Het Hoogheemraadschap van Rijnland hoeft niet eindeloos te blijven zoeken naar documenten als het voldoende inzichtelijk heeft gemaakt waar en hoe is gezocht. Dat blijkt uit een uitspraak van de Raad van State in een zaak over waterafvoer rond een multifunctionele accommodatie in Zwammerdam.
Waterschap hoeft niet eindeloos te zoeken bij Woo-verzoek
Een bestuursorgaan hoeft niet telkens opnieuw naar documenten te zoeken als het voldoende inzichtelijk heeft gemaakt waar en hoe is gezocht.
Wateroverlast
Een inwoner had het Hoogheemraadschap van Rijnland gevraagd om informatie over de gevolgen van de bouw van de multifunctionele accommodatie aan de Spoorlaan voor de waterafvoer en watercompensatie. Hij vreesde dat het project tot wateroverlast in zijn woning zou leiden.
De verzoeker wilde onder meer interne correspondentie van medewerkers van het hoogheemraadschap en berichten die zij met ambtenaren van de gemeente Alphen aan den Rijn hadden uitgewisseld inzien. Rijnland wees het verzoek af omdat de gevraagde documenten niet bij het waterschap zouden berusten.
De rechtbank oordeelde eerder dat de aanvankelijke zoekslag onvolledig was. Tijdens de procedure zocht het hoogheemraadschap daarom opnieuw, maar ook daarbij werden geen nieuwe stukken gevonden. De rechtbank oordeelde dat Rijnland aanvankelijk niet zorgvuldig genoeg had gezocht, maar vond dat het waterschap dit tijdens de procedure voldoende had hersteld.
Mailboxen onderzocht
De Raad van State vindt dat Rijnland uiteindelijk wel voldoende zorgvuldig heeft gezocht. Het waterschap deed navraag bij de gemeente Alphen aan den Rijn en onderzocht onder meer de mailboxen van betrokken bestuurders, oud-medewerkers en afdelingshoofden. Ook maakte het inzichtelijk op welke plaatsen en op welke manier naar documenten was gezocht.
Daarmee heeft het hoogheemraadschap volgens de hoogste bestuursrechter ‘genoegzaam onderzoek’ gedaan. De stelling van de verzoeker dat er meer documenten moeten bestaan is volgens de Raad niet onderbouwd en onvoldoende om het waterschap er toe te dwingen nogmaals op zoek te gaan.
Wanneer een bestuursorgaan na onderzoek stelt dat documenten niet of niet meer in zijn bezit zijn, is het volgens de Raad in beginsel aan de verzoeker om aannemelijk te maken dat die stukken er toch zijn. Pas als dat aannemelijk is, moet het bestuursorgaan verder zoeken.
De procedure begon als een verzoek op grond van de voormalige Wet openbaarheid van bestuur. Omdat het besluit na de invoering van de Wet open overheid werd genomen, was de Woo van toepassing. Dat maakt voor de gebruikte beoordelingsmaatstaf volgens de Raad van State inhoudelijk geen verschil.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.