Bart Jonker (26) is maritiem archeoloog voor de provincie Flevoland. In de bodem van de polders bevinden zich zo’n tachtig scheepswrakken. Jonker graaft ze niet op, maar zorgt er juist voor dat ze daar goed bewaard blijven.
Jong en ambtenaar: Zijn werkterrein: ’s werelds grootste scheepskerkhof op het droge
Flevolands maritiem archeoloog Bart Jonker beschermt scheepswrakken in de polder. Hij brengt niet de schepen, maar hun verhalen boven water.
Laten liggen
Vroeger lag hier de Zuiderzee, waar eeuwenlang vrachtschepen voeren, bijvoorbeeld richting Kampen en Harderwijk. Bij de drooglegging kwamen honderden wrakken tevoorschijn. Archeologen hebben er vele opgegraven, maar lang niet allemaal. ‘Ik durf ook nooit te zeggen dat het bij tachtig zal blijven,’ aldus Jonker. ‘Misschien zijn het er nog meer.’ Elders in Nederland liggen scheepswrakken vooral onder water, zoals bij de Waddeneilanden en in Zeeland. ‘Ik ken zelf geen andere plekken zoals Flevoland.’
Wrakken laten liggen is in de archeologie een bekend principe. ‘Het doel is om het schip in de bodem te houden voor de toekomst, zodat volgende generaties met betere onderzoeksmogelijkheden en technieken onze vragen kunnen beantwoorden.’
Gebruiksvoorwerpen geven ons inzicht in hoe de bemanning leefde vlak voordat het schip ten onder ging
Maar door de zakkende grondwaterspiegel en klimaatverandering is goede conservering niet meer vanzelfsprekend. Archeologen proberen daarom vast te stellen in welke staat de wrakken verkeren. ‘Dat doe je door een boor in de grond te drukken en weer omhoog te halen, waarbij je hoopt dat er een klein beetje hout meekomt. Is het hout er slecht aan toe, dan komen we in actie. Een van de opties is het inkuilen van een scheepswrak.’ Archeologen verpakken het wrak dan in plastic en gooien de grond weer dicht. Jonker zoekt uit waar dit moet gebeuren.
Frisse blik
Op verjaardagen krijgt hij vaak de vraag wat hij zo leuk vindt aan graven in de grond. Maar Jonker is beleidsarcheoloog. Commerciële archeologische partijen doen het graafwerk. Wil een bedrijf een kabel door de polder trekken, dan moet eerst duidelijk zijn of daar een wrak ligt. Daarvoor gebruikt Flevoland kaarten uit de tijd van de inpoldering. ‘Ik doe de hele provincie.’
Daarnaast brengt Jonker mensen bij elkaar: gemeenten met vragen en wetenschappers die elkaar aanvullen. In een onderzoeksagenda verzamelt de provincie vragen waar onderzoekers mee aan de slag kunnen. Ook opgravingen uit de jaren vijftig en zestig verdienen een frisse blik. ‘We hebben nu betere technieken.’
Het verhaal
Met merkbaar plezier vertelt Jonker over de Queen Anne, die in 2018 bij Rutten werd opgegraven. Het was vermoedelijk een Engels koopvaardijschip dat in de vroege achttiende eeuw zonk. Op tinnen lepels aan boord stond de naam van koningin Anne; vandaar de naam. Jonker vindt zulke gebruiksvoorwerpen het mooist. ‘Die geven ons inzicht in hoe de bemanning leefde vlak voordat het schip ten onder ging.’
Hij studeerde archeologie aan hogeschool Saxion. ‘Veel van mijn vakgenoten zijn geïnteresseerd in vindplaatsen en voorwerpen. Ik merkte dat ik het verhaal eromheen veel leuker vind.’ Afgelopen zomer rondde hij een master cultuurgeschiedenis en erfgoed af aan de Universiteit Utrecht. Daarna begon hij bij de provincie.
Er is hier volop gelegenheid om het verhaal door te vertellen. Bij veel wrakken staat een paal met een rood scheepje, soms met een QR-code waarmee voorbijgangers meer te weten kunnen komen. Fietst Jonker zelf met vrienden langs zo’n paal, ‘dan laat ik ze natuurlijk alles lezen’.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.