Gemeenten dreigen een belangrijke rol te krijgen bij de ondersteuning van chronisch zieken en gehandicapten als de fiscale aftrek van zorgkosten wordt afgeschaft. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) waarschuwt echter dat gemeenten niet over voldoende capaciteit beschikken om de huidige doelgroep van gemeentelijke regelingen uit te breiden naar mensen met midden- en hogere inkomens. Ook kunnen de uitvoeringskosten fors oplopen.
Gemeenten vrezen extra last door einde zorgaftrek
Gemeenten missen capaciteit om chronisch zieken en gehandicapten te steunen als de fiscale aftrek van zorgkosten verdwijnt.
Ondersteuning via gemeenten
Dat schrijft de Geldgids van de Consumentenbond. Het kabinet wil de aftrek van specifieke zorgkosten per 2028 afschaffen, als daarvoor voldoende politiek draagvlak bestaat. Het voorstel moet onderdeel worden van het Belastingplan 2027. De financiële ondersteuning van chronisch zieken en gehandicapten zou daarna via gemeenten moeten lopen. Zij krijgen daarvoor geld via het gemeentefonds.
Aan de voorgenomen afschaffing ging een negatieve evaluatie door onderzoeksbureau Dialogic vooraf. Een ambtelijk onderzoek leverde vervolgens twee mogelijke oplossingen op: de huidige belastingaftrek gerichter maken en bestaande knelpunten aanpakken, of de regeling afschaffen en de ondersteuning overhevelen naar gemeenten. De coalitiepartijen kozen voor de tweede mogelijkheid.
Ingewikkeld en omslachtig
De aftrekregeling is volgens het onderzoek ingewikkeld en omslachtig. Mensen moeten alle uitgaven met nota’s aannemelijk maken en bijvoorbeeld een kilometeradministratie bijhouden voor bezoeken aan artsen, ziekenhuizen en apotheken. Sommige chronisch zieken zien daarom van de aftrek af. Anderen zijn bang een fout te maken en later geld te moeten terugbetalen.
Ook voor de Belastingdienst is de regeling moeilijk uitvoerbaar. De dienst mag medische gegevens vanwege de privacy niet controleren. Aangiften met een relatief hoge zorgaftrek worden daarom handmatig beoordeeld. Dat kost veel capaciteit, terwijl personeel schaars is.
Gemeenten zouden beter in staat zijn maatwerk te bieden. Hun bestaande inkomensregelingen zijn echter vooral gericht op minima. Uit onderzoek van de VNG blijkt volgens de Geldgids dat gemeenten onvoldoende capaciteit hebben om ook mensen met midden- en hogere inkomens individueel te ondersteunen.
Lokale verschillen
Daarnaast kunnen de uitvoeringskosten aanzienlijk stijgen, omdat iedere gemeente zelf invulling aan de ondersteuning moet geven. Daardoor blijft mogelijk minder geld over voor chronisch zieken en gehandicapten. De gemeentelijke beleidsvrijheid kan bovendien leiden tot verschillen tussen inwoners. In de ene gemeente kan een bepaalde zorgvergoeding beschikbaar zijn, terwijl een andere gemeente die niet aanbiedt.
Keuze vervalt
Ook nu bestaat al een wisselwerking tussen de fiscale zorgaftrek en gemeentelijke ondersteuning via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De Geldgids noemt het voorbeeld van iemand die zelf een traplift kocht en de kosten bij de belastingaangifte opvoerde. Zij had ook Wmo-ondersteuning kunnen aanvragen, maar de gemeentelijke eigen bijdrage zou door haar inkomen en vermogen even hoog zijn geweest als de aanschafkosten.
De Hoge Raad bepaalde dat de kosten in zo’n geval aftrekbaar kunnen zijn. De beperking geldt alleen als daadwerkelijk een eigen bijdrage voor Wmo-hulp is betaald. Burgers mogen daardoor onder de huidige regels kiezen voor de financieel gunstigste mogelijkheid: ondersteuning via de gemeente of belastingaftrek. Bij het verdwijnen van de zorgaftrek vervalt die keuze.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.