Nederlanders maken zich meer zorgen om online dreigingen, zoals digitale onveiligheid en een hybride oorlog, dan om fysieke bedreigingen, zoals conventionele oorlog of natuurrampen. Dat blijkt uit onderzoek van Ipsos I&O in opdracht van Binnenlands Bestuur onder ruim 2.100 Nederlanders. Opvallend, vindt onderzoeker Peter Kanne van Ipsos I&O, want in het nieuws gaat het vooral over oorlog en geweld.
Wat doen Nederlanders als ‘de pleuris’ uitbreekt?
Nederlanders maken zich meer zorgen om online dreigingen dan om fysieke bedreigingen en maar een vijfde weet dat er geen schuilkelders zijn.
Wees duidelijk
Hoe snel zou u in een schuilkelder willen zijn tijdens een luchtaanval? Zijn er eigenlijk wel schuilkelders? En wat als we burgerreservisten nodig hebben? Wie is er dan bereid om zich op te geven? Nederlanders kunnen zich nog niet goed voorstellen hoe het is om in een noodsituatie te verkeren. ‘In die weerbaarheid en waakzaamheid valt nog veel te winnen’, stelt Kanne. Met collega Jente Wolberink onderzocht hij, voor Binnenlands Bestuur, de weerbaarheid van de Nederlander. ‘Wees vooral duidelijk’, vindt Kanne. ‘Vertel wat je bij noodsituaties wel en niet van de overheid mag verwachten.’
Cyberincident AH
In mei 2025 bleek dit ook uit soortgelijk onderzoek van Ipsos I&O in opdracht van Trouw. De zorgen om digitale onveiligheid stegen wel enigszins (van 73 naar 80 procent). ‘De actualiteit speelt altijd mee in onderzoek’, weet Wolberink. Het cyberincident bij Albert Heijn gebeurde vlak voor het onderzoek van start ging. Toch verbaast de hoge score voor digitale onveiligheid Kanne wel. ‘Omdat het daar in de politiek en in het nieuws zo weinig over gaat. Wel veel over een dreigende oorlog en geweld in de samenleving, terwijl de cijfers daar een vlakke lijn laten zien. Maar mensen hebben feitelijk te maken met online phishing en hacks.’
Onbekendheid met schuilkelder
Het onderzoek laat verder zien dat Nederlanders weinig van het bestaan van bruikbare schuilkelders weten. Maar 22 procent van de ondervraagden weet dat er geen bruikbare schuilkelders zijn. Dat betekent dus dat 78 procent denkt dat die er wel zijn. De helft ziet wel iets in het bouwen van schuilkelders door de overheid, al zakt dat percentage flink (naar een vijfde) als dit ten koste gaat van andere voorzieningen, zoals gezondheidszorg. Een derde wil dan helemaal niet dat er schuilkelders komen. ‘Niet gek’, vindt Wolberink. ‘Als je geen keuze voorlegt, is er steun, maar het betekent dan wel dat er minder geld is voor iets anders. Ik denk dat zorgen om een conventionele oorlog gewoon lager liggen.’
Passieve waakzaamheid
Het percentage mensen met een noodpakket in huis steeg van 28 procent in mei 2025 naar 42 procent. Nog eens 19 procent is ‘zeker van plan’ binnenkort een noodpakket in huis te halen. Mensen verwachten van de overheid vooral meer informatievoorziening en het bewaken van de orde als ‘de pleuris’ uitbreekt, toont het onderzoek. ‘Een kleine groep verwacht meer, zoals onderdak en voorzien in basisbehoeften’, stelt Wolberink. ‘Dat raakt aan die zelfredzaamheid en samenredzaamheid van mensen. Een minderheid verwacht dat de overheid een noodpakket voor hen aanschaft, omdat ze daar zelf niet toe in staat zijn.’ Kanne vat het beeld samen als ‘passieve waakzaamheid’. ‘We zien geen massale noodhouding. Mensen zijn niet meteen klaar voor een noodsituatie, ook niet voor de gevolgen. Het staat ver van hen af.’ Misschien is een wake upcall, zoals bij het cyberincident bij AH of de recente PHP-update wel af en toe nodig, aldus Wolberink.
Voldoende burgerreservisten
In 2030 moeten er 130.000 burgerreservisten zijn, als het aan de Tweede Kamer ligt: mensen die worden opgeleid om bij een ramp of crisis de hulpdiensten in de eerste dagen te ondersteunen. Bijna 70 procent van de ondervraagden vindt dit een goed idee, maar slechts 3 procent wil zelf burgerreservist worden. Kanne berekende dat dit op 400.000 burgerreservisten neerkomt. Dat is dus voldoende. De geopperde selectieve opkomstplicht voor dienstplichtigen, als die nodig zijn wanneer de internationale veiligheid verslechtert, kan op minder bijval rekenen: bijna de helft is voor, een vijfde wil het niet. De steun wordt groter naarmate mensen ouder worden: jongeren zijn hier het minst voor te porren (18-34 jaar: 35 procent), 65-plussers het meest (67 procent).
Lees het volledige artikel in BB19 van deze week (inlog)
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.