De oorzaak dat veel ambtenaren ‘opbranden’ komt voort uit het probleem dat het ‘politiek-bestuurlijk model niet meer past bij de hedendaagse uitdagingen’. Omdat een ‘dragend verhaal’ (het ‘narratief’) ontbreekt, komt een ‘reusachtige last te liggen bij de uitvoering’. Zou het echt? Het zijn niet de minsten die deze stellingen poneren.
Het tekort zit niet in ‘het narratief’, maar in de uitvoering
Met zowel de diagnose als de remedies slaan Maarten Hajer en Christina Klubert de plank faliekant mis.
Maarten Hajer, hoogleraar Urban Futures aan de Universiteit van Utrecht en Christina Klubert, promovendus aan diezelfde universiteit krijgen in de NRC van 23 juli volop de ruimte om te beargumenteren dat het in Nederland ontbreekt aan een gedeeld verhaal over de grote ruimtelijke opgaven: woningbouw, klimaat, energie, natuur en landbouw. Daardoor haken burgers af, branden ambtenaren op en komt de democratie onder druk te staan.
Hun remedie is een reeks nieuwe democratische experimenten: een burgerberaad, cultuurprojecten zoals een wandelend bos, en een nationale manifestatie over de ruimtelijke toekomst.
De Nota Ruimte?
Opmerkelijk is allereerst dat de auteurs geheel voorbijgaan aan de ontwerp-Nota Ruimte. Op dit beleidsstuk valt veel af te dingen, maar er ligt een behoorlijk brede basis. De nota bevat nog onvoldoende scherpe prioriteiten, de financiële onderbouwing is mager en vooral een uitvoeringsagenda ontbreekt. Precies daar zit de zwakke plek van het huidige ruimtelijke beleid: niet in het ontbreken van een ‘verhaal’, maar in een gebrek aan uitvoeringskracht.
Nederland heeft de afgelopen twee decennia eerder een overdaad dan een tekort aan toekomstbeelden geproduceerd. Structuurvisies, nationale programma's, panorama’s, perspectieven, ontwerpend onderzoek en transitieagenda's. Het modieuze en inmiddels sleetse begrip ‘narratief’ floreert daarin. Het verwoordt het verlangen naar een brede maatschappelijke en politieke consensus over de belangrijkste ruimtelijk relevante vraagstukken. Dat is er niet; we hebben te doen met ‘het gevecht om te ruimte’. Over een deel daarvan valt overeenstemming te bereiken met een (polder)compromis en soms met een ingenieus ontwerp. Maar bij andere brandende kwesties komt het uiteindelijk aan op politieke keuzes, op de verschillende schaalniveaus.
Uit de lucht gegrepen
De stelling dat door het ontbreken van een ‘dragend verhaal’ een reusachtige last bij de uitvoering - inclusief ‘opgebrande’ ambtenaren - komt te liggen, is volkomen uit de lucht gegrepen. Uitvoeringsorganisaties vragen om heel andere dingen, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de jaarlijkse Staat van de uitvoering, een rapportage van gezamenlijke rijksuitvoeringsdiensten. ‘Doe aan reductie van de complexiteit in wet- en regelgeving’, staat bij hen op nummer één. Gevolgd door een reeks andere, erg praktische voorstellen.
Hajer en Klubert noemen het burgerberaad als voorbeeld van democratische vernieuwing, waarmee burgers intensiever kunnen worden betrokken bij complexe vraagstukken. Volgens hen krijgt deze bestuursvorm nu een veel te zware bewijslast opgelegd en moeten we er vooral meer mee experimenteren. Mijn eigen ervaring met het burgerberaad (Wonen in Zaanstreek-Waterland, 2023) is weinig bemoedigend: na maanden overleg verschenen aanbevelingen die bekend waren en voorstellen die politiek, juridisch of financieel onuitvoerbaar bleken. Kosten: een half miljoen euro. Uiteindelijk bleef hoofdzakelijk een groep senioren over met een aantal mensen met een eigen missie. Een smalle basis om te spreken namens ‘de samenleving’.
Wandelend bos
Het voorbeeld van ‘Bosk’ overtuigt nog minder. De auteurs beschrijven dit wandelende bos in Leeuwarden als een inspirerende ‘oefenruimte’ voor de democratie. Duizend bomen werden tijdelijk door de stad verplaatst; bewoners hielpen mee en ‘dachten na over vergroening en klimaat’. Bosk was een leuke, originele culturele manifestatie, maar niet meer dan dat.
Het voorstel voor een ‘nationale manifestatie over de ruimtelijke toekomst’ slaat de plank ook mis. Die wordt namelijk elk jaar al georganiseerd. Of bedoelen de auteurs het evenement rond het project ‘Places of Hope’ dat in 2018 plaatsvond in Leeuwarden, mede op initiatief van Maarten Hajer zelf. Topambtenaren moesten met ‘demonstatieborden’ sjouwen, met teksten als: ‘Zin in de toekomst.’ Dat kan toch niet serieus bedoeld zijn?
Hajer en Klubert zoeken de oplossing ook in een ‘breed debat’, in een ‘nieuw verhaal’ en een andere ‘democratische dramaturgie’. Maar Nederland heeft helemaal geen tekort aan gesprekken. Wij zijn al wereldkampioen overleg, om niet te zeggen ouwehoeren.
Bijziendheid
Opvallend is de suggestie dat nieuwe (ruimtelijke) toekomstbeelden een antwoord zouden moeten vormen op de maatschappelijke discussie over migratie. Alsof een nationale tentoonstelling, een kunstmanifestatie of een burgerberaad de spanningen rond migratie, asielopvang en bevolkingsgroei met ook maar één millimeter verminderen. En zou verschuiven naar favoriete thema’s als klimaatadaptatie en energietransitie.
‘Nederland lijdt aan bijziendheid’, beweren Hajer en Klubert. Je kunt ook zeggen: we zijn het tot op heden oneens met de uitkomsten van het ruimtelijk debat. En daarom zoeken we - onder het motto van ‘een andere dramaturgie van de politiek’ - naar methoden die de uitkomsten ombuigen in de door ons gewenste richting.
Samenvattend: met zowel de diagnose als de remedies slaan Hajer en Klubert de plank faliekant mis. Laten we het (ruimtelijk) beleid aanscherpen. Dan komt het ‘narratief’ langs de normale weg voor de bakker. En laten we vooral uitvoeringskracht op alle fronten veel beter organiseren, en daarbij de adviezen van de uitvoerders ter harte nemen.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.