook binnen gemeenten zelf. Vanuit het fysieke domein horen we bijvoorbeeld dat het ontzettend moeilijk is vrijwilligers te vinden die huishoudens kunnen ondersteunen bij energiebesparing. Een collega vanuit het sociale domein kan daar heel anders naar kijken: ‘Vrijwilligers? We hebben een vrijwilligerscentrale en een welzijnsorganisatie met mensen die al achter de voordeur komen.’
Beiden kijken naar hetzelfde vraagstuk vanuit een andere professionele werkelijkheid. Voor een gemeente bestaat een huishouden uit verschillende beleidsterreinen: inkomen, wonen, welzijn, schulden, duurzaamheid en energie. Voor het huishouden zelf bestaat die verkokering niet. Er is maar één voordeur.
Vertrouwen past niet in een regeling
Onze energiecoaches merken hoe lang het soms duurt voordat die voordeur werkelijk opengaat. Niet letterlijk, maar figuurlijk.
Vertrouwen ontstaat niet doordat iemand namens een betrouwbare organisatie aanbelt. Het vraagt soms meerdere gesprekken en bezoeken. Luisteren voordat je oplossingen aandraagt. Begrijpen wat iemand bezighoudt voordat je vertelt wat er allemaal mogelijk is.
Pas dan ontstaat ruimte om samen te kijken hoe iemand zelf meer grip kan krijgen op het energieverbruik en de energierekening. En juist dat gevoel van regie kan belangrijk zijn voor mensen die op zoveel andere terreinen afhankelijk zijn geworden van instanties en regels.
Misschien zit daar een belangrijke les voor gemeenten.
Niet nóg beter uitleggen hoe een regeling werkt. Niet automatisch concluderen dat inwoners onvoldoende bereikt worden. En ook niet direct zoeken naar een nieuwe interventie.
Maar eerst nieuwsgierig zijn naar de wereld aan de andere kant. Goed beleid begint misschien niet met een oplossing. Het begint met luisteren en begrijpen.
Meer weten?
Hulp nodig als gemeente met het organiseren of verbeteren van een effectief bewezen aanpak van energiearmoede? Stichting Energiebank Nederland helpt. We ondersteunen gemeenten met de lokale analyse van het netwerk dat er al is, organiseren samenwerkingen met welzijnsorganisaties en zetten de aanpak neer waar dat nog nodig is. Zonder winstoogmerk, vanuit onze missie dat iedereen mee moet kunnen doen met de energietransitie.
Neem gerust contact met ons op voor meer informatie.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.