De provincie Zuid-Holland mag twaalf gemeenten in de regio Rotterdam voorlopig niet verplichten om een nieuwe regeling voor regionale woonruimteverdeling vast te stellen. Dat heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaald.
Zuid-Holland mag regionale samenwerking niet afdwingen
De provincie Zuid-Holland mag twaalf gemeenten voorlopig niet verplichten tot regionale woonafspraken rond Rotterdam.
Ridderkerk
De zaak draait om het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam, waarin twaalf gemeenten sinds 2015 samenwerken op het gebied van volkshuisvesting en woonruimteverdeling. Ridderkerk besloot in 2025 uit die samenwerking te stappen. Volgens de gemeente leidt de regionale aanpak tot een te grote druk op de lokale sociale woningmarkt en komen eigen woningzoekenden daardoor in het gedrang.
Op verzoek van de elf andere gemeenten greep de provincie Zuid-Holland in. Gedeputeerde Staten gaven eind 2025 alle betrokken gemeenten een formele aanwijzing om gezamenlijk een nieuwe samenwerkingsregeling vast te stellen. Daarbij stelde de provincie dat uniforme regels voor onder meer urgentieverklaringen en sociale huurwoningen noodzakelijk zijn.
Ridderkerk maakte bezwaar tegen het besluit. Nadat dat bezwaar in april 2026 ongegrond was verklaard, stapte de gemeente naar de Raad van State en vroeg zij om schorsing van de aanwijzing totdat in de bodemprocedure uitspraak is gedaan.
Vrijwilligheid is uitgangspunt
De voorzieningenrechter heeft het verzoek toegewezen. Volgens de rechter heeft de provincie onvoldoende onderbouwd waarom onmiddellijke uitvoering van de aanwijzing noodzakelijk is. Daarbij weegt mee dat niet is aangetoond dat woningzoekenden in de regio momenteel praktische problemen ondervinden van de verschillen tussen de regels in Ridderkerk en die van de andere gemeenten.
Ook benadrukt de rechter dat de Wet gemeenschappelijke regelingen uitgaat van vrijwillige samenwerking tussen gemeenten. Het opleggen van samenwerking geldt als een uiterste middel. Zolang nog niet definitief is vastgesteld of de provinciale aanwijzing rechtmatig is, mag de provincie de samenwerking daarom niet afdwingen.
De Raad van State verwacht de bodemzaak in het najaar van 2026 inhoudelijk te behandelen. Tot die tijd blijft de aanwijzing geschorst.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.